Het Grote Big Will & The Bluesmen Interview

Exclusief interview met: Big Will & The Bluesmen
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer
locatie: Muziekzolder Westland
datum: 06 Augustus 2011

Ruim anderhalf uur namen ze de tijd ervoor, Alex Konijnenburg en Wil van der Ende. Respectievelijk de zanger/gitarist en de bluesharpspeler/zanger van Big Will & The Bluesmen. Onze vragen gingen gepaard met 16 tracks – niet uitsluitend bluesmuziek – waarin wel steeds een mondharmonica voorkwam. Alex Riverside Jr. en Big Will gaven kort commentaar op deze songs en op de mondharmonica spelers in kwestie. Erna volgende er vragen die enigszins betrekking hadden op de gedraaide tracks. En terwijl wij hen muzikaal en vocaal overhoorde met de iPad tablet en hun de zwarte katoenen hemden van het lijf vroegen, kregen we daarvoor een lesje ‘blueshistorie’ in ruil terug. Want deze Blues mannen zijn behalve prima muzikanten ook liefhebbers van kwaliteitsmuziek in het algemeen en ware kenners van authentieke Delta- en Chicago-Blues in het bijzonder.

 01) Muddy Waters – Trouble No More (Jerry Portnoy)
Alex: (zingt na het horen van de eerste tonen direct mee).
Wil: Voor ons is dit natuurlijk een bekend nummer, namelijk de titel van onze eerste CD.
Alex: En ‘Trouble No More’ is één van de eerste nummers die we samen zijn gaan spelen. Goede Chicago blues en dat typische Muddy geluid met de mondharmonica erbij sprak ons heel erg aan. De stijl waarin we nu zelf ook graag muziek maken.
Wil: Voordat deze CD uitkwam hebben we er een prijsvraag aan verbonden, liefhebbers mochten uit een lijst van 10 titels kiezen en eerlijk gezegd waren ‘Trouble No More’ en de titel van een eigen nummer ‘New Mexico’ onze droom namen.
Alex: En ook wij vonden ‘Trouble No More’ zelf het meest geschikt als albumtitel, omdat je hiermee ook gelijk de associatie met bluesmuziek had. Dus we waren erg in onze nopjes met deze keuze.

 – Hoe is het jullie sinds het uitbrengen van deze CD in het voorjaar van 2010 vergaan?
Alex: We hadden het geluk dat ‘Trouble No More’ werd opgepikt door Johan Derksen die wekelijks het programma ‘Muziek voor Volwassenen’ bij Radio Rijnmond presenteert. Hij heeft ons weer getipt bij Ronald van Oudheusen van ‘Live uit Lloyd’ waar we toen gespeeld hebben voor TV Rijnmond. En daar vandaan konden we weer in Café Ari in Rotterdam spelen. Toen is het plotseling  gaan lopen met de optredens, voornamelijk in de regio Rijnmond.
Wil: Het was ons eerste album dus voor ons was alles ook nog nieuw, maar we hadden wel alle vier, dus ook bassist Henk en drummer Jos, gelijk zoiets van: “hier moeten we mee verder gaan!”. Want veel mensen denken wel dat ze de bluesmuziek kennen maar ze weten totaal niet wat je aan het doen bent. Termen als “suf, saai en oud” hoorde je dan soms, maar  blues leeft juist heel erg bij de liefhebbers hoor. Dus wij dachten zo de opstap gevonden te hebben naar een breder publiek en wilde graag ons steentje bijdragen.
Alex: En de CD was voor ons zelf ook een manier om te ontdekken waar we toen stonden, reacties uitlokken als het waren. En het werd voor ons inderdaad een bevestiging dat we door moesten gaan met het maken van authentieke bluesmuziek. Veel bands gaan van lieverlee toch weer de bluesrock- of de rock kant op maar wij wilde juist dicht bij die basis blijven.

 02) Jerry Portnoy – Mood Room Boogie
Wil: Ik vind dit een geweldenaar! Hij speelde trouwens ook mee met Muddy in het vorige nummer. In het bijzonder de historie achter deze man boeit me. Hij was zo geraakt door de blues, heeft zichzelf harmonica leren spelen en wilde per se bij Muddy in de band. Die heeft meer goede mondharmonica begeleiders gehad natuurlijk zoals George Smith of Little Walter, maar Jerry Portnoy is echt geweldig, nog steeds mijn idool.

 – Kan je ook uitleggen waarom Wil en heeft dat ook met apparatuur te maken?
Wil: Ieder heeft zijn eigen manier van spelen en ik ook. Het is een ontdekkingstocht met versterkers, harmonica’s, microfoons en daar ben je soms jarenlang mee bezig om dat uit te diepen en een eigen sound te creëren. Want uiteindelijk is het eindresultaat het belangrijkste. Ik speel altijd op Seydel harmonica’s die vind ik gewoon het lekkerst spelen (Wil stalt ondertussen de meegebrachte harmonica’s uit op tafel – red.). De Seydel is een merk van een paar  jongens die eerst voor Höhner werkte en in 1847 voor zichzelf zijn begonnen. In Duitsland tegen de Tsjechische grens aan staat die fabriek en daar worden ze nog steeds met de hand gemaakt. Voor mij een perfecte harmonica.
Alex: Dat geldt eigenlijk ook voor gitaristen hè, het is een zoektocht. Zelf heb ik altijd de blues gespeeld, maar voor mezelf. Ik speelde wel in rock- of funk bandjes maar ondertussen was je toch thuis op zoek naar je eigen sound. Kijk, je kunt geweldig blues spelen op een Gibson Les Paul maar ook op een Strat. Ik speel momenteel elektrisch op een Gibson ES model, zo’n Arch Top zoals BB King die ook heeft, puur omdat ik daaruit voor mijn gevoel de lekkerste sound krijg. Maar als slide gitaar pak ik ook wel eens de Fender Stratocaster, net hoe ik me voel en hoe het voelt. Maar soms staar je jezelf ook blind op apparatuur terwijl het eigenlijk niet eens zoveel uitmaakt of je nu op een krakkemikkig ding speelt of op iets nieuws, je eigen sound moet je er toch altijd zelf inleggen.

 03) Canned Heat – On The Road Again (Alan ‘Blind Owl’ Wilson)
Wil: Canned Heat! Ik ken deze harmonicaspeler niet maar hij klink wel geweldig. Zijn sound zit zogezegd precies op het juiste warmteniveau voor dit nummer. Ik draai het thuis nog wel eens, dan pak ik die elpee van Canned Heat uit de kast en draai ik alleen dit ene  nummer, ha ha… Een heerlijk sfeervol harmonicaatje ook.
Alex: Het aardige is ook, deze band heet Canned Heat, ik luister de laatste tijd nogal veel naar jaren dertig opnames van de Amerikaanse Delta Blues muzikant Tommy Johnson. Zijn mooiste nummer vind ik dus ‘Canned Heat Blues’ en ik denk dat deze jongens hun band ook daarnaar vernoemd hebben.

 – Hoe zit het met jullie live optredens, hoe vaak spelen jullie gemiddeld per maand en wat voor soort ‘juke joints’ zijn dat?
Wil: Ja, dat is heel verschillend, momenteel treden we twee tot drie keer per maand op. De locaties variëren van kleine kroegjes tot grote podia of waar we maar geboekt worden. Als we eruit kunnen komen met de kroegbaas of met de boeker wil ik elke week gewoon spelen, maakt mijn niet uit waar. En de ene keer sta je voor 1.500 man en de andere keer weer voor 50 personen. Jullie hebben ons gezien op festivals maar niet zo lang geleden ook nog in de Cultuurschuur, nou dat was heel intiem maar de mensen waren er wild enthousiast, dat is toch het mooiste wat er is?!
Alex: En als er op een festival 1.500 man zijn en maar 100 daarvan vinden het goed, dan doen wij het dus voor dié honderd man, geen probleem. Sfeer is ook belangrijk hè, een paar weken geleden speelde we in Poppodium Bibelot Dordrecht in het kader van het Big Rivers Festival. Een sfeervol gebouw en leuk publiek, dat stimuleert je wel hoor.

 04) Bob Dylan – All Along The Watchtower
Alex: Ja, Bob Dylan is natuurlijk fantastisch en dat blijft hij. Een geweldige tekstdichter ook. Blind Willie McTell was één van de idolen van Bob Dylan en hij heeft hem in de jaren tachtig zelfs vereerd met de song ‘Blind Willie McTell’. De manier van zingen, het lijzige en lome timbre komt ook overeen. Daarmee wil ik zeggen dat Dylan zijn roots ook deels in de blues lagen. En in de folk natuurlijk, hij was één van de eerste folkmuzikanten die elektrisch ging spelen en dat werd hem niet door iedereen in dank afgenomen.
Wil: Bob Dylan en Neil Young hebben ook een bepaalde invloed op mij gehad, hun harmonicaspel is toch ook weer heel apart.

– Alex jij schrijft de meeste teksten én composities, hoe ga je daarin te werk?
Alex: Meestal zit ik gewoon wat te fiedelen op mijn gitaar en als ik een bepaalde lick of leuke hook heb speel ik dat een paar keer voor mezelf. En eigenlijk denk ik dan nog niet eens diep na over de tekst maar ik verzin een paar regels, daar omheen bouwen we later dan het nummer. In mijn teksten probeer ik te omschrijven hoe iets voelt, dat is het eigenlijk wel. Vroeger liet ik al het wereldleed op me inwerken maar dat doe ik niet meer, dat kwam vaak zo hard binnen. Ik wil me er nu juist van afschermen en ik gebruik mijn teksten en muziek als een soort escape. Dat klinkt misschien dramatisch maar zo is het gewoon, dat is mijn manier van werken en in dat opzicht heb ik met de bluesmuziek wel de juiste hantering gekozen.
Wil: We zitten wekelijks in de oefenruimte, Lex komt dan meestal met een ideetje, melodielijn of stukje tekst en dan kleuren we het als het waren verder met z’n allen in.
Alex: Ik heb dan ook al vaak een idee voor de sfeer van zo’n song; moet het een swing-ding worden of juist iets kleins en meeslepend.

 05) Johnny Cash – Orange Blossom Special
Alex: (zingt het wederom direct mee) Ja,’Orange Blossom Special’ één van mijn favoriete Cash nummers! Voordat ik met Wil samen ging spelen deed ik ook veel van dit soort werk, hier houd ik erg van ja.

 – ‘The Man in Black’ viel op door zijn diepe baritonstem. Jij hebt ook een apart stemgeluid, vergelijkbaar met Tom Waits. Heeft dat een oorzaak (nicotine, cafeïne?) en moet je de stembanden enigszins forceren bij live optredens?
Alex: Nou ja, die oorzaak zie je hier ha ha (Alex wijst op het pakje zware shag en de Cola voor hem op de tafel – red.). Whisky is ooit overvloedig geweest maar nu niet meer, het zal best wat invloed hebben maar een stemgeluid heb je toch van nature. Ik hoef niets te forceren want dit is gewoon mijn stem zoals je nu ook aan mijn spreken hoort. Alleen ikzelf ben niet zo gek op mijn eigen stem en de jongens hebben me echt moeten stimuleren om die wel goed te gebruiken nu ik leadzanger ben. Ik zong eerst altijd wat ingehouden want ik hoorde mezelf niet zo graag, maar nu doe ik het wel met volle overtuiging. Vandaar dat de vocalen op ‘Hard Times’ ten opzichten van onze eerste CD misschien wat donkerder klinken. Naar Tom Waits luister ik ook graag en hij zingt ook echt met zijn natuurlijke stemgeluid. Maar ik hoor wel dat hij zelf weer goed naar Howlin’ Wolf heeft geluisterd. Draai ‘Smokestack Lightning’ maar eens een keer, zelfs Waits zijn gitarist Marc Ribot speelt daarop als Wolf. Dus invloeden zijn er altijd en zeker als je iets of iemand waardeert.

06) Charlie Musselwhite – I’m Goin’ Home
Wil: Ja, ik ben wel Musselwhite fan. Maar ik vind zijn zang aanzienlijk minder dan zijn harmonicaspel. Zijn harpspel is gewoon geweldig, met een fantastische keelvibrato. In mijn vorige band ‘5 over 10’ deed ik zelf ook een combinatie van harmonica en zang. We deden toen veel covers van onder andere Dylan en Young, waar we het eerder over hadden. Ik kan vocaal best aardig rock and roll repertoire aan maar ik heb geen echte bluesstem, hoewel ik live nog wel achtergrondvocalen voor mijn rekening neem. Het is ook zeker niet uitgesloten dat we op een volgende CD de vocalen wat meer gaan verdelen om meer diepte te krijgen. Maar Lex blijft de lead-partijen verzorgen natuurlijk.

 – Jullie zijn echte Blues mannen en veel onderweg, maar jullie hebben ook een gezin en dus een privé-leven. Is één en ander nog wel te combineren?
Wil: Ik kan dat nog goed combineren maar soms zit het wel op het randje hoor. Als je twee of drie keer per week moet spelen, wat soms ook gebeurd, moet je echt alle zeilen bijzetten. Compromissen sluiten dus, bijvoorbeeld door erna weer even een week of twee niks te doen. Henk en ik onderhouden ook de website nog en we verzorgen de promotie voor de band. Wat natuurlijk nodig is om jezelf op de kaart te zetten, maar ook dat vergt veel tijd. Tot op heden is het allemaal nog te overzien.
Alex: Het is ook een stukje ervaring hoor, we zijn niet meer zo eager dat we koste wat het kost zo nodig moeten spelen voor een habbekrats. We krijgen er nu naar behoren voor betaald, in ieder geval voldoende om de koste te kunnen dekken. En zo houden we het overzichtelijk en blijven we er plezier aan beleven.
Wil: Ik kom na ieder optreden nog lachend thuis hoor, haha. Het wordt zo alleen maar leuker joh!
Alex: Ik moet wel zeggen, ik ben een vrij emotioneel mens en die gevoelens leg ik ook in mijn optredens. Dat kan soms dusdanig zwaar zijn dat ik na een avondje optreden gewoon kapot ben. Dan leg ik er zoveel lading in, maar dat is tevens de enige manier om het goed te doen voor mij.
Wil: Op dat soort momenten nemen wij ook dingen van elkaar over hoor, we hebben gauw van elkaar door of iemand er doorheen zit. Dan treedt de ander weer wat meer op de voorgrond en neemt de partijen of aankondigingen waar. Dat soort dingen voel je gewoon aan.

 07) Mick Jagger with the Red Devils – Checkin Up On My Baby (Lester Butler)
Alex: Mick Jagger en ook de andere Stones hebben een belangrijke rol gespeeld in het proces hoe wij nu tegen blues aankijken.
Wil: Lester Butler heb ik ooit in Het Paard in Den Haag live gezien (1998 – red.) Een onvergetelijke show, hij klom op de speakerboxen en de hele tent ging uit zijn dak. En bij het nakaarten aan de bar kwam hij plotseling naast me staan. Toen heb ik gauw de CD ‘Thirteen’ van hem gekocht en die door hem laten tekenen. Kort erop overleed hij jammerlijk, dus die CD en die herinnering koester ik wel ja.

 – Alex jij hebt in 2008 samen met je tienjarige zoontje rondgetrokken door Mississippi en jullie hebben daar o.a. plekken gezien waar Muddy Waters vroeger verbleef, en memorabilia gezien zoals de mondharp van Sonny Boy. Wat heeft dat voor invloed op jou en je zoon gehad?
Alex: Mijn zoon drumde al vanaf zijn achtste jaar en na die trip is hij ook gitaar gaan spelen. Tja, dat is prachtig natuurlijk als je zoiets met je zoon kan doen. We zijn in clubs geweest in Claksdale en je heb daar nog van die ouwe plantations waar ze elke dag blues spelen. Dat maakte op mij veel indruk laat staan op zo’n jochie. Hij houdt ook van die sfeer en heeft het er nu nog steeds over. Zelf houd ik ook het meeste van de echte ouwe Delta Blues, meer dan van de Chicago Blues. Robert Johnson, Son House en Blind Willie Johnson zijn mijn grote voorbeelden op dat gebied. Je luistert al zó lang naar die muziek en als je daar dan zelf rijdt zit je midden in hun wereld, ontwikkelingsgebieden en armoede. Je hoort het en je ziet het, zo’n half vervallen bordje met ‘Rolling Fork’, de plaats waar Muddy Waters is opgegroeid (en dat ook voorkomt in de klassieke blues song ‘Baby Please Don’t Go’), een heel speciaal gevoel! Ik heb altijd heel veel geluisterd naar ouwe dingen van juist die mannen. En zelf ook geëxperimenteerd met verschillende stemmingen; wat is daar mooi bij en wat niet? Zodoende mijn slide gitaarspel ook zelf ontwikkelt. Wel wat tips gehad natuurlijk, zoals: de vinger achter je slide moet je wel op de snaren leggen anders gaat alles mee resoneren, van die dingen.

 08) Bruce Springsteen – The River
Wil: Springsteen hoort voor mij in dat zelfde rijtje als Bob Dylan en Neil Young. Alle drie levende legendes die nog steeds optreden. Nummers waar ik een lekker gevoel bij krijg, zeker door die harmonica. Ze spelen wel straight harp naar mijn idee, het heeft niet direct iets met de blues te maken, of ik heb de verkeerde platen in de kast staan. Maar alle drie zijn het zeker mannen die ook aan de basis stonden van mijn mondharmonicaspel.

 – Alex je bent daar in Mississippi terecht gekomen in het Riverside Hotel van eigenaar ‘Ratt’ Rattclif die er al vanaf de jaren 40 verblijft. Sindsdien noem je jezelf ‘Alex Riverside Jr.’ Rivieren, meren, zee… heb je iets met water en waar liggen jouw roots?
Alex: Ik ben opgegroeid in Lekkerkerk en woonde vlakbij de rivier De Lek. En van kleins af aan was ik altijd bij of op het water te vinden. En nog steeds, want ik vind het leuk om af en toe eens te vissen, of snoeken. Water heeft op mij wel een bepaalde aantrekkingskracht, ik word er rustig van. Mijn vader heette net als ik ook Alex dus werd ik thuis ook wel ‘Junior’ genoemd. Eén van de mooiste nummers van Robert Johnson is naar mijn mening ‘Traveling Riverside Blues’. Dus vandaar die bijnaam: Alex Riverside Jr.
Wil: Ik ben opgegroeid in het Westland en wordt nu tamelijk onrustig van die regen, gnagna… (juist tijdens deze vraag klettert er een zomerse hoosbui op het dak van de zolder waar we zitten – red.) Mijn bijnaam Big Will hoef ik denk niet uit te leggen.

 09) Stevie Wonder – Isn’t She Lovely
Alex: Blind Stevie! Over bijnamen gesproken…
Wil: En ‘Wonder’ is ook niet zijn echte naam denk ik?! (zijn echte naam is: Stevland Hardaway Morris – red.) Wel een een briljante chromatische harp solo.

 – Een wonder of een mirakel is een indrukwekkende vaak onverklaarbare gebeurtenis. Meestal door verwijzing naar een bovennatuurlijk wezen. Hebben jullie iets met religie, spiritualiteit of wellicht met bijgeloof?
Wil: Dit nummer symboliseert de geboorte van Stevie zijn dochter destijds en dat is ook een wonder natuurlijk! Op het geboortekaartje van onze derde dochter Memphis die nu 2 jaar is stond ook ‘Isn’t She Lovely’. Daarom is dit voor mij persoonlijk een mooi lied met herinneringen. En… wederom actueel want Alex zijn meisje is momenteel ook zwanger.
Alex: Ja inderdaad. Met religie of spiritualiteit heb ik ook niet veel maar wat ik wel wonderbaarlijk vond was dat ik onlangs een speciale gitaar heb gevonden waar ik al jaren lang naar op zoek was. Die kwam ik heel toevallig tegen op eBay Duitsland, en in een excellente toestand! Het is een akoestische ladder braced Kalamazoo KG-14 uit 1935, ik ben er apetrots op! Volgens Johnny Shines die nog met Robert Johnson heeft gespeeld was dat Johnson zijn favoriete gitaar, het model dat ook op die ene bekende zwart-wit foto te zien is. De Kalamazoo was een ondermerk van Gibson en werd vanaf eind jaren twintig en begin jaren dertig tijdens de Grote Depressie verkocht aan de arbeiders, wat toen de bluesmen waren. En door die ladder bracing krijg je een desolaat geluid wat prachtig is! Het authentieke Robert Johnson geluid valt natuurlijk nooit echt te benaderen die man was zó uniek. Een mooi verhaal van Muddy Waters doet de rondte dat hij hem ooit live zag spelen en toen direct weer weg liep. Hij vond het een gevaarlijke man, maar Johnson’s muziek was gewoon te heftig en emotioneel té zwaar geladen. Zijn timing, coördinatie en concentratie waren heel bijzonder. Maar ik vind het gewoon leuk om ook nummers van hem te spelen op de Kalamazoo.

10) Jean Toots Thielemans – You’re My Blues Machine
Wil: Ik heb ‘Toots’ live gezien toen hij 80 jaar werd met een optreden in Den Haag. Ik dacht toen; laat ik maar gaan kijken want zoveel kansen krijg ik niet meer om zo’n legende in levende lijve te aanschouwen. Maar ook hij blijft gaan want inmiddels is hij alweer 86 geloof ik! (89 jaar – red.)

 – Het draait in deze maatschappij tegenwoordig meer dan ooit om marketing mechanismen. Ook de muziekindustrie wordt bepaald door mediamagnaten. De meeste onafhankelijke bluesbands hebben het financieel niet makkelijk. Wat is jullie strategie om je creativiteit ook nog eens winstgevend te maken?
Wil: Het begint altijd ergens mee hè? Al bij het uitbrengen van onze eerste CD werd er automatisch een soort van agenda aangemaakt. Daar kan je dan tijd insteken of het op zijn beloop laten. Maar als je het op zijn beloop laat gebeurt er over het algemeen niet veel. Dus je moet je CD’s en activiteiten promoten en aantrekkelijk zien te maken voor de mensen. Daar zijn de nieuwe media zoals YouTube, Facebook en Twitter natuurlijk perfect voor.
Alex: Je moet ook een beetje geluk hebben. We hebben voor de tweede CD intensief samengewerkt met Peter Struijk, de bekende gitarist uit Den Haag. En de CD is ook via zijn label (Blueshine Records – red.) uitgekomen. En dan gaan er ook weer andere deurtje open want via zijn maatschappij kwamen we weer bij Bol.com terecht en allerlei andere internetwinkels waar je als independent bandje normaal gesproken nooit tussen komt. Dus die mazzel moet je ook wel eens hebben.
Wil: Vanmorgen heeft Johan Derksen ook weer een nummer van de CD ‘Hard Times’ in zijn radioprogramma gedraaid, daar wordt naderhand toch over gesproken door luisteraars hè. En het streelt ons dan weer dat zo’n gerenommeerde kenner van de bluesmuziek Big Will & The Bluesmen gewoon goed blijkt te vinden!

 11) Tom Manders met Hotcha Trio – Het Borstelnummer (Dorus)
Wil: Ha ha Dorus, leuk. Een hele ouwe playback act. En hij speelde echt behoorlijk goed mondharmonica heb ik begrepen. Zulke acts heb je nu ook nog wel hoor, bijvoorbeeld de Adam Gussow one-man band met zijn kick and stomp act en kom, hoe heet die Canadees ook alweer? Son of Sam dacht ik.
Alex: Big Joe Williams trok vroeger ook langs de steden met zijn neef de multi-instrumentalist J.D. Short, en die had dan ook nog eens een basdrum op zijn rug! Over muzikale ‘zwervers’ gesproken: mijn opa was voor de oorlog straatmuzikant en speelde ook mondharmonica. Toevallig heeft mijn moeder pas geleden zijn vergunning uit 1932 terug gevonden. Daarin stond dat hij van onbesproken zedelijk gedrag was en toestemming had om als straatmuzikant door Nederland te trekken. Mooi toch?

 – Met bands als Livin’ Blues en Cuby + Blizzards ontstond er in de jaren zestig ook een Nederlandse blues scene. Eigenlijk kopieën van hun Amerikaanse voorbeelden. Wél authentiek is het naoorlogse Nederlandse cabaret, ‘zwerver’ Dorus had destijds met dit ‘Borstelnummer’ een (zwart/wit) tv-hit. Vinden jullie ook niet dat blues zo’n serieus genre is en soms wel wat luchtiger kan?
Alex: Nou, de one-man bands waar we het net over hadden waren en zijn er ook voor de entertainment. En het is ook echt niet alleen maar ellende hoor waarover gezongen wordt, soms is het best wel licht te verteren. ‘Waiting On A Train’ van ons is ook een happy song, tekstueel ook.
Wil: Je hebt ook Happy Blues, feelgood melodietjes. ‘I Feel So Good’ van Muddy is daar een mooi voorbeeld van of ‘Shake Your Moneymaker’ en ‘Kansas City’ is ook wel een vrolijk ding. Ik kreeg trouwens eens een e-mail van iemand uit Mississippi die ons op YouTube had gezien en hij schreef: “jullie overgrootouders zijn de uitvinders van de slavernij en nu spelen jullie zelf de blues, dat snap ik niet helemaal… maar het klinkt wel geweldig!” Ha ha. Er zit wel wat in hoor want in de regel wordt bluesmuziek niet gemaakt door iemand die in een villa woont, zes auto’s voor de deur heeft staan en drie boten aan zijn steiger heeft aangemeerd. Blues heeft wel degelijk met een sociaalmaatschappelijke positie te maken en wordt niet zomaar in een Vinex-wijk verzonnen.

 12) J. Geils Band – Whammer Jammer (Magic Dick)
Wil: In 1982 live in de Kuip met George Thorogood en de Rolling Stones, onvergetelijk! Eigenlijk vond ik de J. Geils Band met Peter Wolf en Magic Dick toen beter dan de Rolling Stones. Ik heb toen ook gelijk een LP van ze gekocht.

 – Blues is een emotionele uiting, dat geldt ook voor de huidige ‘welvaart blues’. Bezorgt het gejammer van bepaalde mensen/groeperingen jullie ook frustraties, en kan je daar iets mee Alex? Alex: Helemaal niets. Eerlijk gezegd heb ik me door de jaren heen helemaal afgesloten voor het gejammer van anderen. Wat je in onze muziek terug hoort komt puur vanuit mezelf en hoe ik het persoonlijk meemaak. De teksten zijn daar ook weer een reactie op.

 13) John Mayall – Room To Move
Wil: Een klassieker! Mayall heeft de harmonicablues met dit nummer op de kaart gezet. Toen ik Alex voor het eerst ontmoete had hij ook harmonica’s in zijn gitaarkoffer zitten en hij speelt nog steeds een aardig stukkie bluesharp moet ik zeggen. Maar de rollen zijn nu anders verdeeld.

 – Gaan jullie het album ook als download aanbieden op Internet? En wat doen jullie verder aan promotie en distributie?
Wil: Je kunt de nummers nu al downloaden met iTunes via Internet. En behalve bij Bol.com is de CD ook te koop bij Free Record Shop en CD Baby, dat is voor ons al pure reclame natuurlijk. Verder signeren en verkopen we onze CD’s tijdens concerten en gaat er een deel van de 1.000 gedrukte exemplaren naar de concertpromotors en naar de pers. We hebben een bepaald doel voor ogen en als het beoogde aantal verkocht is duiken we met het verdiende geld de studio weer in om een derde CD op te nemen. Of dat nu binnen een jaar gebeurt of langer duurt, we zien wel. Verder hebben we onze sponsor Geert van Ek die we ook wel eens gekscherend het vijfde bandlid of ‘the mysterie guest’ noemen. Behalve financieel staan Geert en zijn vrouw Laura ons ook bij met raad en daad, onze grootste fans eigenlijk.

 14) Big Will & The Bluesmen – Hard Times (Big Wil)
Wil: Kippenvel! Hi hi.
Alex: Mooie live sound hè? Live opnemen in de studio zorgt voor meer dynamiek en onze bassist Henk Wessels en drummer Jos Waal kwamen zo ook beter tot hun recht. Bovendien werk je sneller wat meegenomen is want een studio afhuren is erg duur.

– ‘Hard Times’ is ook weer opgenomen in de Westeinder Studio in Rijnsaterwoude. Waarom hebben jullie juist voor deze professionele muziek- en geluidsopnamestudio gekozen?
Wil: We hadden een selectie gemaakt van drie studio’s en toen we in de Westeinder Studio gingen kijken sprak dat ons direct aan. De apparatuur is geavanceerd maar ook de klik met de opnameleider was er gelijk. Ze hadden al een flink aantal grotere producties gedaan maar nog niet veel blues. En dat vonden wij juist wel een uitdaging. We hebben het album live in de studio ingespeeld want van instrumenten afzonderlijk opnemen zijn we niet zo’n fan, te statisch voor onze muziek. Het voordeel van ‘live’ was wat mij betrof dan ook dat ik het bluesgevoel eerder te pakken had, al was het tien uur ‘s morgens. Na afloop was ik ook verbaasd over hoe goed het erop stond, niet normaal meer!
Alex: Alleen de lapsteel van Henk Heijlema is apart opgenomen omdat dat organisatorisch niet te regelen was. Henk (ook op mandoline – red.), pianist Gerbrand Schoenmaker en gitarist Peter Struijk waren er verder ook gewoon bij tijdens de opnamedagen. Daarna afmixen en vervolgens laten masteren, dat heeft wel een paar maanden in beslag genomen. Dat geeft ook niet want dan heb je weer de tijd om alles te organiseren zoals het cover artwork, concerten, de releaseparty, enzovoorts.

 15) Hokie Joint – This Body Of Mine (Giles King)
Wil: Ik ken de band wel maar het nummer en de harpspeler niet, maar het klinkt wel lekker.

 – Er staan twee instrumentale nummers op ‘Hard Times’ namelijk ‘Big Will Theme’ en ‘Laura Song’. Hoe zijn die tracks ontstaan?


Wil: ‘Big Will Theme’ is ontstaan in de oefenruimte, ik weet niet meer wie van ons twee dat inzetten maar zoiets ontstaat gewoon en daar gaan we dan met z’n vieren op verder borduren. Met ‘Laura Song’ hadden we wel een duidelijk idee, het moest klinken of dat je met een kar over het land zou rijden en de kippen achter je aan rennen.
Alex: Dat begint aanvankelijk ook gewoon thuis op de bank in een fingerpicking Bluegrass stijl. Het heette eerst ‘Chicken Picking Afternoon’ maar het werd: ‘Laura Song’, naar de vrouw van Geert, waar we ook een hele goede band mee hebben. Ze wonen op een boerderijtje met beesten waaronder kippen, dus dat vonden we wel passend. Het lied was een verrassing voor haar.

16) The Fabulous Thunderbirds – In Orbit (Kim Wilson)
Wil: Kim Wilson ook een idool van mij! De combinatie van zang en harmonica is bij hem wel oké! En dat komt niet vaak voor want het is óf een lousy zanger maar hij speelt goed bluesharp, óf het is andersom. Ik heb Kim Wilson ook een paar keer live gezien, in de jaren tachtig nog met de Thunderbirds en met Jimmy Vaughan erbij. En ik heb Stevie Ray Vaughan zelf trouwens ook nog voor zijn dood live zien optreden, in Ahoy Rotterdam… én Rory Gallagher…

– Je ga me toch niet vertellen dat je Jimmi Hendrix ook nog live gezien hebt hè Wil?
Wil: Ha ha, nee dat dan weer niet, maar… ik kén wel iemand die hem heeft zien optreden! En hij zei daarover: “hij was oké”, wha ha ha!

 – Wat zou wat jullie betreft in de toekomst een fabuleuze ontwikkeling zijn voor Big Will & The Bluesmen? Wat zijn jullie verdere plannen?
Wil: In ieder geval op grote festivals spelen en een droom zou zijn om naar Amerika te gaan met deze club. Waarschijnlijk gaan we een paar festivals in Europa doen, althans aanvragen van een Franse promotor zijn al binnen. Onze eigen Tour de France zeg maar, en dan een week op reis met je harmonicaatje ha ha…
Alex: Toevallig gaat Peter Struijk volgende maand naar Chicago. Daar zal hij een paar nummers meespelen op de nieuwe CD van Liz Mandeville. Samen met Willie “Big Eyes” Smith, de voormalige drummer van Muddy Waters en met saxofonist Eddie Shaw die nog bij Howlin’ Wolf heeft gespeeld. Dus dat is een leuk project wat hij gaat doen. Hij heeft er ook veel connecties waaronder de Chicago blueszanger Tail Dragger. Hij mag daar wat ons betreft gerust wat CD’s afgeven hoor. We zijn blij dat hij ons de kans heeft gegeven om bij zijn label Blueshine Records (DMI) uit te komen. Ik heb verder niet de illusie om met muziek maken fulltime mijn geld te gaan verdienen hoor, maar ik sluit ook niets uit. We zijn in 2010 de weg van geleidelijkheid ingeslagen en daar zit nu een mooie stijgende lijn in. Ondanks dat blijven we wel alle vier met de voetjes op de grond staan. We zijn gewoon een leuk bandje met nieuwe perspectieven.

Als slotakkoord geeft het duo Big Will & Riverside Jr. tijdens de fotosessie een mini privé-concert (’Trouble In Mind’) waarin ze aantonen dat authentieke blues sterk is door de eenvoud.
[bekijk voor meer Big Will & the Bluesmen nieuws en hun agenda www.bigwill.nl]

Geef hier uw commentaar