Nick Cave & The Bad Seeds snoeihard en ingetogen in de HMH

Nick Cave & The Bad Seeds  speelde in de Heineken Music Hall, A’dam  met openingsact van Shilpa Ray  op maandag 4 november 2013 (het tweede concert vindt plaats op 17 november a.s.). Review door Giel van der Hoeven met foto’s van Giel en Arjan Vermeer (optreden Grinderman 2010)

Het was alweer ruim drie jaar geleden dat ik Nick Cave (55) live had zien optreden. Toen nog met het side project Grinderman  waarmee hij destijds met zijn buddy baardmans Warren Ellis, Martyn Casey en Jim Sclavunos twee voortreffelijke albums uitbracht. Met o.a. deze bandleden toert hij momenteel weer als Nick Cave & The Bad Seeds door Europa en doen ze ook twee optredens in de Amsterdamse HMH. Dat eerste Nederlandse optreden – dat eigenlijk het 2e was omdat het concert van 17 nov. a.s. enkele weken eerder in de verkoop ging – was dus een hernieuwde kennismaking met de legendarische Bad Seeds. Jazeker, het gezelschap had afgelopen augustus ook al op _G204627_filteredbwmojave-borderhet Lowlands festival opgetreden. Maar naar verluid had het gros van het aanwezige publiek daar meer belangstelling voor nietszeggende dansacts dan voor de markante alleskunner Nick Cave. De diehard Cave volgers die daar wel aanwezig waren zouden we zeker ook weer terug zien bij de twee indoor concerten, althans dat verwachtte ik…

Ze zullen zeker weer vooraan gestaan hebben, want Cave fans zijn gematigd maar fanatiek is mijn ervaring. Gezeten op de tribune merkte ik eveneens dat Nick Cave na ruim dertig jaar voor sommige ook een soort bezienswaardigheid is geworden. “Tja, je moet hem gewoon een keertje gezien hebben begreep ik …”, hoorde ik zelfs iemand zeggen. Niks mis mee, maar wel opvallend voor fans van een radicale post-punker die de artiest Cave ooit was. En als je met kinderkoortjes gaat werken vraag je er misschien zelf wel om. Zijn meest recente album ‘Push The Sky Away’ (2013) met een aantal zeer toegankelijke liedjes en de reclameacties van de concertpromotor (ik zag daags tevoren zelfs een tv-spotje op een commerciële zender voorbij komen!) zullen eraan bijgedragen hebben om ook ‘dagjesvolk’ naar de Bijlmer Bierhal te lokken. Zelf volg ik de grensverleggende singer/songwriter, dichter, schrijver en acteur al sinds de Australiër zich in de vroege jaren tachtig met de post-punk band The Birthday Party in Londen vestigde. De extreem rauwe agressieve (punk)rock stijl met bluesinvloeden en de controversiële poëtische teksten spraken mij destijds ook aan. Maar vooral zijn (murder) ballads die hij sinds de jaren negentig als een crooner – vaak achter de piano – vertolkte waren wonderschoon.

Waarvan het duet met zangeres Kylie Minogue ‘Where the Wild Roses Grow’ een wereldwijde hit werd en als commercieel hoogtepunt kan worden beschouwd. Zeker geen artistiek hoogtepunt wat mij betreft maar de sfeer geeft wel goed weer hoe een morbide droefgees_G204646_filteredbwmojave-bordertige Cave sonnet klinkt. Opmerkelijk genoeg was het ook de Australische zangeres die de dag voor dit HMH optreden Nick Cave And The Bad Seeds onstage kwam vergezellen in het Londonse Koko theater. Inderdaad voor een live duet van ‘Where The Wild Roses Grow’! (zouden sommige daar wellicht ook op gehoopt hebben in de HMH?) Afijn, dus ook een zo goed als uitverkocht huis bij dit voortijdige tweede concert. Over het voorprogramma Shilpa Ray  uit Brooklyn, New York ga ik niet al te veel zeggen. Haar vocale solo optreden waarin ze zichzelf begeleide met een Indian harmonium (een soort trekzak orgel) kon me niet bepaald boeien. Haar Shocking Blue ode en ongetwijfelde gulle klandizie bij de Amsterdamse coffeeshops die middag ten spijt. Met een ruime fantasie deden haar gothic burlesque klanken onderbroken door stoned gebrabbel enigszins aan Patti Smith denken, maar dat niveau haalt Shilpa bij lange na niet. Misschien dat ze met haar vaste begeleidingsband Her Happy Hookers  wel overtuigend overkomt.

‘We No Who U R’ de eerste track van het nieuwe Nick Cave & The Bad Seeds album ‘Push The Sky Away’ was ook de ingetogen opener van dit live concert. “Tree don’t care what the little bird sings / We go down with the dew in the morning light…”, op typische Cave wijze werd de tekst van deze ballade nog vrij onbewogen stak in het pak staand_G204684_filteredbwmojave-border gecroond. Begeleid door een zeskoppige band waarvan Warren Ellis voor deze gelegenheid de dwarsfluit bespeelde. Vervolgens één van de mooiste songs van dat laatste album, ‘Jubilee Street’. Door de fenomenale monotone energieke opbouw komt de band hiermee langzamerhand los. Ook de spanningsboog in Cave’s verhaal (over: “a girl named Bee”) neemt intens toe tot een ultieme climax, nu al. Nick Cave spookt met de armen en benen wijd gespreid van links naar rechts over het podium waarbij door zijn schaduw een al dan niet bedoeld schimmenspel op de rechter wand van de HMH verschijnt. Hij smijt tijdens de slotakkoorden zijn microfoon met een boog naar achteren (en zou dit gedurende de avond nog een paar keer doen). Daarna een kakofonie van geluid in ‘Do You Love Me?’ en ‘Tupelo’, waarbij mijns inziens zelfs voor Cave begrippen het volume wel erg hoog werd opgeschroefd. Het tergde niet alleen de trommelvliezen van het publiek maar ook van Cave zelf. Tijdens ‘Tupulo’ sprong hij geschrokken als gebeten door de Mexicaanse hond terug van een uitlooppodium tussen het publiek de mainstage op, omdat de audio feedback het welbekende irritante rondzingen veroorzaakte.

En terwijl de stagetechnicus zijn handen vol had aan het geluid en aan de strapatsen van Cave maakte de zanger zelf zich er handig vanaf met een grap. Oók dat is Nick Cave; cynisch maar positief. Zo hoorde we hem in de concertkraker ‘Red Right Hand’ met het kenmerkende orgel- en klokkenspel geluid al zingend een gepaste opmerking maken over de vele iPhones die hem omringde. Zijn zwarte humor komt ook terug in de song ‘Mermaids’: “I believe in God, I believe in mermaids too, I believe in 72 virgins on a chain (why not, why not)”. Hij toont letterlijk zijn spierballen en pareert tijdens één van de weinige stiltemomenten tussen de nummers door een “deepthroated lady” in het publiek met: “please don’t make any noise it’s distractive!” Na ‘From Her to Eternity’ van de gelijknamige debuutplaat uit 1984 volgt ‘West Country Girl’ van het tiende studioalbum ‘The Boatman’s Call’ (1997). Een song uit de nadagen van zijn relatie met zangeres PJ Harvey. Dan kruipt Cave achter de zwarte piano om ‘God Is In The Hounick-cave2013-7se’ te spelen. “Haven’t done it for a while” zegt hij, “Halleluja!” is een reactie uit de zaal. Het gaat te ver om het concert vanaf hier het predikaat religieus mee te geven maar hemelsmooi en devotioneel waren de pianoballads zeker.

‘Love Letter’ uit 2001 is één van de mooiste liefdesliedjes ooit. Het smaakte naar meer met als gevolg diverse verzoeken vanuit de zaal. “I wrote 260 songs and have only 14 on this shortlist” zegt Cave, dat beide getallen overigens niet kloppen deed verder geen afbreuk aan de rake badinerende opmerking. ‘Watching Alice’, eenvoudig en simpel maar mooi. De tekst welhaast voyeuristisch en weer begeleid door Warren Ellis op de dwarsfluit. Bij ‘Higgs Boson Blues’ sluipt de zwarte panter weer als een hongerig roofdier richting publiek vooraan. Hij laat zich betasten, meisjes gillen en Cave fulmineert: “Can you feel my hearrtbeat doctor?!” Ed Kuepper laat zijn gitaar tergend janken en Ellis en de andere Bad Seeds teisteren eveneens hun instrumenten en zingen angstaanjagend de achtergrond vocalen. Ook sociologische waarnemingen in deze song met daarin Miley Cyrus en haar Hannah Montana-imago als stijlfiguren: “Miley Cyrus floats in a swimming pool in Toluca Lake / And you’re the best girl I’ve evernick-cave2013-9 had”. Dan toch weer achter de piano (waarom ook niet?) voor ‘Into My Arms’! Samen met ‘The Ship Song’ (helaas niet gespeeld die avond) dé mooiste van al die mooie Cave ballads wat mij betreft. Het prachtige album ‘Abattoir Blues/Lyre Of Orpheus’ (2004) komt gelukkig ook aan bod met ‘Hiding All Away’. Tijdens ‘The Mercy Seat’ gaat eindelijk het colbert uit om de mouwen nog eens flink op te stropen voor een zinderend sluitstuk.

Bij het horen van de onweerstaanbare basklanken door Martyn P. Casey weten we hoe laat het is: ‘Stagger Lee’ tijd! Ondanks (of misschien wel dankzij) de shocking lyrics is deze Cave klassieker afgelopen jaar eens te meer publiekslieveling gebleken op festivals als o.a. Lowlands en Glastonbury. De rap-achtige Murder Ballad uit 1995 heeft al heel wat vrome wenkbrauwen doen fronsen maar staat bol van sarcasme. Met de keyboardklanken van het titelnummer van ‘Push The Sky Away’ (en zonder kinderkoor dus) wordt het concert uitgeluid. “And some people say its just rock n roll / Aw, but it gets you right do_G204615_filteredtop-borderwn to your soul”, de zinsnede is een mooie samenvatting van wat we tot nu toe te horen kregen. Maar, ondanks dat een aantal bezoekers het al voor gezien houden, komt er meer.  ‘We Real Cool’ is het zesde PTSA nummer dat we als eerste van vijf toegiften te horen krijgen. Inclusief de huiveringwekkende yell en de inmiddels onvermijdelijke Ellis dwarsfluitklanken in de outro.  Voor de volgende song gaat Cave met de band in overleg of het wel verstandig is om die te spelen, omdat het tijden geleden is dat die live werd gedaan. Met de woorden “it’s destined for disaster” beginnen ze er toch aan. En gelukkig! Want het is wederom weer één van de mooiste tracks van ‘Abattoir Blues/Lyre Of Orpheus’ die volgt. Met zijn karakteristieke lage sexy stem zingt hij ‘Babe, You Turn Me On’. De slotwoorden “Like an idea / Like an Atom bomb!” gevolgd door de ingehouden imitatie van een ontploffing zijn overweldigend en grappig tegelijk.

Dan ‘Papa Won’t Leave You, Henry’ van het conceptalbum ‘Henry’s Dream’ uit 1992 en natuurlijk ‘Deanna’. De tweede singel van het Bad Seeds album ‘Tender Prey’ uit 1988. Met het aanstekelijke orgeltje een eenvoudige rock and roll song op het eerste gehoor maar een tekst met ongebreideld sadisme dat inmiddels niet meer als verrassing komt. Wel een verrassing was het allerlaatste nummer van deze show’, het nieuwe ingetogen nummer de pianoballad ‘Give Us a Kiss’. Oké, het lied beleefde zijn live première  in de Londense Hammersmith Apollo enkele dagen eerder. Maar het was toch een unieke beleving om deze nieuwe Cave-song voor het eerst live te mogen horen! “If you want me to burn / I will”. Nick Cave ten voeten uit; take it or leave it but never underestimate the power of his songs. Een prachtige avond met nieuw werk, snoeiharde alternatieve rock met blues invloeden, signature tunes en mooie (onverwachte) ballads. Het concert op 17 november in de HMH is reeds uitverkocht maar het nieuwe 4e officiële live album van Nick Cave & The Bad Seeds – ‘Live from KCRW’ zal begin december verschijnen. De opnamen zijn eerder dit jaar op 18 april gemaakt onder leiding van Bob Clearmountain tijdens de live KCRW sessions in de Apogee Studio in Los Angeles.

NickCave_LiveFromKCRW_Packshot_RGB1

Op 17 november a.s. vindt het tweede concert plaats van Nick Cave & The Bad Seeds in de Heineken Music Hall (reeds uitverkocht)

Lees ook nog eens onze Grinderman concert review: smakelijke sound als een dikke hete brei!
En zie ook: Nick Cave schrijft scenario en soundtrack voor ‘Lawless’.

The Bad Seeds are:
Nick Cave – vocals, keyboards, piano
Warren Ellis – tenor guitar, violin, loops, fluit, backing vocals
Ed Kuepper – guitar, vocals
Conway Savage – keyboards, backing vocals
Martyn P. Casey – bass
Barry Adamson – drums, percussion, keyboards, backing vocals
Jim Sclavunos – drums, percussion, backing vocals

Setlist:
We No Who U R
Jubilee Street
Do You Love Me?
Tupelo
Red Right Hand
Mermaids
From Her to Eternity
West Country Girl
God Is In The House
Love Letter
Watching Alice
Higgs Boson Blues
Into My Arms
Hiding All Away
The Mercy Seat
Stagger Lee
Push the Sky Away
Encore:
We Real Cool
Babe, You Turn Me On
Papa Won’t Leave You, Henry
Deanna
Give Us a Kiss.

Geef hier uw commentaar