Mattanja Joy Bradley, door schade en schande op koers [interview]

Exclusief interview met: Mattanja Joy Bradley [Bradley’s Circus] door: Giel van der Hoeven foto’s: Arjan Vermeer © The Blues Alone?  locatie: Zwarte Cross 2013 in  Lichtenvoorde datum: vrijdag 26 juli 2013

Het weer is druilerig en benauwd als we ‘The Bayou’ op komen wandelen. Deze enclave op het Zwarte Cross terrein ademt de sfeer van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten. Inclusief BBQ, Whiskey girls, Western attributen en live roots muziek gespeeld vanaf een veranda. Hét eldorado voor echte muziekliefhebbers die zich het leven laten welgevallen. De band Bradley’s Circus staat nog te soundchecken en de bezoekers houden zich nog schuil. Slechts een enkele Achterhoekse redneck heeft zich verschanst op de krakkemikkige voortrap van de houten veranda dat als podium dient. Hoe anders is dat ruim een half uur later. De zon breekt dan weer door, the Bayou loopt vol en opbeurende blues en rockabilly klanken kietelen liefkozend onze oren. Het was geruststellend om te constateren dat Bradley’s Circus niet noodgedwongen de begeleidingsband is geworden van de plotseling solo zo succesvol geworden zangeres/gitariste Mattanja Joy Bradley (Veldhoven, 1981). Het Tilburgse ‘Circus’ bestaat verder uit de ritmesectie Beewee Nederkoorn (drums) en Joris Verbogt (stand-up bass), gitarist/zanger André van den Boogaart en Lidewij Veenhuis die weer krachtig uitblonk op de mondharmonica. Zo rustig als het optreden begon zo heftig eindigde het met o.a. het swingende ‘New Orleans’ en het (k)luchtige ‘Don’t Throw Your Underwear’. Mattanja blijft stoïcijns onder de wat trage reactie van een licht beschonken jongeman die tijdens die song een stuk textiel komt aanbieden dat kennelijk voor directoire moet doorgaan. Met een zelfde soort blote billen humor wordt ze na afloop tijdens de signeersessie op de veranda geconfronteerd. Maar de Brabantse schone met Engelse roots is gelouterd en ontwijkt sluw situaties die nijpend zijn. Of ze bijt snedig van zich af waar ze dat nodig acht. “I’m a loaded gun and I’ll aim for anyone. I’m a rolling stone and I’m moving on.” zingt ze in de titeltrack van haar onlangs verschenen solo-CD ‘Wake Me Up’. “Everyhing happens for a reason” en “je creëert je eigen kansen” zou ze ons later rigide toevertrouwen in het interview dat wij na enig geduld en wederzijds begrip na afloop met haar mochten houden. “Vraag maar raak!”

Hallo Mattanja, maar liefst twee optredens op de Zwarte Cross dit weekend, je ligt lekker op koers hè?
– Ja, vandaag met Bradley’s Circus op The Bayou en morgen mag ik solo op de Zwarte Cross Mainstage openen. Nou ja solo, geen nummertjes met alleen maar gitaar en zang maar ook weer met een full-band. Lekkere songs van mijn soloalbum Wake Me Up spelen. Dit zijn echt hele leuke gigs ja!

Is het niet lastig om je afwisselend te focussen op Bradley’s Circus en je solocarrière als Mattanja Joy Bradley [en soms ook als duo]? Hoe lang ga je dat nog volhouden?
– Tot nu toe gaat dat goed. Het is een wisselwerking, met andere bandleden, andere stijlen en een ander repertoire. Maar wel met één overeenkomst en dat is ‘roots’ muziek. Bradley’s Circus is tof en ook solo heb ik nu een geweldige band met o.a. gitarist Mischa den Haring [T-99, Cuban Heels – red.] daarin. De bandleden van Bradley’s Circus wisten ook, als ik de kans zou krijgen om solo een platendeal af te sluiten, ik daarvoor zou gaan. Ook al wist ik niet zeker óf het de juiste keuze zou zijn wilde ik die stap wél maken. Voorlopig speel ik dus nog steeds met Bradley’s Circus maar op een lager pitje. Ik maak zeker geen overhaaste beslissingen, want je kunt plannen maken maar vaak loopt het toch anders dan gepland.

Kan jij je het kelderoptreden op het Blues aan Zee festival van zaterdag 3 nov. 2007 nog herinneren? Wij maakte daar voor het eerst live kennis met Bradley’s Circus en ik kreeg daar de CD ‘Live in Holland’ van jou na afloop. Hoe zou je die afgelopen 5,5 jaar willen omschrijven? [op 02-11-13 speelt ze wederom op het Blues aan Zee festival – red.]
– Jhaa, volgens mij wel… het was er klein en veel blauw licht in die kelder dacht ik. Wij zijn in 2005 als band samen gekomen en in 2006 live gaan optreden. Die CD ‘Live in Holland’ was onze eerste en is nu allang uitverkocht. We zijn in het begin als een gek heel veel live gaan spelen, vaak tegen minimale gages, en langzamerhand de lat steeds hoger gaan leggen. Veel geïnvesteerd en een studio CD opgenomen (Shotgun Bunny – 2008) en ook een tour gedaan door Amerika. We hebben daar eigenlijk alleen maar verlies op geleden maar ook ontzettend veel voor terug gekregen in de vorm van ervaring opdoen en mensen leren kennen. Toen eigenlijk onverwachts de kans gekregen om in de USA weer een album op te nemen, Bang Bang Wa Wee’s (2011) [opgenomen o.l.v. producer John Snyder – red.].

Had je toen kunnen denken 5 jaar later een interview te moeten geven aan het vrouwen (relatie)tijdschrift VIVA of – zoals gisteren nog – een photoshoot te doen voor het lifestyle magazine ELLE?
– Nou, ik heb toen wel geroepen: “mama, storm de winkel maar in want de nieuwe VIVA is uit!” ha ha. Het lijkt een heel andere doelgroep dan luisteraars van platen of concertbezoekers maar veel dingen zijn natuurlijk wel universeel. Kijk, jullie en wij houden specifiek van bluesmuziek maar iedereen kent ook ‘the blues’ als een gevoel. En ik heb best een vrij heftig verleden, mensen zijn daarin geïnteresseerd als je bekend wordt. Ik ben daar zelf altijd heel open in geweest, in mijn songteksten maar ook in interviews. Deze bladen zijn net als een CD of een podium ook gewoon een platform om te kunnen communiceren. Ik wil mezelf niet beperken tot iets, als iets goed voelt dan voelt het goed.

Volgens mij was je rechterarm in 2007 ook nog niet getatoeëerd. Heeft die tatoeage een betekenis?
– Ja, een damesafbeelding met daaronder in het Latijn: ‘Nil volentibus arduum’ en dat betekent: ‘Niets is onmogelijk voor hen die willen’. Het mooie is, ik had deze tatoeage in 2010 net laten zetten en een maand of twee later werden we in Amerika opgepakt, in de bak gezet en terug gestuurd naar Nederland. Toen had ik echt zoiets van “Ohw My God! Moet ik er nu letterlijk een streep doorheen zetten soms?!” Een half jaar bezig geweest om een USA tour voor te bereiden en ik kom zelf Amerika niet eens in met mijn lijfspreuk! Na heel veel georganiseer en doorzetten is het later alsnog gelukt. Dus het heeft me toch geholpen om niet bij de pakken te gaan neerzitten.

Je soloalbum Wake Me Up (2013) krijgt (terecht) geweldige recensies. Dit terwijl de Bradley’s Circus CD’s Shotgun Bunny (2008), Bang Bang Wa Wee’s (2011) en Kickin’ But Not High (2013) ook prima platen zijn. Vanwaar toch dat onderscheid in publieke waardering denk je?
– Ja weet je, het ene genre valt nu eenmaal beter in de smaak dan het andere. Ik denk dat mijn soloplaat toch anders is dan dat de Bradley’s Circus platen zijn. Meer een cross-over tussen roots en popmuziek, met elektronische invloeden ook. Bradley’s Circus is roots muziek in een mix van blues, rockabilly en country. Daar is toch een beperkter publiek voor in Nederland. Een ander verschil is dat de Circus platen echt producten van de band zijn, samen gecomponeerd en teksten samen geschreven met André [van den Boogaart – red.]. Op Wake Me Up heb ik bijna alle songs alleen geschreven of in London in co-write sessies met Martin Brammer, de man achter o.a. James Morrison en Olly Murs en die ook samenwerkte met artiesten als Tina Turner en de Lighthouse Family. Iemand die op een hoog niveau in de muziekscène werkt en daarom misschien meer mainstream is omdat de mensen meer van dat genre houden. Ik vind het zelf heel belangrijk dat een tekst dicht bij mijn gevoel blijf,  maar het is ook interessant om te ontdekken hoe een goed nummer qua opbouw en tekstueel in elkaar zit. Daarom lees ik ook alleen maar Engelse boeken om mijn vocabulaire te blijven vergroten.

Vergroot je daarmee dan ook je doelgroep?
– Ja wellicht, maar dat verschilt ook weer per land. Toen wij met Bradley’s Circus in Amerika waren viel het mij op dat het publiek een meer gemêleerd gezelschap was dan hier in Nederland, ook in leeftijd. Ik ging daar met André eens naar een club in Austin Texas om een bandje te bekijken. Gewoon, zelf een fles sterke drank meenemen naar binnen en samen opdrinken, dat is heel normaal daar. Het was een mega vette bluesband van onze leeftijd en echt iedereen swingde daar de pan uit. Ik kreeg kippenvel en dacht, ik woon in een verkeerd land!

Hebben we in Nederland misschien teveel te maken met Top-40 jeugd? Ik bedoel, als jij de tekst van een bij de jeugd populair Nederlands bandje vertaalt: ‘Sucker for Love’ maar dit wel in je eigen stijl speelt vind de massa het ineens wel goed! (The Opposites – Sukkel voor de Liefde). Of ben je gewoon heel slim om hier gebruik van te maken nu je toch in de schijnwerpers staat?
– Nee, dat was juist de uitdaging, om iets heel anders toch eigen proberen te maken. Als het gevoelsmatig maar wel dicht bij mezelf staat. Gelukkig heb ik ook een platenmaatschappij die dat stimuleert. Zij zeggen ook: als jij het niet voelt Mattanja, dan moet je het ook niet doen.

‘Joy’ is your middle name…
– Yeah!

… is ‘joy’ ook je levensdoel? Of is het een middel om dat doel te bereiken?
– Ik heb er eigenlijk nooit zo over nagedacht. Het is een voornaam die ik met mijn geboorte heb meegekregen. Ik probeer me zeker op het positieve te focussen. Want ellende is er overal in de wereld en iedereen maakt wel eens nare dingen mee. Daar kan je niet omheen en dat heb je zelf vaak niet in de hand. Maar wat je wél in de hand hebt is hóe je ermee omgaat en of je kiest voor een bepaalde richting. Als je levensvreugde uitstraalt krijg je het ook vaak terug. Positivisme is voor mij zeker een middel om fier door het leven te gaan ongeacht naar welk doel. Als jij dat aan mijn naam wilt relateren, prima.

En, werkt dat dan ook in de praktijk?
– Zeker. Ik zal je een voorbeeld geven. Van mijn 16e tot mijn 19e jaar heb ik heel veel alleen gelift. Gebruik maken van de vriendelijkheid van auto- en vrachtwagenchauffeurs dus. Maar als ik dan soms een slechte bui had kreeg ik ook altijd de meest verschrikkelijke liften. Maar was ik positief, zo van “yeah-yeah-yeah”, dan kreeg ik echt waanzinnige liften, dat was gewoon bizar.

Je hebt een Engelse vader en Nederlandse moeder. Maar je lijkt nogal geobsedeerd door Amerika. Heb je plannen in die richting?
– En toch gewoon in Brabant opgegroeid! Ik heb nog familie in Engeland en heb er zelf ook een tijdje gewoond, maar dat blijft toch een ‘koud’ land. En tja, ‘New Orleans’, we hebben de song vanmiddag nog gespeeld. Als we in de Verenigde Staten toeren is dat zo’n beetje onze thuisbasis. Amerika blijft altijd trekken, al is het maar dat ik afwisselend een paar maanden daar en een paar maanden hier zou kunnen zijn. Daar zou ik al héél gelukkig door kunnen worden. Er heerst daar een hoog ‘live and let live’ gehalte, en dat spreekt me wel aan. En voor de muziek daar natuurlijk. Het lijkt me in ieder geval te gek om er een jaartje met de trein en greyhound bus rond te trekken en op de bonnefooi te spelen in bars en clubs. Dát is een droom die ik nog eens werkelijkheid wil maken.

In maart 2011 mochten wij van TBA? op jullie verzoek de ‘Bang Bang Wa Wee’s’ CD releaseparty in 013 Tilburg bijwonen. Eén van de leukste CD presentaties die ik ooit heb meegemaakt, van een uitstekende volwassen plaat. Hoe kan het dan zijn dat zo’n album commercieel toch niet aanslaat?
– Tja er is gewoon geen markt voor. Hij was niet in de winkels verkrijgbaar, alleen maar online, tijdens concerten of als download, en dan verkoop je toch minimaal blijkbaar. Tegenwoordig wordt er ook veel muziek via de iTunes Store verkocht, handig maar zelf heb ik toch liever iets tastbaars. Bij het uitbrengen van mijn soloplaat wilde de platenmaatschappij de CD aanvankelijk in een blanco plastic hoesje verspreiden. Ik heb er echt voor gepleit om dit met mooi artwork en met de lyrics erop te doen. Dan maar wat meer kosten en minder opbrengsten maar een CD moet wel iets bijzonders zijn voor wie de moeite neemt om die aan te schaffen.

 

Gelukkig heb je zelf nog steeds oog voor je trouwe fans, de muziekliefhebbers. Van het begin af aan heb je ook handig gebruik gemaakt om Bradley’s Circus en jezelf te promoten via o.a. Facebook. En altijd met een persoonlijke benadering. Waar ligt jou grens tussen plichtmatige contacten en (fan)vriendschap?
– Ik vind het ook echt heel leuk om mensen persoonlijk te beantwoorden en zie dat niet als een plicht. Soms duurt het wel wat langer maar ik doe het nog steeds zelf zolang dat nog kan. Om die reden vind ik de signeersessies na een optreden ook belangrijk, je wilt de luisteraars toch iets extra’s bieden.

Over vriendschap gesproken: is jullie mascotte en jouw podiumbeest Opa het levende bewijs dat viervoeters ook van kwaliteitsmuziek houden of is íe gewoon stokdoof?
– jha ha ha, misschien wel. Opa is zeker niet doof, een beetje Oost-Indisch doof misschien. Maar ik hou wel van eigenwijze karakters en dat heeft hij. Dat is ook hilarisch als ik hem uitlaat in het park en zijn naam roept, dan komen er ineens oude mannetjes op me af, wha ha. Omdat ik nu het hele weekend hier op de Zwarte Cross ben kon Opa (7) niet mee en hij mocht het terrein ook niet op. Daarom is hij er dus niet bij dit keer. Maar hij is onze grootste fan hoor en heeft al heel veel optredens gezien. Ligt meestal rustig op het podium te slapen en gaat zich dan instinctief uitrekken tijdens het laatste nummer. Soms wandelt hij ook wat door het publiek (zoals afgelopen zondag op een festival) en gaat dan gewoon als een fan staan kijken naar ons, ha ha. Hij is sowieso degene die mij het meest ziet en hij sleurt me ook door de moeilijke dagen heen. Vandaar dat ik ook een dankwoordje aan hem hebt gewijd op de CD-hoes, en daarom heb ik ook een tatoeage van Opa op mijn enkel laten zetten [ze showt die met veel trots – red.].

Iets anders, was meedoen aan ‘de wedstrijd’ De Beste Singer Songwriter van Nederland een concessie in je carrière? Om je in de kijker te spelen bij een groter publiek? Als kijker vond ik het namelijk nogal gênant om jou als fulltime muzikant beoordeeld te zien worden door zogenaamde ‘muziekkenners’ die blijkbaar weinig van je begrepen.
– Hmm ja, ik vond het ook best lastig om die keuze te maken hoor, want ik hou eigenlijk helemáál niet van wedstrijden met muziek. Muziek is een uiting van emotie en aan persoonlijke smaak onderhevig. Wat ik een nadeel van het programma vond was dat er elke week een andere jury zat waardoor de meningen nogal verdeeld waren en het moeilijk was om iets op te bouwen. De goedbedoelde adviezen vond ik soms ook best ongemakkelijk, met een mening als “ik vind je stem niet zo mooi” kan ik niet zoveel, ik heb liever dat bij een singer-songwriter het liedje en de tekst wordt beoordeeld. Maar, onderling voelde ik zeker geen competitie hoor, daar waren de stijlen ook veel te verschillend voor. Ik hoefde ook niet zo nodig te winnen en ik vond Douwe Bob ook een terechte ‘winnaar’. Ik heb me inderdaad in de kijker kunnen spelen zonder concessies te hoeven doen aan mijn identiteit. En van de bestaande (Bradley’s Circus) liefhebbers kreeg ik daardoor gelukkig ook goede response. Dus die uitstap is vast ook weer ergens goed voor geweest.

Je hebt in het verleden o.a. als support gespeeld van Amy Winehouse en Johnny Winter. Dat lijkt me erg eervol. Ik kan me ook voorstellen dat juist deze twee je hebben geïnspireerd als artieste. Klopt dat, en welke artiesten (of personen, dingen, gebeurtenissen) hebben jou verder nog geïnspireerd?
– Amy Winehouse was natuurlijk geweldig als zangeres! Op het Caribische eiland St. Lucia stond ik inderdaad in haar voorprogramma, best bijzonder. Ik voelde ook wel een sterke verbondenheid met haar, mede door het drank- en drugs verleden helaas. Erg sneu dat het haar fataal is geworden maar ik ben blij dat ik het los heb kunnen laten. Ik heb van alles gedaan, een wild leven geleid, muziek gemaakt, ook een goede baan gehad als accountmanager. Maar ik had toch steeds het idee dat ik mijn tijd aan het verspillen was. Ik was echt op zoek naar geluk. Totdat ik het besluit nam om die goedbetaalde baan op te zeggen en me volledig te wijden aan dat gene waarin ik dacht het geluk te kunnen vinden: fulltime muziek maken. En om mezelf écht te kunnen uiten én om dingen te verwerken, als een soort van therapie bijna. Nadat ik die keuze had gemaakt werd me duidelijk dat muziek voor mij hét middel was om m’n gevoel te laten spreken. Ik ben nu liever arm en gelukkig dan rijk en ongelukkig… maar, ik streef naar rijk én gelukkig hoor, haha ha. Dus, om je vraag te beantwoorden, mijn grootste inspiratiebron is het leven zelf!

Namen Mattanja! We willen namen horen!
– Ha ha, nou oké dan. Billy Holiday, Etta James, Nina Simone, veel oude soul maar ook blues… Buddy Guy’s Chess Records, zijn oudere werk, ohh die platen heb ik helemaal grijs gedraaid vroeger. Mijn eerste echte liefde op muziekgebied was trouwens Elvis Presley. Oh oh… wat was ik verliefd op die man, posters, buttons, postcards, alles verzamelde ik van hem. Tevreden?

Zeker. De laatste vraag dan maar: wat geeft meer voldoening, live tongen met een radio DJ of live lullen met een Online Magazine reporter?
– Whahaha… leuk. Nee, dat is écht niet te vergelijken en dat zijn twee héle andere dingen. Bovendien was deze ontmoeting met jou afgesproken en de overval door Rob Stenders niet!

Dank dat je ons te woord wilde staan Mattanja en graag tot 2 november op het Blues aan Zee festival in Monster (Westland).
– Ja leuk joh, ik heb daar nu al zin in!

Geef hier uw commentaar