Hollis Brown, singer-songwriters met elektrische gitaren [interview]

Exclusief interview met: Hollis Brown door: Giel van der Hoeven met foto’s van: José Gallois © filmpje door Giel. Op het Ribs & Blues Festival 2014 in Raalte.  Datum: maandag 9 juni 2014.

Op het recente Ribs & Blues festival in Raalte beleefde we muzikaal én klimatologisch opwindende en huiveringwekkende momenten. Vlak voor het optreden van de band Hollis Brown brak er een hels onweer los en dat ging gepaard met een hevige stortbui. Met ongeveer een half uur vertraging kon het vijftal uit New York toch de Open Air Stage betreden. En welhaast nóg verfrissender als die bui klonk deze jonge veelbelovende band. Hollis Brown (vernoemd naar de song ‘Ballad of Hollis Brown’ van Bob Dylan uit 1964) staat onder leiding van de vrienden, zanger/gitarist Mike Montali en gitarist Jonathan Bonilla. Samen met bassist Dillon DeVito, drummer Andrew Zehnal en toetsenist Adam Bock spelen deze stadjongens een eigenzinnige vorm van 60’s/70’s countryrock. Hoor wat je erin wilt horen maar invloeden van CCR, Lynard Skynyrd en The Stones zijn onvermijdelijk. Toch klinkt dit vijftal modern en hebben ze een plezierig voorkomen met een grote aanstekelijkheid. En dat bleek vrij overdraagbaar want snedige composities zoals ‘Ride On The Train’ en ‘Down On Your Luck’ klonken opgewekt en kreeg je na het beluisteren ervan niet meer uit je kop. Maar ook het betere bluesrock werk zoals ‘Doghouse Blues’ of de Dylan (Hendrix)-cover ‘All Along The Watchtower’ werd door de New Yorkers met speels gemak ten gehore gebracht. De meeste nummers kwamen van hun goed ontvangen CD ‘Ride On The Train’ uit 2013. Maar Raalte mocht ook even aan de nieuwe songs, ‘Highway One’ en ‘Wait For Me Virginia’ genaamd, snuffelen. Voor dit optreden en ook nog voor de stortbui – toen de thermometer nog tegen de 28 graden aan stond te tikken – hadden wij een interview met Mike en Jonathan van Hollis Brown. Beide geboren en getogen in Queens, New York City en pas voor de tweede keer in Nederland.

Heren welkom. Dit is jullie tweede bezoek aan Nederland binnen een jaar. Wat is er zo aantrekkelijk aan ons land?
MIKE: Vooral het publiek is hier enthousiast. En de clubs, zalen en festivals zijn ook geweldig om in te spelen. We waren hier in september 2013 voor het eerst, toen alleen voor een paar shows en 2 Meter Sessies opnamen.
JON: Maar ook jullie cultuur en de geschiedenis is fascinerend. Wij Amerikanen zijn veel minder betrokken bij onze eigen historie. Veel tijd om ons erin te verdiepen hier hebben we nou ook weer niet hoor. Want we doen een flitstour door Europa van 31 dagen met 30 optredens.

Oké, laten we even een korte test doen hoe goed jullie ons land al kennen: hoeveel inwoners telt Nederland?
JON: Tien miljoen?
MIKE: Ehh… vijftien miljoen!

In 2013 waren dat er ruim 16.805.000.
MIKE: Ahhh, zat ik er toch maar 1,8 miljoen vanaf, ha ha.

Wat is hier de meest populaire drank?
MIKE: Bier, melk of sinas?
JON: Bier. Ik heb geen idee.

Koffie (27%). We drinken gemiddeld 3,2 kopjes per dag!
MIKE: Oh ja, natuurlijk. Dat is misschien in elk land wel zo.

Wie gaat het WK voetbal winnen?
MIKE: Ik zet mijn geld op Brazilië of Duitsland.
JON: Ik kijk geen voetbal.
MIKE: Ik wel hoor. Zitten Sneijder, Van Persie en Robben nog in het Nederlands Elftal? [Mike blijkt dus echt een liefhebber/kenner – red.]

Het weer hier in Nederland is vandaag behoorlijk onvoorspelbaar. Hoe is het muzikale klimaat in New York momenteel?
JON: Ongelooflijk slecht naar mijn idee. Veel dance en elektronica waar ik totaal niet van houdt.
MIKE: De rock scène delft er wel het onderspit momenteel. Dat houdt ook in dat ónze muziek minder gepromoot wordt in New York dan in andere steden, en dat we er zelden op de radio te horen zijn. Maar publieke radiostations zoals KEXP in Seattle draaien ons gelukkig wel en ook hier in Europa worden we gewaardeerd.

Jullie hebben je band naar een Bob Dylan song vernoemd ‘Ballad of Hollis Brown’. Waarom eigenlijk?
MIKE: Ten eerste uit waardering voor álle grote songschrijvers die er waren of er nog zijn. En natuurlijk zijn we grote Bob Dylan fans. ‘Ballad of Hollis Brown’ is één van zijn vele goede nummers.
JON: Ik heb de song zelf ook een paar keer live gespeeld voordat we deze band hadden. We hadden moeite om een goede bandnaam te bedenken in 2009. Toen bedachten we, laten we het doen zoals The Rolling Stones dat vroeger deden, en ons naar een song vernoemen die we allemaal goed vinden. Toen kwamen er suggesties als: Mothers Little Helper, Mother Superior…
MIKE: … ja, allemaal namen die het net-niet waren of al bestonden. Toen riep iemand van de groep: ‘Hollis Brown’. En dat beviel ons allemaal goed. Temeer ook omdat het echt een naam is, wat ons dus een identiteit geeft. En het werkt ook goed als bandnaam hoor, niemand heeft me tot nu toe nog gevraagd of ik soms Hollis ben, ha ha.

De originele song staat op het derde Dylan album ‘The Times They Are A-Changin’ uit 1964, maar is ook vaak gecoverd. Wie heeft de mooiste versie gemaakt volgens jullie?
JON: Nina Simone. En die van Stephen Stills is ook wel oké.
MIKE: Ik vind ook van Nina Simone, maar de ruwe Dylan-versie blijft de beste. Hij zingt het zo gekwetst alsof hij zelf die arme boer uit South Dakota is, die zijn vrouw, kinderen en zichzelf van kant maakt.

‘Hollis Brown’ is ook een song van Drivin’ N Cryin’ uit 2000. Een band die gisteren ook op dit podium optrad. Heeft jullie bandnaam daar nog iets mee te maken?
JON: Nee, helemaal niets.
MIKE: Ik kende die band niet eens, maar hoorde vandaag iemand zeggen dat onze muziek ook een beetje op die van hun lijkt. Misschien was het hun pre tribute aan ons, ha ha.

Iedere hedendaagse artiest is geïnspireerd door voorgangers. Maar bij jullie lees ik wel héél veel namen: Creedence Clearwater Revival, Lynyrd Skynyrd, Little Feat, The Rolling Stones, Tom Petty, Neil Young, The Black Crowes en Drive-By Truckers…
JON: …Elvis, Chuck Berry, Eagles…
MIKE: …door alle grote Amerikaanse – en een paar Britse – rock ‘n roll helden zijn wij simpelweg geïnspireerd!
JON: Dus al die grote namen, en soms zelfs vergelijkingen met hen zijn best leuk om te horen. Maar wij bestaan nú, en we willen nú en in de toekomst verder met muziek maken!
MIKE: Ja, want we zijn zeer zorgvuldige en gepassioneerde songschrijvers. En onze vocalen, harmonieën en gitaarpartijen wijken toch wel af van andere hedendaagse bands, vinden wij.
JON: Bij ons in New York zijn er momenteel veel kunstmatige bands die elektronische muziek maken op apparaten zoals synthesizers, met samplers, computers, drummachines en andere elektronische hulpmiddelen. Mij zie je zelfs niet met een iPad op het podium staan. Twee frontgitaristen hoor en zie je tegenwoordig niet zoveel meer helaas.
MIKE: “Yeah, we wanna bring back the guitars into the world!”

Stadsjongens met een voorkeur voor 60’s en 70’s countryrock. Valt dat uit te leggen?
MIKE: “It is what it is!
JON: Het populaire folkrock duo Simon & Garfunkel komt ook uit Queens! En o.a. Bob Dylan en Joni Mitchell zaten er in de 60’s folk scène. Dus zó vreemd is het ook weer niet.
MIKE: New York is een culturele smeltkroes van muziekstijlen. Ramones, Kiss, Lou Reed, Blondie, maar ook Billie Holiday en Lady Gaga zijn er groot geworden, opgegroeid en sommige alweer dood gegaan. Overal ter wereld waar we komen pikken wij ook muzikaal iets mee aan invloeden. Dus nu we zoveel reizen is het aannemelijk, dat onze stijl ook langzamerhand mee zal veranderen. Maar de basis is en blijft singer-songwriter muziek met elektrische gitaren. “Classic rock with a New York state of mind”.
JON: Op iedere hoek van de straat in New York is wel een club of café te vinden waar live muziek te horen is. Hier in Europa heb je veel meer festivals, die kennen wij in New York City bijna niet. Toevallig hebben wij dan op het CBGB Music Festival gespeeld. Maar dat bestaat ook nog maar sinds kort.

Jullie stonden in 2013 ook op het bekende South by Southwest (SXSW) festival in Austin (Texas). Heeft dat de band goed gedaan?
JON: Zeker! Veel mensen zien je daar, ook vanwege de vele media aandacht. Want dat is natuurlijk een ideale gelegenheid voor bands om persvertegenwoordigers en promotors van over de hele wereld te ontmoeten. En vijf dagen non-stop partying is altijd leuk, alleen het ervan bijkomen, dat valt dan weer tegen.
MIKE: Gisteren speelde we in Londen en toen kwam er een kerel naar me toe die ons daar in Austin ook gezien had. Hij bood ons aan om volgend jaar weer optredens in de UK te komen doen. Mooi toch?

Hebben jullie als liefhebbers zelf nog tijd om af en toe concerten te bezoeken?
MIKE: Steeds minder maar we proberen het nog wel. Mijn eerste concertbezoek was AC/DC in Madison Square Garden. Fantastisch! En het beste concert dat ik tot nu toe gezien heb was van de Red Hot Chili Peppers. Metallica met orkest was ook mooi.
JON: The Stones in het Giants Stadium hebben veel indruk op mij gemaakt. De Peppers waren erg goed. Maar ook de Stone Temple Pilots vond ik te gek! Die zag ik toen ik nog erg jong was in 2000, net voordat ze uit elkaar gingen. En ik heb John Fogerty op zien treden toen in 2013 op SXSW in Austin, alles wat die man beetpakt is geweldig!

In tegenstelling tot de meeste hedendaagse blues(rock) georiënteerde bands, bevat de Hollis Brown sound ook veel melodische popklanken. Dat verraadt de aanwezigheid van: óf een Beatles-fan, óf een Stones-fan in de band.
MIKE: Yep! En ik hou van beide.
JON: Ik ben echt Stones-fan [Jon toont ons zijn tong-tatoeage op zijn linker bovenarm – red.]. Maar ik ben ook een grote Kinks-fan. In de VS hebben we dit voorjaar met The Zombies getoerd. Hun bassist speelde nog met The Kinks. Hij heeft me veel verteld over het vak. Bijzonder leerzaam.
MIKE: Ik zeg altijd: mijn favoriete muziek wordt gemaakt door Britten die Amerikaanse blues spelen.

Op Record Store Day 2014 brachten jullie het album ‘Hollis Brown Gets Loaded’ uit op vinyl, maar ook als CD en op iTunes. Een live opgenomen plaat als tribute aan stadsgenoot en legende Lou Reed die in 2013 overleed. Was hij ook inspiratiebron?
MIKE: “Pretty much. He was one of the greatest songwriters!” Jon en ik waren al schoolvrienden voordat we in 2009 Hollis Brown oprichtte. We schreven en musiceerde niet alleen samen, maar we luisterde ook veel naar classic rock albums. Velvet Underground’s vierde album ‘Loaded’ (1970) was er daar één van. Toen Lou Reed in oktober 2013 overleed vond onze platenmaatschappij het gepast dat wij als New Yorkse band een eerbetoon zouden doen. Het opnemen van ‘Loaded’ songs lag dus voor de hand.
JON: In onze Highschool periode draaide we steeds vijf albums die veel voor ons betekende. Behalve ‘Loaded’ waren dat: ‘Exile on Mainstreet’ (1972) van The Rolling Stones, ‘Willy and the Poor Boys’ (1969) met o.a. Green River van CCR…
MIKE: …’Hot Rats’ (1969) van Frank Zappa en ‘The Rise and Fall of Ziggy Stardust’ (1972) van David Bowie. Daaruit ontstonden ook onze eerste ideeën voor de eerste vijftig songs die we samen schreven.

Mike, je zei al dat jullie samen alle nummers schrijven. Kan je wat meer vertellen over de teksten?
MIKE: Ik schrijf de meeste teksten en de onderwerpen zijn onbegrensd en afhankelijk van de situatie. Dat kan positief of negatief zijn, bluesy of country, alle mogelijke contexten. Een uitdaging daarbij is om van de tekst en de muziek samen één beeldend geheel te maken. Ik bedoel daarmee te zeggen dat het een sprekende song moet zijn waarbij de luisteraar voor zichzelf een beeld kan vormen. Dat is niet altijd gemakkelijk, en daar werken we hard aan.

Het album ‘Ride On The Train’ (2013) bevat vier tracks die eerder ook op de EP ‘Nothing & The Famous No One’ uit 2012 stonden. Waarom?
MIKE: Zoals het zo vaak gaat; eerst een EP uitbrengen als opstap naar een volledig album en naar meer optredens. Voornamelijk om de band te promoten dus. En daar gebruik je natuurlijk je beste songs voor, op dat moment waren dat: ‘Gypsy Black Cat’, ‘Nothing & The Famous No One’, ‘If It Ain’t Me’ en ‘Ride On The Train’. Songs waarmee we dus ook bekend werden en die ruim een jaar later nog steeds heel goed waren. Toen we later het album opnamen is er wel keyboards aan een paar tracks toegevoegd, gespeeld door Michael Hesslein.
JON: Bovendien worden we door elk optreden ook weer beter en groeien die songs mee.

‘Ride On The Train’ is opgenomen in Nashville met producer Adam Landry. Waarom daar en waarom met hem?
MIKE: Voorheen namen we onze demo’s in New York op. Digitaal, en dat klonk vrij steriel vonden wij zelf. Toen we het album ‘Middle Brother’ (2011) te horen kregen, dat bij Adam thuis was opgenomen, zeiden we gelijk dat wij ook die sound en zo’n sfeer op onze plaat wilde hebben. Middle Brother is een side project van het singer/songwriters trio Taylor Goldsmith (Dawes), John McCauley (Deer Tick) en Matthew Vasquez (Delta Spirit).
JON: Twee weken naar Nashville – weg uit New York – om op te nemen heeft ons ook goed gedaan. Er heerst daar een echte country-vibe. De opnameruimte was klein maar ook gerieflijk, en de gebruikte opnameapparatuur was analoog. Die sfeer is kennelijk ook op het album terug te horen.

Zijn er al plannen voor een volgende plaat?
JON: Uiteraard. We schrijven veel, willen dit najaar weer gaan opnemen en hopen in 2015 weer een album uit te kunnen brengen.
MIKE: In augustus verschijnt eerst onze nieuwe single ‘Wait For Me Virginia’. “So help us make a splash on iTunes!”

In de VS word een interview vaak afgesloten met de vraag: “what are your hopes and dreams for the future?” Dus vraag ik hier: wat willen jullie in ieder geval vermijden en wat zou de meest nare muzikale nachtmerrie zijn?
JON: Pff… op muziekgebied zou het voor mij een nachtmerrie zijn om op een festival te staan met alléén maar jambands. Iedere dag weer opnieuw, net zoals in Groundhog Day, ha ha. Dát wil ik vermijden. Nee, ik ben niet van die lange improvisaties en ik verschuil me niet achter pedalen.
MIKE: Ik maak me daar liever niet zo druk om. De meeste zorgen die je hebt, blijken later vaak weer mee te vallen. Dus dan kun je ze beter niet hebben. Ik neem een voorbeeld aan Tom Petty, hij maakt al meer dan 35 jaar platen met the Heartbreakers. Zeker niet altijd zonder slag of stoot, maar steeds komt hij weer terug. “It’s a long way to the top if you wanna rock ‘n roll!”