Super Chikan in de North Sea Jazz Club: “Somebody shoot that thing”

Super Chikan speelde in de North Sea Jazz Club, Amsterdam op 27 juni 2015.  Tekst door Ton Kok.

Afgelopen zaterdag stond op het podium van de North Sea Jazz Club de Amerikaanse zanger/ gitarist James Johnson a.k.a. Super Chikan. Hij werd geboren in 1951, maar pas in 1997 liet hij zich, aangemoedigd door zijn vrienden, overhalen om zijn debuut album op te nemen. Onlangs verscheen zijn zevende album ‘Welcome To Sunny Bluesville’. De Amerikaan was benaderd om in Nederland op een privé feest te komen spelen, maar daarnaast had men nog drie optredens voor hem weten te regelen, twee in België en dus een in Amsterdam.

Om klokslag negen uur kondigt Johan Derksen de muzikant aan, om er gelijk bij te zeggen dat de man gewend is om lange sets te spelen en dat het niet eenvoudig zal zijn om hem om tijd te laten stoppen. Derksen heeft het podium nog niet verlaten of Super Chikan brandt los met Freddie King’s “Hide Away”. Al direct blijkt dat de band staat als een huis. Hij wordt begeleidt door de Nederlandse ritmesectie The Dynaflow met Jan Markus op bas en Eduard Nijenhuis op drums. Tevens is van de partij gitarist Harold ‘Fat Harry’ van Dorth. De Amerikaan toont veel respect voor zijn begeleiders, door hen niet alleen op de achtergrond hun partijen te laten spelen, maar ze volop bij de show te betrekken. Harold krijgt volop ruimte om te soleren en vooral de interactie met drummer Nijenhuis is een lust om te zien. Aan het eind van elk nummer probeert Super Chikan de begeleiders op het verkeerde been te zetten, maar de mannen zijn scherp en bij de (meeste) nummers eindigen ze tegelijk. En enkele keer is Super Chikan hen iets te snel af.

Super Chikan noemt zichzelf meer een entertainer, dan een muzikant. Hij dans er lustig op los en is tevens een prima verhalenverteller. Opvallend in de North Sea Jazz Club is dat het publiek ademloos naar zijn verhalen luistert en regelmatig in schateren uitbarst. Of dit komt om wat hij zegt of de soms onnavolgbare manier waarop hij het zegt, laat ik in het midden. Bij het wisselen van gitaar, hij heeft drie fraaie zelfgebouwde exemplaren bij zich, weet hij het publiek van een leuke anekdote over het instrument te voorzien. Daarnaast eindigt hij menig zong met de kreet ‘cock-a-doodle-do’.
Super Chikan schotelt ons in de eerste set een prima selectie eigen werk van zijn diverse albums voor, zoals het Sam Cooke-achtige “Ain’t Nobody” of het van fraai slide werk op de diddley bow voorziene “Sippi’Seekan’Saw”. Ook horen we een paar klassiekers als “Crosscut Saw” en “Baby, What You Want Me To Do”. Eerstgenoemde is natuurlijk een kolfje naar de hand van Albert King-adept ‘Fat Harry’ en de tweede zorgt net voor de pauze nog voor een hoog meezinggehalte. Daarna geeft de man keurig gehoor aan het stopsignaal.

Na de pauze horen we wat minder eigen werk en meer klassiekers, zoals “Stormy Monday”. “Kansas City” en, op verzoek, “Hound Dog”. Tussen de nummers door laat Super Chikan regelmatig de kreet ‘Somebody Shoot That Thing’ horen. Tijdens deze set geeft hij ook uitleg hoe hij een deze kreet is gekomen en krijgen we wat jeugdontboezemingen te horen. Hoogtepunt van de tweede set voor mij is toch wel de boogie “Hookin’ Up”, waarin zijn bewondering voor John Lee Hooker duidelijk naar voren komt.
Precies elf uur zou het afgelopen moeten zijn, maar uiteraard komende mannen niet weg zonder toegift en we krijgen nog een lekker rockende versie van “Rock Me, Baby” als toetje.

Super Chikan is inderdaad een ras entertainer, die tevreden is al hij een glimlach op het gezicht van het publiek ontwaard. Wat dat betreft kan hij zeer tevreden zijn over zijn performance in de NSJC.

Maar laten we zijn muzikale kwaliteiten niet onderschatten. Een combinatie van R.L. Burnside en Jimi Hendrix. Rauwe authentieke Mississippi blues, vermengt met experimentele gitaarpartijen, zoals het gebruik van een wah wah-pedaal op de diddley bow en de nodige truckjes als de snaren bespelen met de tong.

Verfrissend, verrassend waren de woorden, die ik na afloop het meest hoorde van de bezoekers, die de weg naar de club in groten getale hadden weten te vinden. Een vrijwel uitverkocht huis. Als mister Johnson volgend jaar terug komt, lijkt mij de kans op volledig uitverkochte club heel groot.

Geef hier uw commentaar