Bluesther staat stevig op de kaart

Verslag van het Bluesther festival in JJ Music House, Zoetermeer, vrijdag 14 november 2014 door Ton Kok, met foto’s van Pemmy Larmené (www.bluesontheroad.nl)

Het Bluesther Music Agency werd eerder dit jaar opgericht door Esther Menke en wordt door haar gerund met behulp van zoonlief Dion Riezebos. Vrijdag 14 november jl. liet Bluesther zien inmiddels stevig op de kaart te staan. De drie bands uit de stal gaven er acte de présence in een vrijwel uitverkocht JJ Music House in Zoetermeer en lieten horen en zien dat de kwaliteit van dit agency niets te wensen overlaat.

 

 

Aan Fat Harry & the Fuzzy Licks de eer de avond te openen. Vanaf het openingsnummer, het instrumentale “Cold Sweat” zat de stemming er goed in en Harold van Dorth (gitaar en zang) en zijn mannen wisten deze van het begin tot het eind vast te houden.

De band weet een prima set neer te zetten met veel Chicago blues en een lekkere dosis Memphis Soul. J.B. Hutto’s “Slippin’ & Slidin’” ging naadloos over in Little Junior Parker’s “Mystery Train”. En Harold, zelfs de gemiddelde oudere bluesrockfan kent J.B. Hutto natuurlijk door Rory Gallagher’s vertolking van diens “Too Much Alcohol”.

Met nummers als “Jealous Man” en “Hard Lovin’ Man” laat hij horen ook als songwriter zijn mannetje te staan. De ondertussen vertrouwde wandeling door het publiek werd dit keer uitgevoerd tijdens de B.B. King klassieker “How Blue Can You Get?”. Bassist Hassan Abudaldah en drummer Jacco van den Heuvel leggen een stevig ritme neer, Jan de Ligt laat zijn tenorsax scheuren en toetsenist René Schutte zorgde vulde alle gaatjes op en krijgt op piano en orgel voldoende ruimte om te soleren.

Al met al een perfecte opening van de avond.

 

 

 

 

 


Little Steve & the Big Beat
nemen het estafettestokje over. Ook zij openen met “How About It” op instrumentale wijze en ook hier een Little Junior Parker nummer op de setlist: “Mother-In-Law Blues”. Ook de set van Little Steve en zijn mannen is er een van grote klasse. Wederom een hoog dansgehalte, ondanks dat het bloedheet was in de zaal. Een emotioneel moment was er, toen Steven een nummer opdroeg aan zijn overleden vriend Harry van Essen. Vanaf de uitvaartplechtigheid ‘s middags naar het JJ Music House, waar de band een gedragen en emotionele versie bracht van de Otis Rush klassieker “Double Trouble”, waarbij links en recht een traantje werd weggepinkt.

 

 

De nieuwe single “Brand New Man” werd ook gespeeld en de set werd op dampende wijze besloten met de “T-Bone Boogie”.

Steven van der Nat (gitaar/zang), Bird Stevens (bas), Jody van Ooijen (drums), Martijn ‘Tinez’ van Toor (saxen) en Evert Hoedt (saxen) hebben gevoel voor traditie en weten het vijftiger en zestiger jaren R&B geluid op een prima wijze neer te zetten.

Afsluiter van de avond was de Britse hoop voor de toekomst, zanger/gitarist Laurence Jones met zijn begeleiders, superbassist Roger Inniss en invaldrummer Miri Miettinen. Gezegd moet worden dat het volume wel gelijk behoorlijk omhoog ging en het bluesgehalte evenredig daalde. Maar dat mocht de pret niet drukken. Ondanks dat Laurence meer de uitstraling heeft van een middelbare scholier, dan van een doorgewinterde bluesrocker, liet hij horen uit het goede hout gesneden te zijn en uitstekend de weg weet over de snaren. Hij weet flink raw and dirty uit de hoek te komen, maar kan ook heel zacht en ingetogen spelen. Op die momenten weet hij ook met jongensachtige charme het publiek tot stilte te brengen.

De zeer geroutineerde bassist Roger Inniss bespeelde en zes snarige bas en had een pedalenbak voor zich staan, waar mening gitarist jaloers op zou zijn. Ergens in die bak zat volgens mij ook een soort bassynthesizer verstopt, want af en toe speelde hij bas op de drie bovenste snaren, terwijl op de drie onderste snaren een keyboardgelui d werd geproduceerd. Het merendeel van het repertoire bestaat uit eigen werk, zoals nummers als “Southern Breeze” en “Soul Swamp River”, laatstgenoemde nummer wederom met verhaal over de gigantische rat, die hij op zijn hotelkamer aantrof, toen bij in de V.S. zijn tweede cd aan het opnemen was. Ook kwam een enkele cover voorbij als B.B. King’s “The Thrill Is Gone” en Bob Dylan’s “All Along The Watchtower”, waarin hij nog een keer alle trucs uit de kast haalde en het publiek de adem deed benemen. Met het de fraaie “Fall From The Sky” zette hij het publiek ver na middernacht nog eenmaal aan tot meezingen.

Esther en Dion mogen terugzien op een zeer geslaagd festival en trots zijn op wat ze in korte tijd hebben weten neer te zetten, met behulp van mentor King Bee Rob Koning. Volgend jaar op herhaling? [zie hier alle foto’s van Pemmy].

Geef hier uw commentaar