Zakiya Hooker, stralende dochter van ‘the father of the boogie’

1

Exclusief interview met: Zakiya Hooker  door: Giel van der Hoeven met foto’s van Arjan Vermeer in Stadspark Schothorst Hoogland Amersfoort tijdens Highlands Festival 2012 op zaterdag 02 juni 2012.

Zakiya Hooker maakte haar debuutoptreden samen met haar vader John Lee Hooker in 1991, in Oakland, de Verenigde Staten. Sinds die tijd heeft Zakiya shows gedaan met ondermeer Etta James, Charles Brown, John Hammond, Taj Mahal en nog veel meer. Zakiya heeft opgetreden in o.a. de wereldberoemde Filmore Auditorium, op het San Francisco Blues Festival en op het Monterey Jazz & Blues Festival. Ze stond op de cover van diverse bekende handelstijdschriften waaronder het Billboard Magazine. Ze is een sterke en veelzijdige zangeres en een prima performer. Een Zakiya Hooker live-show is een traktatie om bij te wonen. Ze speelde haar onderhoudende shows eerder in Europese landen als Frankrijk, Engeland, Duitsland, België, Kroatië en Zwitserland, en op 2 juni jl. kwam ze voor een éénmalig optreden naar Nederland. Op het Highlands 2012 Festival werden wij van The Blues Alone? in de gelegenheid gesteld om John Lee Hooker’s living legacy te interviewen. Enkele dagen van tevoren vraagt ze ons per e-mail hoe het weer in Nederland is i.v.m. de ‘apparel’ (kleding) die ze mee moet nemen vanuit de U.S.A. En als we dan oog in oog met haar zitten (ze draagt dan een bruine kabeltrui, we hadden fris weer voorspeld) en we haar vooraf enigszins gegeneerd vragen of ze geen bezwaar heeft dat we ook vragen stellen over haar vader, de blueslegende John Lee Hooker, roept ze enthousiast: “Geenszins! Als mijn vader vroeger geïnterviewd of gefotografeerd werd, vroeg men altijd: “one more question John?” of “one more picture John?”. En hij bleef dan altijd eerlijk en openhartig naar de pers, maar ze kregen nooit genoeg van hem. Nu hij er niet meer is neem ik die rol graag over, dus vraag er maar op los!” Openhartigheid is de Hookers dus niet vreemd, want ook dochter Zakiya (63) blijkt een oprechte en goedlachse dame. Lady Zakiya sings the Blues én ze vertelt haar verhaal. Hookers’ inside story in een interview.

Uw geboortenaam is Vera Lee Hooker, maar uw roepnaam is vanuit geloofsovertuiging veranderd in ‘Zakiya’. Waarom koos u deze naam?
– Ik wilde een naam die echt op mij sloeg.’Zakiya’ betekent vertaald uit het Swahili, ‘puur’. Ik heb verschillende namen overwogen maar kwam toch steeds weer terug bij de naam Zakiya. Als je een andere naam kiest moet je ervoor zorgen dat ‘die naam jou ook kiest’, als je begrijpt wat ik bedoel? Als ik mijn naam uitspreek, dan bén ik dat ook, dus het klopte gewoon.

Voor mij klinkt het als een melodie, een pure melodie in uw geval.
– Yeahh! Het is ook een naam om te zingen: “Zakiyahh…”.

Hoe zou u uw eigen muziekstijl willen omschrijven?
– Mijn muziekstijl is zoals ikzelf ben, eclectisch. Een combinatie van verschillende stijlen. Of noem het gerust Zakiyisch, een mengeling van jazz, soul, traditionele blues en van alles wat.

U bent maar kort in Europa dit keer, speelt u met vaste muzikanten?
– Deze band is nieuw voor mij, ze komen uit Parijs. Ik heb ze vorig jaar op het Dusty Road Blues Festival in Zweden  ontmoet en nu gevraagd of ze hier met mij willen spelen voor het enige Nederlandse optreden deze zomer [op het Bredase Jazz Festival 2011  speelde ze weer met een andere band – red]. Volgende week ga ik weer terug naar Californië voor optredens in Tracy en in San Francisco met mijn eigen band, daarna kom ik terug naar Europa om hier met hen te touren. Dat zijn muzikanten uit Buenos Aires en Stockholm: Frederico Bazas (gitaar), Ollan Bell (bas), David Larsson (keyboards) en Marlon Green (drums).

U speelt met Argentijnse muzikanten en u bent erg beroemd in Argentinië, hoe is dat zo gekomen?
– Nou, dat is nogal bijzonder verlopen. We speelde jaren geleden een aantal concerten in Parijs en een man op de eerste rij kwam ons na afloop complimenteren en vroeg of hij een keer mee mocht spelen. Hij bleek een Argentijnse gitarist te zijn. Dus ik zei, waarom niet, zolang je niet vals speelt: “sit in with us!” Hij was erg goed en na verloop van tijd nodigde hij ons uit om in Buenos Aires te komen spelen. En zo is het daar voor ons begonnen. Het album ‘Colors Of The Blues – Live In Argentina’ (2005) deed daarna de rest.

U hebt opgetreden met Etta James, Jon Hammond, Taj Mahal, Peter Green, Narada Michael Walden, Charlie Musselwhite en nog veel meer artiesten uit allerlei genres. Welke artiest heeft de grootste indruk op u achtergelaten?
– Uhmm… dat is mijn vader! Maar ik ben dol op allemaal waar ik mee gespeeld heb. De meeste ken ik al zó lang en met sommige ben ik zelfs letterlijk opgegroeid. Het waren vrienden van mijn vader, een soort van ooms voor mij; Jimmy Reed, Muddy Waters… zulke fijne en gewone mensen. Ze waren wie ze waren, zichzelf! Tegenwoordig gaan sommige artiesten zo vreemd doen als ze beroemd worden, dat deden zij allemaal niet. En van de dames ben ik gek op Sarah Vaughan! Toen ik eind jaren vijftig ‘Broken Hearted Melody’ hoorde was ik verkocht, wat een stem! Tegenwoordig heb je veel van die ‘cookie colored singers’ waarvan alle stemmen op elkaar lijken, Sarah Vaughan had een uniek eigen stemgeluid.

In een Blues Revue Interview uit 1999 zei uw vader John Lee Hooker (1917-2001) over u: “she’s a great lady. She’s got my gift. She loves the blues. I can’t say enough good things about her.” (‘Zakiya Hooker blues-blooded’). Maar waarschijnlijk bent u ook een opstandige puber geweest. Wat voor soort vader was hij voor u als kind?
– “He truly was a great dad!” Niet bepaald een gedisciplineerde ouder, want dat was mijn moeder wel. Wij konden het goed vinden samen, mijn vader en ik. Als meisje van een jaar of twaalf keek ik er altijd naar uit wanneer hij weer terug kwam na het touren. Hij bracht dan luxe cadeaus voor me mee, Franse parfum en zijde sjaals. Mijn vader verwende mij echt en mijn moeder hield ons in toom.

Hij was ook ‘the father of the boogie’. Bekend om zijn stampende foot-stomping boogie, de ruwe emotionaliteit van zijn stem en de grimmige intensiteit van zijn gitaarspel. Had uw familie vroeger vaak burenruzie?
– Whaha nee, juist niet. ‘Boogie Chillen’ kwam trouwens een jaar voordat ik geboren ben uit (1948), dus over die tijd kan ik niet oordelen. Maar wat ik uit mijn jeugd herinner is dat er alleen maar gedanst werd op straat, iedereen vond het prachtig die levende muziek. En wij danste mee. Ondanks dat hij zijn werk mee naar huis nam, was er absoluut geen onenigheid dus.

Je vaders boogie muziek werd in de jaren zestig en zeventig elektrisch versterkt en aangepast door een groot aantal rock and roll artiesten van die tijd. Zoals de Rolling Stones, de Yardbirds, Canned Heat, John Mayall en later ook Ten Years After en George Thorogood. Hoe vond je dat?
– We hadden daar geen weet van als tieners en jong volwassenen. We wisten dat onze vader naar Europa ging om muziek te maken maar hadden er geen notie van wat de gevolgen daarvan waren. We groeiden op in onze beschermde omgeving in een arbeiderswijk in Detroit met onze eigen gewoontes en muziek. Europa was ver weg in die jaren. Pas veel later, met zijn comeback album ‘The Healer’ (1989) en het studio album ‘Boom Boom’ (1992), drong het pas echt goed tot ons door hoe populair hij wereldwijd was.

Ik zag John Lee Hooker op het North Sea Jazz Festival in Den Haag in 1991. Een zeer goede bluesshow met een geweldig geluid, voor een groot en enthousiast publiek. Je vader was toen 73 jaar maar zijn stem klonk goed en hij was helemaal ‘in the mood’. Waren jullie nooit bezorgd toen hij op die leeftijd nog over de hele wereld heen reisde?
– Uhm… kijk, mijn vader was in goede gezondheid en hij wist donders goed wat hij deed. Maar natuurlijk waren wij bezorgd over het vele reizen dat hij ondernam. Maar het was zijn levenswerk, dat pakte niemand van hem af. En wanneer hij weer thuis was bij zijn familie legde wij hem weer in de watten, dat zeker. Hij wist namelijk precies wanneer het genoeg was en tot aan zijn ziekte was hij ook beresterk.

Uw debuutalbum ‘Another Generation of the Blues’ (1993) bevatte een duet, gezongen door uw vader en u, twee generaties bluesartiesten van dezelfde bloedgroep. Ook op ‘Flavors of the Blues’ (1996) staat een duet met uw legendarische vader. Hoe belangrijk was deze muzikale samenwerking voor u en voor hem?
– Voor beide is het erg belangrijk geweest om ook beroepsmatig samen te werken. Ik deed pas mijn eerste professionele show met hem toen ik al 42 jaar was, moet je weten. Door omstandigheden, zoals een fulltime baan en drie zoons groot brengen in een gezin als alleenstaande moeder, ging dat gewoon niet eerder. ‘Another Generation of the Blues’ was dus een bijzondere herstart voor ons beide. Overigens, in werking gezet door mijn man Chris, die toen ook bassist was op dat album en bij de live shows.

Helaas hebt u ook te maken gehad met persoonlijk drama in uw familie en geleerd om te gaan met tegenspoed. Het album ‘Flavors of the Blues’ is daar een bewijs van. Helpt het om de ellende weg te zingen? (Zoals in: “Mean, Mean World”).
– Een feit is: als je het podium op stapt en je gaat zingen dan kan je al het andere om je heen los laten. Maar, je wordt ook met de realiteit geconfronteerd als je erna weer naar huis gaat. Muziek helpt je zeker om ellende te verwerken. Muziek is therapie. Als je een songtekst op papier zet is dat een vorm van therapie, in plaats van naar een psychiater te gaan beschrijf je de dingen óver jezelf áán jezelf. En wie begrijpt jou nou beter dat jij zelf?!

U zingt klassiekers als: ‘Crossroads’, ‘Stones in My Passway’ and ‘Sweet Home Chicago’. Hoe kiest u de covers of de tribute songs die u opneemt of live speelt uit?

– Sommige authentieke songs vind ik gewoon écht goed, dus neem ik die op of spelen we die live. Ik hou van traditionele bluesmuziek zoals ‘Big Boss Man’ van Jimmy Reed. Maar er was gewoon té weinig tijd om die te repeteren voor vandaag. De meeste Robert Johnson songs kent iedere muzikant wel, dus die spelen we zo meteen wel live. Mijn volgende album wordt er ook eentje met traditionele bluessongs en instrumenten zoals een wasbord, pedalsteel en dobro. Ik ben echt helemaal weg van die authentieke muziek en voel momenteel de behoefte een dergelijk album te maken. Daarna doen we wel weer iets met een bigband ensemble of zo, maar dit móet ik doen.

Kunt u al iets meer vertellen over dat nieuwe album, wanneer komt het uit bijvoorbeeld?
– Ik hoop het in het najaar van 2012 nog uit te kunnen brengen. Ik heb al een tracklist selectie gemaakt en de meest tribute songs zijn van vrouwelijke artiesten. Sippie Wallace en Bessie Smith zijn twee namen die ik wil prijs geven. Ohw… en Leadbelly’s ‘In The Pines’ komt er zeker ook op!

Hebt u voor eigen songs een speciale manier van schrijven en componeren?
– Teksten en melodieën komen op de meest onverwachte momenten en plaatsen in mij op. Daarom heb ik ook altijd een taperecordertje bij me om in te spreken of te zingen. Ook schrijf ik soms spontaan flarden teksten op stukjes papier als ik een idee heb. Mijn man Chris is bassist en ik componeer op de keyboard, zo werken we samen onze ideeën uit.

Heeft u er wel eens over nagedacht om een boek te schrijven in de toekomst?
– Ik schrijf poëzie, gedichten. En ik wil ze nog wel eens bundelen en uitgeven. Poëzie is weer een heel andere vorm van schrijven, gedichten verbeelden je leven. Vreugde en verdriet worden gevangen in woorden op papier.

Een politieke vraag: krijgt Barack Obama nog een kans van de (zwarte) Amerikaanse bevolking?
– Graag! Als we dat niet doen komen we echt in grote problemen in de Verenigde Staten! Obama werd zelf al met heel veel sores geconfronteerd toen hij aantrad, dus we móeten hem de kans geven om dit af te maken. “I love my country” maar wij moeten de problemen eerst onder controle krijgen en ons daarbij realiseren dat we deze man hiervoor nodig hebben. De zwarte bevolking steunt hem daarom unaniem. Ik heb een vriendin die ik zelfs de Obama-stalker noem, ze heeft vanwege de verkiezingen nu al heel haar huis vol hangen met Obama afbeeldingen en gadgets, haha. Bovendien is Barack Obama een muziekliefhebber en laat hij artiesten optreden in het Witte Huis… “Oh my God”, wie had dát ooit voor mogelijk gehouden?!

Ik heb uw biografie gelezen en u heeft zelf ook erg veel ondernomen en bereikt. Awards en prijzen gewonnen en veel dankbaar werk gedaan voor de J.L.H. Stichting  Wat is nu nog het belangrijkste doel in uw leven?
– Gewoon gelukkig zijn! En aan het einde van de dag geen spijt hebben van iets. Ja, ik ben religieus maar geen trouwe kerkgangster. Denk liever in moeilijke situaties ‘wat zou Jezus doen?’ en ga uit van je eigen kwaliteiten, “we are the light that shines”. Ohw, en door dit interview heb ik er nu nóg een doel in mijn leven bij gekregen: optreden voor Obama in het Witte Huis! [deze laatste opmerking maakt ze met een oprechte gulle lach – red.]


[John Lee Hooker interview]

.

One Response

  1. Nicolette Johns

    Ok, een reactie uit eigen stal maar toch! Jaloers makend goed interview Giel, chapeau.

    Reply

Geef hier uw commentaar