Coup de Blues & Revolution @ Blues Open 2012!

Gezien en gehoord in Geldrop op 2 juni 2012: Blues Open Festival. Tekst door Nicolette Johns met foto’s van José Gallois

Op deze zonnige eerste zaterdag van Juni in het Gemeenschapshuis Zesgehuchten te Geldrop bijt ‘The Blue Clay’ het spits af van het jaarlijkse festival ‘Blues Open’ dat door de organisatoren dit jaar weer van een gevarieerd programma is voorzien. Deze 4 mansformatie komt óók weer uit, hoe kan het ook anders gezien de naam van de band, dat muzikale Zeeland! Zanger van de band, Wouter Verhelst, bespeelt ook de akoestische gitaar. Sander Elderkamp speelt een cajón (handtrommel/ritmebox), op de contra bas zien we Peter van Merode (i.d.d. van the Juke Joints) en op blues-harp Johnny Roscoe (Brit) maar ook zijn zangpartijen mogen niet onvermeld blijven. Samen brengen zij een mix van Bluegrass, Rhythm & Blues, Folk en Acoustic Blues ten gehore en wel op een heel aangename manier.


Er worden nummers, zoals het met een Rockabilly sausje overgoten ‘Crazy about the Moon’ en het Bluegrass nummer ‘It Takes a Worried Man’ van ‘the Carter Family’, als openers gekozen. De sfeer is gelijk gezet, dit is lekker om naar te luisteren en te kijken op de vroege zaterdagmiddag. Dit laatste is gelijk ook misschien de reden dat de zaal helaas nog maar half gevuld is. We hebben hoop want met de line-up van vandaag zal het bezoekersaantal zeker aantrekken. Soms is het vocaal niet helemaal vlekkeloos zoals tijdens ‘Change my Way of Living’ maar Wouter herstelt zich op een waardige manier. Johnny Cash wordt ook nog even geëerd met ‘Folsom Prison’ waarin Wouter een werkelijk prachtige gitaar solo neerzet. Maar de vertolking van Johnny Roscoe’s ‘St. James Infirmary’ mag ik toch niet onvermeld laten, zelfs nu tijdens het schrijven van dit verslag krijgt uw reporter van ‘The Blues Alone?‘ wéér kippenvel! Het vertoont heel veel lef om deze song te brengen want dit nummer is er één waar men zich makkelijk in kan verslikken. Geen enkele kritiek kan hun keuze te beurt vallen. Deze Johnny heeft zoveel ‘soul’ in zijn stem iets wat Wouter nog moet krijgen gezien het leeftijdsverschil van de twee. Niet ten nadelen van Wouter overigens want ook hij heeft een veelzijdige stem. Het publiek denkt naar een nummer van Bruce Springsteen te luisteren als de band het, door Wouter Verelst geschreven, nummer ‘Mystery Man’ van hun album ‘Ready for Everything’ speelt. In de apotheose van het, wederom eigen nummer, ‘Love Makes Me Blind’ breekt Wouter ná het afnemen van de capo 2 snaren van de akoestische gitaar maar sluit samen met de band deze set op een zéér professionele manier af.

Inmiddels is het gezien het uur van de dag gelukkig alweer iets drukker in de zaal geworden. Als tweede band op de line-up staat ‘Charley Cruz & the Lost Souls’, die al in voorprogramma’s stond van o.a. Dwight Yokam, the Golden Earring en the Paladins maar ook als zelfstandige act op o.a. Blues Peer, geprogrammeerd maar door ernstige familieomstandigheden moeten de broers Charles (zang) en Ronald Croes (drums) vandaag verstek laten gaan. Het besluit is genomen om in een afgeslankte vorm het publiek te gaan vermaken. Deze afgeslankte vorm treden overal in het land op als ‘the Smokin’ Cigars’ en worden gevormd door CC&tLS’ D-J Ciggaar die ook in deze band de bas en de zang voor zijn rekening neemt, CC&tLS’ Jerry Brown op gitaar (met een Matchless amp) en zang én Darryl Ciggaar (i.d.d jongere broertje van Dusty Ciggaar) op drums die zelf ook inmiddels met de band ‘Ashtraynutz’ al aardig aan de weg timmert gezien hun optreden in ‘de Oosterpoort’ Groningen en ‘de Nieuwe Oogst’ Rotterdam.
‘The Smokin’ Cigars’ spelen een mix van Rhythm & Blues, Blues en Bluegrass, met de cover van ‘I Wish You Could See Me Now’ eren zij, ook een gitaarheld van de reporter, Ronnie Earl. Met het nummer ‘Time For a Change’ van het album ‘the Last Warrior’ wordt tóch even de sound van de geboekte ‘Charley Cruz & the Lost Souls’ die het publiek vandaag helaas niet mag verwelkomen ten gehore gebracht. De gitarist van de band, Jerry Brown, zet vandaag ondanks alle wijzigingen in de set-list, tóch een paar fabuleuze gitaarpartijen neer. Drummer Darryl Ciggaar speelt een prima set met een paar héle vette drumpartijen maar het leuke is dat hij niet naar vader D-J Ciggaar op bas kijkt als ritme-sectie leider maar naar oom Jerry Brown op gitaar. Trouwens deze laatste is ooit degene geweest die Neerlands trots Dusty Ciggaar het gitaarspel leerde; hetzelfde gitaarspel wat Jerry, volgens eigen zeggen, heden ten dage niet meer kan volgen. Leuk is wel dat er mensen uit het publiek aan de reporter vragen of D-J een Amerikaan is gezien zijn goede uitspraak van het Engels, een compliment vinden wij van The Blues Alone? ! Het antwoord luidt ‘gewoon Dordrecht’, gek eigenlijk dat ‘Charley Cruz & the Lost Souls’ of de afgeslankte vorm van de band ‘the Smokin’ Cigars’ toch zo weinig te zien zijn op festivals. ‘Onbekend maakt onbemind’ zal hierop wel van toepassing zijn. Het publiek krijgt nog een verrassing in de vorm van een ode aan ‘Levon Helm’ de onlangs overleden drummer van ‘The Band’ met de cover van ‘The Weight’ waarin Danny van ‘t Hoff (bassist the Rhythm Chiefs) het eerste couplet, Darryl het tweede, Jerry het derde én Ian Siegal het vierde couplet voor hun rekening nemen waardoor het vijfde couplet overblijft voor de band-leader van vandaag D-J Ciggaar! Een waardig optreden die de verhindering van de geboekte band ‘Charley Cruz & the Lost Souls’ heeft doen vergeten.

Waarschijnlijk draait het Javaans Eetcafé (Eindhoven) die, vandaag net als voorgaande jaren tijdens ‘Blues Open’, de catering verzorgt gezien het uur op volle toeren want de luchten van de overheerlijke Indische schotels dringen door tot voorin de zaal. Hopelijk trekt dit het publiek niet té lang weg uit de zaal want ‘Ian Siegal’ zal binnen niet ál te lange tijd zijn solo-set beginnen. ‘Ian Siegal’ is een graag geziene gast tijdens ‘Blues Open’ want dit is al zijn derde optreden, met en zonder band, in de historie van negen edities ‘Blues Open’! ‘Ian Siegal’ opent zijn set met Mississippi Fred McDowell’s ‘You Gotta Move’ en na een snelle check van de iPhone, een handeling door hem zelf becommentarieerd wordt met “What a pro” , gaat hij snel door met ‘John the Revelator ‘ om ons het idee te geven dat we diep in de Mississippi Delta staan i.p.v. in Geldrop. Vervolgens maken we een uitstapje naar de Country muziek als ‘Ian Siegal’ Willy Nelson’s, volgens eigen zeggen speciaal voor Ian geschreven, ‘Crazy Old Soldier’ zingt. Hij leidt dit nummer in door het publiek erop te attenderen dat het nummer een toonhoogte wisseling behelst die niet makkelijk schijnt te zijn. “Right; I Got Myself Covered” luid de volgende met zelfspot overgoten uitspraak. Maar de wisseling van toonhoogte gaat goed en meteen wordt hij hiervoor door het publiek geprezen. “Slap-bang in the middle” omdat het volgens Ian maar half goed ging, alleen getrainde oren hebben dit gehoord. Steve Earle’s ‘Cocaine Can Not Kill My Pain’ en het wonderschone door Tom Russel geschreven ‘Gallo Del Cielo’ zijn vandaag de andere songs van zijn set-list. Helaas laat Ian weer van zich horen door zijn ergernis te uiten over het onophoudelijk geroezemoes in de zaal, collega muzikanten en alles wat niet zijn goedkeuring kan wegdragen. Jammer dat Ian nog steeds denkt dat het gemiddelde publiek een behoorlijk woordje Engels spreekt én verstaat. Inmiddels is het publiek vlak vóór het podium gebiologeerd door deze man en men staat dichterbij bij deze ras muzikant dan ooit. Deze man met z’n ‘Harmony Hollywood’, de akoestische gitaar die zo’n afwijkende sound van andere akoestische gitaren voortbrengt is voor het publiek de meest eigenzinnige muzikant van de laatste twee decennia. Als afsluiting van een weer heel eigenzinnige set bedankt ‘Ian Siegal’ het publiek in de vorm van een paar encore’s zoals Chuck Berry’s ‘Nadine’ en ‘Reelin’ & Rockin’ ‘.

Na het ombouwen van het podium zal het publiek verwend worden met een optreden van ‘Hook Herrera’ samen met ‘Coup de Grace’ . De linkshandige Sjors Nederlof, winnaar van de Dutch Blues Award 2010, speelt inmiddels alweer een aantal jaren bij ‘King Mo’ maar was ooit dé ontdekking voor bluesminnend Nederland toen hij in ‘Coup de Grace’ zijn opwachting maakte. Samen met Jody van Ooijen op drums en Roelof Klijn op bas, ja u leest het goed, die van ‘the Shiner Twins’ en van ‘Dede Priest’ zullen zij vandaag de in San José – Californië geboren, ooit in België residerende, Amerikaan Steven ‘Hook’ Herrera begeleiden die de zang en de blues-harp partijen voor zijn rekening zal nemen. Graag maak ik even van deze gelegenheid gebruik te verduidelijken dat ‘Coup de Grace’ nog steeds optreedt ondanks het feit dat vele promotors denken dat deze formatie opgedoekt is. Van ‘Hook’ wordt vaak door het publiek én de pers gedacht dat hij een ‘Native American’ is maar dit is niet het geval. ‘Hook Herrera’ is van Mexicaanse afkomst. Deze sympathieke Amerikaan is recentelijk niet veel in ‘den Lage Landen’ te zien geweest omdat hij, mede door familieomstandigheden, terug is gegaan naar zijn oorspronkelijke habitat maar door de organisatie van ‘Blues Open’ speciaal naar Nederland is gehaald. Sjors Nederlof, eindelijk eens een keer zónder zonnebril, heeft er zin in vandaag want hij staat zelfs al tijdens het eerste nummer te lachen, Jody van Ooijen de contante factor in meerdere bands in Nederland zet van meet af aan weer een strakke set neer. ‘Hook Herrera’ eert Hubert Sumlin maar speelt voornamelijk werk van ‘Lester Butler’. Toch moeten wij bekennen dat het geen energieke set van ‘Hook’ is en dat het repertoire té weinig variatie toont om ons te boeien. Zijn zang is soms niet goed genoeg om de teksten te verstaan maar tegelijkertijd is zijn blues-harp spel wel subliem maar tóch mist hij het charisma om het publiek het idee te geven dat dit optreden van ‘Hook Herrera’ en ‘Coup de Grace’ speciaal voor hen is. Kan er iemand zó spelen als ‘Hook Herrera’, deze man kan blázen (eigenlijk zuigen), zonder anderen tekort te willen doen denkt de reporter van The Blues Alone? dat dit toch een moeilijke opgave zal worden.

Als laatste band van de line-up op deze editie van ‘Blues Open’ staan ‘The Revolutionaires’ op de rol, de fotograaf en de reporter van the Blues Alone? zijn onwetend als het om deze band gaat. Wél weten wij dat zij graag geziene gasten zijn op festivals in de UK maar hebben nooit de gelegenheid gehad hen live (Rambler – Eindhoven) te aanschouwen. We staan helemaal open voor deze 4 mansformatie uit Durham (Noord Oost Engeland), hun outfit in Fifties pakken belooft ons veel! Laten we maar eerst even de bandleden aan u voorstellen; de broers Ed en Rich'(ard) Stephenson respectievelijk op gitaar (Gretsch)/keys/zang/blues-harp en op contra bas/achtergrond zang, op de drums en achtergrond zang ,de jongeling van de band, Mark Matthews en het geheel wordt gecompleteerd door Gary Hoole op de tenor- en bariton-saxofoon. Zij spelen een mix van vijftiger jaren Rock & Roll, Rhythm & Blues, Roots en Jump Blues. De band heeft inmiddels al vier albums op hun naam staan t.w. ‘Have Love Will Travel’ ,’Shout It Out’, ‘All Revved Up’ en ‘Route 66’ die het vooral goed ‘doen’ ná een optreden de reden waarom zult u hieronder kunnen lezen. Al bij het eerste nummer springt en danst Ed het hele podium over, hij heeft een niet te stuiten energie die hij graag op het publiek over zou willen brengen. Het lúkt hem samen met zijn bandleden nog vóór het tweede nummer om twintig over elf ten einde is, men danst, tapt en hupt al lekker mee! Tijdens ‘Riod in Cell Block Number Nine’ gaat er iets mis met de belichting maar de band slaat geen acht op deze kleine verslikking van de licht-technicus. Ed blijkt een multi-instrumentalist als we zien dat hij niet alleen zingt en gitaar speelt maar ook nog eens een lekkere Boogie Woogie uit de elektrische piano weet te halen. Het échte blues publiek van vandaag staat tóch nog een beetje te wachten op een échte blues maar met de cover van Big Joe Williams’ ‘Baby Please Don’t Go’ wordt het op hun wenken bediend. Als Ed Stephenson ook nog eens de blues-harp ter hand neemt dan is zélfs de waardering van de meeste kritische blues liefhebbers niet te stuiten. Áls we dan een klein minpuntje van dit optreden móeten noemen is het dat we vinden dat er toch wel behoorlijk veel tremble op de microfoon van Ed staat, iets dat wij niet nodig achten want zijn stem heeft een goed bereik. We horen nog ‘Keep on Knocking’ van Richard Penniman a.k.a. Little Richard, John Lee Hooker’s Boom Boom, Slim Harpo’s ‘Hip Shake’ en ‘The Tequila Song’ geschreven door saxofonist Danny Flores van ‘the Champs’ voorbij komen en dit laatste nummer is natuurlijk dé manier om de saxofonist van de band Garry Hoole te laten exeleren. Ook de jongeling van de band Mark Matthews mag soleren en een drumsolo zoals deze man hier op dit festival laat zien (kruislings) hebben wij nog maar weinig (slechts tijdens jazz optredens) meegemaakt. Inmiddels zijn overal op de vloer van het Gemeenschapshuis Zesgehuchten kleine kringetjes gevormd waar ‘oude’ jongens en meisjes ‘jiven’ en zich ineens weer in de tijd van de Puch-jes, petticoats en zwarte leren jacks wanen. Leuk om te zien dat deze band een échte uitsmijter van dit festival, en naar onze mening ieder ander festival mag noemen. Voor de reporter en de fotograaf van ‘the Blues Alone? ‘ zijn ‘The Revolutionaires’ dé klapper én verrassing van Blues Open 2012. Voor de lezers die naar Frankrijk afreizen tijdens hun vakantie; deze band treedt volgende maand July ook op tijdens de festivals in Cognac,Tours en Montauban. Vele bezoekers van ‘Blues Open’ verlieten als ‘Revolutionaires’-fan het terrein van het Gemeenschapshuis Zesgehuchten in Geldrop, Veni Vidi Vici!

 

Meer foto’s van dit festival door José Gallois kun je hieronder bekijken:

Geef hier uw commentaar