Persoonlijke geloofs- beleving in een eredienst door Moke

gezien & gehoord op zaterdag 15 oktober 2011 in WestlandTheater De Naald te Naaldwijk
voorstelling: Till Death Do Us Part [originals]  door  Moke
regie: Titus Tiel Groenestege;  visuals: Heleen Blanken
review door Giel van der Hoeven met foto’s van Arjan Vermeer

 

Na twee albums ‘Shorland’ (2007) en ‘The Long And Dangerous Sea’ (2009), en na ruim vier jaar te hebben opgetreden in clubs, zalen en op festivals vond de Amsterdamse Britpop en Indie rockband Moke het tijd om de theaters in te gaan. Dit ontstond op initiatief van de Moke drummer Rob Klerkx die in de theatershow naast zijn gebruikelijke akoestisch drumstel ook percussie en op de elektronische drumkit speelt. Dit geeft al aan dat de band zich qua volume ook op de theater podia zeker niet inhoudt. Behalve dat dit inherent is aan de songs die gespeeld worden was dit ook dé voorwaarde voor zanger/gitarist Felix Maginn, die het liefst ‘gewoon lekker lawaai wil maken’. En juist Maginn staat het meest in de spotlights in ‘Till Death Do Us Part’. En ook van de gebruikte thema’s staan ‘verlies & dood’ persoonlijk het dichtst bij de sympathieke Mokkummer met Ierse roots. Behalve verdriet komen er ook aardse zaken zoals liefde en vriendschap aan bod. Maar wie voor een avondje lachen komt of een Moke gratest hits show verwacht kan beter niet naar deze voorstelling gaan.

Behoudens de lichte hilariteit tijdens de valse start door een technische storing (een doek wilde aanvankelijk niet zakken) had het Westlandse publiek dit goed begrepen. Gedurende de gehele show was het – afgezien van het herhaalde respectvolle applaus – muisstil in de Naaldwijkse Naald terwijl er 20 coversongs werden ver-Moked. Want behalve de bandnaam was ‘Moke’ ook de bijnaam van Felix Maginn zijn geliefde Ierse oom die vorig jaar aan kanker is overleden. De band is naar hem vernoemd en middels deze voorstelling wordt uncle Moke dus ook postuum een eerbiedige muzikale eer bewezen. Dood en verdriet zijn nog altijd een beetje taboe in onze Westerse samenleving. We worden vaak geacht individueel of tenminste als groep in privé verband ons verdriet te verwerken. En juist daarom is het gewaagd maar ook dapper dat Moke deze thema’s op het podium durft te behandelen. En het theater, waar de oervorm van dramatiek is ontstaan, is daar natuurlijk ook het meest geschikt voor. Een kleine veertig voorstellingen zal Moke in drie maanden tijd in de Nederlandse theaters en schouwburgen geven. Helemaal nieuw is dit natuurlijk ook weer niet voor een populaire rockact. Nick Cave bracht met the Bad Seeds zijn ballades die hoofdzakelijk over moord en doodslag handelen, ‘the murder ballads’ ook al meerdere malen live ten gehore. En ook Lou Reed’s interpretatie van ‘The Raven’ met gedichten van Edgar Allan Poe stond nou ook niet bepaald bol van vrolijkheid (maar was wel magistraal). Zo zijn er ongetwijfeld nog tientallen vergelijkbare voorbeelden te noemen. Pas sinds de laatste twee decennia wagen populaire Nederpopbands zoals Golden Earring, Bløf, Di-rect, Van Dik Hout en Kane zich ook in het intieme theater waar fans op het rode pluche vaak (semi)akoestische shows bij kunnen wonen. Maar wat Moke doet is zeker wel uniek in Nederland; bijna uitsluitend coversongs met een gelijksoortig thema en een zelfde zwaarmoedige inslag spelen. Al zal ‘Till Death Do Us Part’ toch de jonge die hard fans (excuses voor de woordspeling) het minst aanpreken vermoed ik.

moke151011fade

Voor de pauze speelt de band elf stuks ‘dark side of the 80’s songs’ die het vijftal individueel en eigenhandig – en naar verluidt niet zonder slag of (moker)stoot – selecteerde. Er zijn natuurlijk oneindig veel liedjes die over de dood en verdriet gaan maar de Moke-mannen hebben na ampel beraad hún mooiste uitgekozen. En gelukkig is het geen uitvaart top-20 geworden. Wie enige affiniteit heeft gehad met de jaren tachtig newwave scene of de negentiger jaren subcultuur zal de meeste composities bekend in de oren klinken. Verrassend genoeg is het openingslied een jaren zestig cultsong van Jacques Brel. Gegrepen door de Engelse vertaling ‘My Death’ (1967) door Scott Walker heeft het lied de Mokers niet meer los gelaten en is dit het hoofdthema van de show geworden. “My dead is like a swinging door” zingt Felix Maginn ingetogen in het duister onder een heen en weer zwaaiende spotlamp nadat het geluid van een trager wordende hartslag en steeds luider piepende hartslagmonitor is weggeëbd dan wel opgehouden. Prachtige visuele effecten van open- en dichtslaande deuren ondersteunen de sferische muziek. Zo ook bij ‘Never Tear Us Apart’ van INXS dat er naadloos op volgt. De animaties, projecties en filmbeelden vormen gedurende de hele show stemmige theatrale effecten. Het zijn knap gemaakt visuals van wolkenpartijen, reflecties van bomen en takken, glas-in-lood ramen en andere gebruikelijke of ongebruikelijke en spannende objecten die gemaakt zijn door Heleen Blanken (1980). Zij studeerde in 2008 af aan de Gerrit Rietveld Academie in de richting Fine Arts. Het productieteam onder leiding van regisseur Titus Tiel Groenestege heeft er visueel een adembenemende bijna sinistere voorstelling van gemaakt. De belichting wordt sober gehouden en de getailleerde Karl Lagerfeld design kleding van de vijf heertjes ziet er zoals altijd ook weer slick uit.

moke151011drum

Omdat men doorgaans naar een theater gaat om zich te laten verrassen door een (muziek)voorstelling gaan we niet alles prijs geven uiteraard. Maar een kijkje in de liturgie moet kunnen, temeer omdat de persoonlijke geloofsbeleving belangrijker blijft dan de plechtige eredienst zelf. De terugkerende visuele teksten zoals “My dead is like a swinging door”, “Do I love you?” en “Fading away” stemmen tot nadenken en bezinning. Zo ook songs met teksten als ‘The Drugs Don’t Work’ (The Verve), ‘Tinseltown in the Rain’ (The Blue Nile) en ‘The Maker’ van Daniël Lanois. Het onheilspellende lied ‘There is a light that never goes out’ (The Smiths) lijkt geknipt voor Felix Maginn’s stem welke soms vergelijkingen vertoont met het karakteristiek stemgeluid van Morrissey. Een stem die door sommige afgedaan wordt als monotoon en zeurderig maar bij dit repertoire natuurlijk uiterst melancholisch en meeslepend klinkt. Eigenlijk gaat dit na de pauze nog meer op voor de uitvoering van Echo & The Bunnymen’s ‘The Killing Moon’. Maginn’s vocale performance benadert die van Ian McCollough met briljante frasering tot in de perfectie. Blijkbaar voelt Moke zich nauw verbonden met The Bunnymen want hun eigen compositie ‘This Plan’ wordt gewiekst met ‘The Killing Moon’ gecombineerd. En denk niet dat het deze avond uitsluitend een cult gebeuren uit vervlogen tijden betreft, ook prachtige bewerkte songs van bekendere hitartiesten als Joan Osborne en Duran Duran komen voorbij. En zelfs klassiekers van de mega-acts die je Bruce Springsteen, U2, Prince en Queen toch wel mag noemen. Stuk voor stuk op originele, stemmige, spirituele of religieuze wijze gezongen en gespeeld door Felix Maginn, gitarist Phil Tilli, drummer Rob Klerkx, bassist Marcin Felis en toetsenist Eddy Steeneken.

Het gedicht ‘Dead’ van de Engelsman Robert von Ranke Graves wordt begeleidt door het ritmische geluid van een zwarte akoestische uitvaart trommel. ‘Willy McBride’, a capella gezongen door Felix Maginn, vertelt het verhaal van een jongeman die stierf in de Eerste Wereldoorlog. Het lied wordt gelardeerd door wederom knap vervaardigde visuals en historische zwartwit beelden. Jake Burns van de Ierse band Stiff Little Fingers populariseerde dit traditionele rouwlied ook al eens eerder. Met voornamelijk jaren negentig materiaal wordt er langzamerhand met liederen van geloof en toewijding toegewerkt naar een geef-niet-op apotheose. De emotionele lading van Queen’s ‘The Show Must Go On’ mag genoegzaam bekend zijn. Met de ingetogen versie van Moke krijgt het strijdlied er nog een extra dimensie bij, die van een hoopvol luisterlied. De muzikale uitsmijter ‘In Your Room’ kennen we van Depeche Mode in verschillende variaties en als diverse remixes. Het is Moke’s keuze om na de toegenomen intensiteit van het afgelopen anderhalf uur naar een climax te werken. Om als finishing touch nog één keer met een solistische akoestische tranentrekker van Elvis (’That’s When Your Heartaches Begin’ – 1953) terug te keren. ‘Till Death Do Us Part’ is een indringend schouwspel van overpeinzingen geworden. Over gebroken-, kloppende- en niet meer kloppende harten en alle emoties die daarmee gepaard gaan. Gevoelige onderwerpen, maar niet voor Moke. Om de dooie dood niet. Rock In Peace.

 

Het fotoalbum van Moke’s optreden in De Naald:

 

Geef hier uw commentaar