Take Root: De nieuwe cowboyhoed is de baard!

Een sfeerimpressie van  TakeRoot in de Oosterpoort in Groningen op 13 september 2014. Tekst: Ria Pronk, foto’s: Gerrie van Barneveld.

Al 17 jaar volgen de organisatoren van TakeRoot de ontwikkeling van de Amerikaanse muziek op de voet, spotten zij nieuwe talenten en contracteren muzikanten die al wat langer rondlopen dan vandaag. Dat doen ze goed. Voor een muziekreis door Amerika hoef je niet verder dan de Groningse Oosterpoort!  De presentatie is in handen van Jan Donkers en Hubert van Hoof en de acts zijn verdeeld over vier zalen. De zaal waar je het minst je best voor hoeft te doen om er binnen te komen is de foyer. Op weg naar een ander optreden, een Sloppy Joe of een biertje kun je niet missen wat hier op het podium gebeurt. Wie dacht de zaterdagmiddag rustig te beginnen komt van een koude kermis thuis. Hellshovel, gitaargeweld uit  Montreal, opent het bal.  Dat gaat niet zachtzinnig en genuanceerd. Jonge hondenmuziek die soms wat aan Greenday doet denken. Natural Child  weet de foyer op geheel eigen wijze te boeien. Het is een beetje van alles wat, country, psychedelisch, rock. You name it and we’ll have it.  Van de presentatie is niet zo veel werk gemaakt. Er staat publiek jongens en dat staat daar voor jullie!  Jack Oblivian, all the way from Memphis, brengt met zijn Sheiks een soort van punkachtige, garagerock, maar verrast ons tevens met een tearjerker, zoals alleen Amerikanen dat kunnen. Pas echt los gaat het in de Foyer bij Slobberbone. Bij het eerste akkoord staat het optreden als een huis. Deze Texanen hebben wat meer levens- en podiumervaring. Brent Best, de karakteristieke frontman zegt het zelf. “Wij zijn oud en lui”. Nou dat valt nog best mee.  En of je ervan houdt of niet, er gebeurt wel iets op het podium. Strakke ritmesectie, scheurende gitaren, goede vocalen. En ik zie zowaar een cowboyhoed.

oblivian0341

 

mcgraw9937

Voor de binnenzaal staan voortdurend rijen. Op sommige momenten is er geen doorkomen aan. De zaal is ingericht met stoelen om rustig te kunnen genieten van de singer- songwriters die hier optreden. Het nadeel daarvan is dat er niet veel publiek in de zaal past.  Binnenkomen bij het optreden van Carrie Elkin blijkt een onmogelijke opgave. Bij David McGraw & Mandy Fer passen we er nog net bij. Het duo wordt gedurende het optreden aangevuld met drummer. McGraw en Fer worden bij het schrijven van hun muziek geïnspireerd door natuur, zee en Spanje. Het klinkt dromerig en neigt naar folk. Sympathiek, fijn om naar te luisteren. Helaas is de zaal niet fijn. Achterin persen zich voortdurend luidruchtige mensen erbij  die er geen notie van hebben dat hier iets kleins en intiems aan de gang is. Dat blijkt hier ook later op de avond een manco en levert een boel geïrriteerde blikken en SSSSSt-gesis op.

johns9848
Matt the Electrician is een grappig mannetje met leuke verhalen. Hij praat ongeveer net zoveel als hij muziek maakt. Zijn sidekick, Ida Wenoe, verstaat de kunst van het meerstemmig zingen. Samen weten zij het publiek afwisselend te vermaken en te boeien.  Kevin Welch en zoon Dustin Welch, zijn hekkensluiters in de binnenzaal. Allemachtig prachtig. De muziek roept beelden op aan een land waar ik nooit geweest ben, maar met mijn ogen dicht waan ik mij op de rug van een paard dwalend over een oneindige prairie.  In de kleine zaal trapt de Britse Ethan Johns af met een setje ingetogen country/americana. Een opvallende verschijning met baard en boodschappentas. Johns werkte eerder als producer voor o.a. Kings of Leon en Paul McCartney. Wat we van zijn optreden zien en horen bevalt ons. Over zijn drumcomputer zijn we wat minder enthousiast.  John Fullbright  is de jongste muzikant op Take Root. De 25-jarige uit Oklahoma afkomstige zanger/gitarist/pianist zorgt ervoor dat we direct op het puntje van onze stoel zitten. Hij weet het publiek te boeien met zijn verhalen en het is overduidelijk dat hij een behoorlijke schare enthousiaste fans heeft verzameld in de kleine zaal. Voor het dak wordt gevreesd, maar het gaat er niet af.

page0390

Van Gregory Page pikken we alleen de laatste twee nummers mee. In strak wit pak, met cowboyhoed (daar is tie weer) is het een opvalbaez0073lende verschijning. Het publiek krijgt een a capella versie van Parting Glass als cadeautje voor support en aandacht. Smoke Fairies (U.K.) lijkt een beetje een vreemde eend in de bijt. De indie-band rond Katherine Blamire en Jessica Davis kan ons niet zo boeien, maar is in de VS uitermate goed ontvangen.  Robert Ellis sluit de avond af in de kleine zaal. Volgende week zal hij in Nashville meedingen naar de award  voor de beste Americana artiest en hij vertelt dat hij daar nu al zenuwachtig voor is. Ellis brengt goed verstaanbare country, doorspekt met allerhande invloeden. Van jazz tot klassiek en van folk tot rhythm & blues. We maken het concert van begin tot eind mee, omdat we er domweg niet los van kan kunnen komen.  Voor mij een onbetwist hoogtepunt van de avond.

De grote zaal, waar de publiekstrekkers staan,  moet het doen zonder Wanda Jackson. Wanda is ziek. Israel Nash die zou spelen in de kleine zaal schuift door naar de grote zaal. We zien een goede 3-mans formatie. Heel bepalend voor het geluid van de band is de pedalsteel. Nash speelt en zingt de sterren van de hemel. Wij zijn blij verrast en hebben het naar ons zin.  Het optreden van Joan Baez is indrukwekkend.  De dame op leeftijd heeft fijne muzikanten om zich heen verzameld. Zij was degene die in de jaren ’70 optrad in Chili en Nicaragua en misstanden aan de kaak stelde. Ze  werd verbannen, maar bleef uitdragen dat het niet goed was wat daar gebeurde. Protestsongs, songs die gaan over dromen en over het verlangen naar een betere wereld. Kom er nog maar eens om tegenwoordig. Ik weet niet wat het precies is, wellicht is het de oprechtheid die ons beroert.  Daniel Romano, groots aangekondigd als de nieuwe belofte als het gaat om old-school country muziek, staat er wat stoïcijns bij en straalt uit de muziek vooral niet leuk is. Zowel met het publiek als met de muzikanten heeft hij weinig contact. De zang is niet sterk en wij weten niet zo goed wat we ervan moeten vinden. Enige levenslust bespeuren we bij de bassiste, maar haar ingewikkelde baspartijen zijn soms een beetje veel van het goede.  Kort en goed: Take Root 2014, met een record aan bebaarde muzikanten,  gaat wat ons betreft de boeken in als zeer geslaagd.

 

festival0365