Exclusief interview met Israel Nash Gripka

Exclusief interview met: Israel Nash Gripka door Giel van der Hoeven met foto’s van Arjan Vermeer & José Gallois tijdens het Ribs & Blues Festival 2012 in Raalte  op zondag 27 mei 2012

Op het Ribs & Blues Festival 2012 in Raalte speelde de nieuwe ster in het altcountry genre Israel Nash Gripka met zijn band een heerlijke set van ruim een uur met nummers van zijn twee studio albums ‘New York Town’ en ‘Barn Doors And Concrete Floors’ plus een nieuwe song (‘Rain Plan’) en covers. Met zijn rauwe stem en wonderschone teksten bracht de gevoelige man uit Missouri vele aanwezigen in vervoering. Waaronder ook onze verslaggeefster ter plaatsen, zij schreef: ‘We genieten, met ons roots-hart, met volle teugen. Israel heeft dezelfde stemhoogte als Warren Zevon maar dan rauwer. Soms laat zijn stem me ook denken aan Tom Johnston (Doobie Brothers) en een jonge Steve Earle’. Over zijn huidige begeleidingsband, bestaande uit drummer Matt Danko, basgitarist Aaron McClellan en Eric Swanson (elektrische- en pedalsteel gitaar), raakt ook Izz Gripka zelf niet uitgepraat. Meerdere malen laat hij in het vraaggesprek weten, dat we voor aanvang van het optreden met hem hebben, zeer verheugd te zijn met zijn bevriende medemuzikanten. Ook onderwerpen als religie, zijn roots (“bomen hebben wortels”) en zijn voorliefde voor seventies Southern rock en progressieve rockmuziek komen ter spraken. Een tikkeltje nonchalant (de zonnebril blijft op) maar nadenkend, bedachtzaam en soms droog, geeft hij antwoord op onze vragen. “Rejoice and enjoy!”

Hallo Israel, heeft ‘Glenn’ jullie hier veilig naartoe gebracht?
– Jazeker, we hadden nu een korte rit uit Amsterdam en gisteren een iets langere reis vanuit Duitsland. We hebben daar in Beverungen op het Orange Blossom Special festival gespeeld.

Op Facebook schreef je een soort van prijsvraag uit om een naam te verzinnen voor jullie grijze touringbus. Hoe belangrijk zijn sociale media zoals Facebook voor jullie als band?
– We realiseren ons dat fans toch graag met je praten. Voor of na een optreden is dat lang niet altijd mogelijk dus een medium als Facebook is daarvoor een oplossing. En tot nu toe kan ik dat persoonlijk nog aardig bijhouden ook. De Van-contest was meer een geintje, maar je krijgt er wel leuke response op. Vandaar: ‘Glenn the Van’. (‘Van’ Morrison en Das Van werden het net niet – red.)

Ben je met een voornaam als Israel (‘Prince of God’) niet bevooroordeeld om beroemd te worden?
– Huhuhu, ik heb uiteraard geen zeggenschap gehad over mijn eigen naamgeving, mijn ouders hebben dat zo besloten en ik vindt het een mooie naam. Goede vrienden noemen me wel eens ‘Izz’ maar ik gebruik gewoon mijn volledige eigen naam, ook als artiest.

Je bent religieus opgevoed en je vader was dominee. Toevalligerwijs heet dit plein in Raalte waar je straks gaat optreden het Domineeskamp. Wat is het meest belangrijke voor je geweest van die christelijke opvoeding?
– Het heeft me in ieder geval geleerd hoe je fatsoenlijk met anderen om moet gaan en hoe je waardevolle vriendschappen op kan bouwen. Ook om liefde boven haat te prevaleren en dat respect en aandacht voor de ander tot normale omgangsvormen behoren. Religie is voor mij meer het ontwikkelen van een persoonlijke en spirituele kant dan leven volgens Bijbelse regels. Zelfstandig durven denken en algemene ideeën kunnen uiten.

Van de stad New York naar een oude en stoffige hooischuur in de Catskill Mountains. Hoe verliep die reis muzikaal gezien?
– Ik ben geboren in Missouri en woonde vijf jaar lang in New York waar ik ook de plaat ‘New York Town’ (2009) heb gemaakt en opgenomen. Voor de opnamen van de 2e plaat ‘Barn Doors and Concrete Floors’ hebben we vorig jaar twee weken in een oude hooischuur gebivakkeerd in de Catskill Mountains, Upstate New York. Dat is het landelijke deel van de staat, ten noorden van New York City. Vijf maanden geleden ben ik in Texas gaan wonen, op een afgelegen ranch in de buurt van New Boston. Omdat mijn vader een baptistische predikant was, ben ik het gewend om vaak te verhuizen en al die verschillende plaatsen zijn zeker van invloed op mijn muziek geweest.

Gebruik je daarom ook vaak plaatsnamen in je songtitels? Zoals ‘Louisiana’, ‘Baltimore’, ‘Wichita’ …
– Ehh, goeie vraag… dat weet ik eigenlijk niet. Het is denk ik gewoon de makkelijkste manier voor mij om een lied een titel te geven, eigenlijk denk ik daar nooit zo over na. Maar die songs hebben eigenlijk niet zoveel met de plaats zelf te maken, meer met de gebeurtenis die er zich afspeelde. Bijvoorbeeld, ‘Wichita’ gaat over een vechtpartij in een bar. De jongens die in elkaar werden geslagen wilde de volgende dag wraak nemen maar schoten op het verkeerde huis. Daarbij kwam een onschuldige teenager om het leven. Het zijn harde realiteiten die ik onderweg in de plaatselijke kranten lees en die mij net als ieder ander weldenkend mens aangrijpen. Alleen ik voel dan ook de onmiddellijke behoefte om er in de hectiek van een tour een song over te schrijven. Waarbij ik mezelf gelijktijdig realiseer dat ik me gelukkig mag prijzen om na een paar dagen weer naar huis te kunnen, om van mijn rust te genieten.

Waarom is je laatste CD ‘From The Other Side Of The Barn’ een (limited edition) EP geworden, en heb je deze 5 nummers niet gewoon voor een volgend album bewaard?
– Simpel, ik wilde de fans gewoon iets bijzonders bieden! Deze EP was uitsluitend als genummerde gelimiteerde editie tijdens onze optredens verkrijgbaar, niet in de winkel of via iTunes. Bovendien vonden we deze vijf songs niet echt passen in de tracklist van ‘Barn Doors…’ en wilde we zeker niet wachten om ze eventueel bij een volgende plaat in te passen. In dit digitale reproductie tijdperk vinden fans het fijn om iets unieks aan te kunnen schaffen, en we hebben ze hiermee de mogelijkheid geboden. Inmiddels is ‘From The Other Side Of The Barn’ dan ook uitverkocht.

Hoe belangrijk is humor in jullie muziek voor je? Ik bedoel: de videoclip ‘Drown’  is nogal hilarisch!
– Haha, ja dat wel, maar het is nooit mijn intentie geweest om bewust grappige of lachwekkende muziek of teksten te maken. Zo’n clip is een visuele uiting dus dat mag wat mij betreft best anders zijn dan wat men ervan verwacht, misschien zelfs wel schokkend tot op zekere hoogte. Vandaar het open einde in die clip. Hoe het met mij en die ‘Big Bird’ afloopt? “Who knows, will be continued… maybe.”

Er is een essentieel verschil in geluid tussen je debuut album ‘New York Town’ en ‘Barn Doors And Concrete Floors’, komt dat misschien door toedoen van co-producer/ drummer Steve Shelley?
– Niet uitsluitend, daar zijn meer redenen voor aan te wijzen. Zoals, een andere entourage en die ouwe hooischuur. Maar ook andere mensen die eraan gewerkt hebben, én vriendschap. De muzikanten waar ik nu mee speel zijn echte vrienden, we hebben weinig meningsverschillen en zitten vaak op één lijn. Dat moet ook wel als je een goede persoonlijke plaat wilt maken, dat was het doel van ons allemaal. Ondanks dat ik een soloartiest ben en persoonlijke dingen schrijf en componeer moet ik die passie natuurlijk wel kunnen delen met mijn begeleiders. Alleen door verbondenheid kan er een perfecte plaat gemaakt worden. Mijn engineer en vriend Ted had al eerder met Steve Shelly (Sonic Youth – red.) samengewerkt en hij raadde me aan om hem eens te bellen. Steve had er gelukkig tijd voor en de wederzijdse klik was er vrijwel gelijk. Steve Shelley was niet zoals andere producers die ik had meegemaakt, en die nadrukkelijke hún stempel op míjn werk drukte. Steve gaf me vertrouwen en sturing op een positieve manier waardoor ideeën vorm kregen. ‘Fool’s Gold’ stond er in twee dagen op, zo goed als live opgenomen, inclusief kleine onvolkomenheden. Met de andere tracks ging het net zo, originele muziek met echte muzikanten: Joey McClellan, Eric Swanson, Aaron McClellan, Brendon Anthony, Jason Crosby en Rich Hinman. Echt goeie gasten!

Ga je deze aanpak voor je volgende plaat ook weer hanteren?
– Absoluut! Maar dan in mijn ranch in Texas. Een 16-track taperecorder erbij en opnemen maar. Er ligt materiaal zat op de plank en ik hoop in 2013 een opvolger voor ‘Barn Doors…’ op te gaan nemen én ook uit te kunnen brengen.

Met je huidige repertoire ga je min of meer terug naar de muziek van de jaren 60 en 70. De cover van het album ‘Barn Doors…’ toont zelfs gelijkenis met de hoes van ‘Déjà Vu’, de klassieker van Crosby, Stills, Nash & Young uit 1970. Dit terwijl een artiest als Neil Young zelf nóg verder terug gaat in de tijd met zijn nieuwe album ‘Americana’, door alleen traditionele Amerikaanse liederen te spelen. Waar komt dit verlangen naar het verleden vandaan denk je?
– Ik heb al heel veel interviews gegeven, weet je dat jij pas de derde persoon bent die de gelijkenis met de ‘Déjà Vu’ hoes opmerkt? Ik zal je een geheim verklappen: de grafisch ontwerper van de ‘Barn Doors…’ cover heeft bewust geprobeerd het Gary Burden hoesontwerp uit 1970 van ‘Déjà Vu’ te benaderen. Inclusief het leather-skin uiterlijk. Waar dat verlangen naar het verleden vandaan komt kan ik ook niet verklaren. Het kan een behaaglijk gevoel zijn of gewoon een modetrend. Ik zie het ook zeker niet als kopiëren van authentieke dingen, maar meer als het hercreëren, met de hang naar het verleden.

Wat is de laatste CD of elpee die je zelf hebt aangeschaft?
– Hmm, ik heb een paar weken geleden nog ‘Aqualung’ (1971) van Jethro Tull op vinyl gekocht. En ook het dubbelalbum ‘Eat a Peach’ (1972) van The Allman Brothers Band had ik nog niet. Met daarop de track ‘Mountain Jam’, een live jam van 20 minuten met Duane Allman, mooi!

De Rolling Stones elpee ‘Let It Bleed’ (1969) is ook één van je favoriete albums las ik ergens. Waarom is dat album beter dan andere Stones albums?
– Uhhm, dat is gewoon een lekkere rock ‘n roll plaat met allemaal goeie songs erop. ‘Exile On Main Street’ (1972) heb ik onlangs weer veel beluisterd, en eigenlijk ga ik die plaat ook steeds beter vinden.

Er staan misschien minder iconische en legendarische Stones songs op maar het klinkt allemaal ongelooflijk solide. Ik heb erover nagedacht om een Stones song live te gaan spelen maar het is er nog niet van gekomen. Wel heb ik solo ‘Evening Gown’ van Mick Jagger gedaan en met de band de Neil Young covers als ‘Revolution Blues’ en ‘Hurricane’. En er komt later misschien nog een Pink Floyd nummer op de setlist. Vorig jaar is hier in Nederland (Mr. Frits in Eindhoven – red.) een live EP opgenomen: ‘Working Class Hero and other Favorites’, met naast drie eigen composities (‘Basket Case’, ‘Gin And Pills’ en ‘Red Dress’ – red.) ook covers: ‘Working Class Hero’ (John Lennon), ‘Hey Joe’ (Tim Rose en Jimi Hendrix), ‘Chelsea Hotel’ (Leonard Cohen) en ‘Evening Gown’ van Mick Jagger.

Maar je eigen songs zijn zowel op de plaat als live gespeeld ook prachtig. In het persoonlijke en indringende ‘Bellwether Ballad’ zing je: “Women and pain, they never wait”. Wat doet het meeste zeer?
– Uhh, beide evenveel toch?

Hoe komen dit soort poëtische teksten tot je?
– Ehh, ja die verzin ik gewoon, eerlijke teksten hoe ik over bepaalde dingen voel. De staat Missouri wordt ook wel ‘Bellwether State’ genoemd (metafoor: schaap dat de kudde leidt door het dragen van een bel – red.) Ik zat destijds in m’n eentje in New York te piekeren over hoe het verder moest met mij als muzikant, want het viel allemaal niet mee op dat moment. En ik schreef toen ‘Bellwether Ballad’, de graadmeter (bellwether) was een entiteit uit mijn nabije omgeving, iets wat dus over was gegaan. Later ben ik mensen tegengekomen waarmee ik kon doen wat ik graag wilde doen en dat gaf nog resultaat ook, weer ongelooflijk eigenlijk.

Je hebt al in verschillende samenstellingen met muzikanten gespeeld, hoe ziet je ideale band eruit?
– Qua instrumentatie: gitaren, bas, drum, maar zeker ook een Hammond orgel, mondharmonica, strijkers, pedalsteel… ik wil eigenlijk nog veel meer instrumenten uitproberen. Maar ik ga daar wel de tijd voor nemen. Voor de nieuwe plaat zou ik graag een “folky kinda feel” hebben, weet je. Een soort van LA seventies revival… Jackson Browne, in een mix van oud en nieuw.

In januari van dit jaar tijdens de jaarlijkse Light Of Day shows in het Paramount Theatre kwam ‘The Boss’ Bruce Springsteen een kijkje bij je optreden nemen! Wist je dit op dat moment?
– Nee, daar kwam ik pas achter tijdens de after party. Bruce was surprise-guest op de Light Of Day shows, een serie  concerten ten bate van fondswerving voor Parkinson-patiënten. Er werd veel gejamd door en met hem maar ik heb zelf niet met hem gespeeld. Wel meegezongen op het podium.

Je schrijft graag teksten met symboliek en melancholie. Het is vandaag een Christelijke feestdag; Pinksteren, de uitstorting van de Heilige Geest. Welke heilige boodschap ga je de volgelingen vandaag op het Domineeskamp in Raalte meegeven?
– Heilige boodschap?! Dat ligt eraan hoeveel alcoholische versnaperingen ze al geconsumeerd hebben. Hmm, wat zou een goede boodschap zijn?… “Rejoice!” Verheugen op een fijne show. Of, misschien verschijnen er wel plotseling engelen tijdens ons optreden, dát zou te gek zijn! Heilige boodschap of niet, jij hebt mij in ieder geval wel iets meegegeven om over na te denken, hahah. En ik hoop dat ze hier van een bovennatuurlijk optreden kunnen genieten.

Lees ook: Ribs en Blues serveert Sterren-menu (deel 1)

.

Geef hier uw commentaar