A.J.Mharyo interview [10 jaar geleden]

 The Blues Alone? medewerker Gillespy (Giel) begon vandaag precies 10 jaar geleden met het interviewen van rock- en bluesbands. Hieronder zijn eerste interview met een band waarvan de leden nog steeds actief zijn in o.a. Purple Rainbow, Moore Black, Eyes Can’t See en andere bands.

A.J.MHARYO SPEELT MODERNE MUZIEK MET EEN HARDROCK INJECTIE (18-02-2001)

Bij rockmuzikanten denk je al snel aan wilde jonge honden die dag in dag uit met sex, drugs en rock ‘n roll bezig zijn. Ze moeten flink schoppen tegen de gevestigde orde en het liefst ook veel drinken, verder is het één en al ruwe bolster blanke pit. De bandleden van A.J.Mharyo (spreek uit: Ee-Djee-Mharij-djo) voldoen heden ten dagen alleen aan de laatste voorwaarde. De vier mannen allen dertigers maken een zeer rustige indruk en het ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ zou hun credo kunnen zijn. Maar wordt het kwartet eenmaal losgelaten op een podium dan blijkt er wel degelijk een blanke pit in hun toch wel ruwe bolsters te schuilen. Slechts weinige kennen nog het verhaal van A.J.M. zoals de band gemakshalve vaak genoemd wordt. Vandaar een ontmoeting met een rockband uit het westen des lands aan de Zeeuwse kust.

Het is alweer de derde keer in dertien maanden tijd dat A.J.Mharyo Vlissingen aandoet. Tijdens een wandeling langs het strand en de boulevard van Vlissingen enkele uren voor het optreden in De Piek geven drummer/singer/songwriter John Tol en gitarist Mario Roelofsen een relaas.
‘Schoppen tegen de gevestigde orde? Nee, die tijd ligt ver achter ons ik schop uitsluitend tegen m’n kick-drum het liefst zo veel en zo hard mogelijk, dat wel. Mijn teksten zijn enigszins maatschappij kritisch want je wilt de luisteraars natuurlijk ook een boodschap meegeven, de absolute love-songs zijn aan ons niet besteed. Voor mij is het belangrijk dat een lyric loopt of “lekker bekt” zoals men in het vakjargon nog wel eens pleegt te zeggen. “Eyes wide open, fingers spread, cut the crap!” bijvoorbeeld uit de song ‘Cut The Crap’, een lied met een duidelijke boodschap en toch een hoog meezing-gehalte. Dat is het materiaal dat wij momenteel hoofdzakelijk spelen en wat het hedendaagse publiek wil horen.’

Betekent dit dat A.J.Mharyo de roots heeft afgezworen, de kenners weten toch dat de band hardrock bands als Deep Purple en Aerosmith altijd een warm hart toedroeg?
‘Geenszins! Roots blijven roots en de genoemde bands waren van grote klasse. Maar we hebben wel alle vier in de loop der jaren onze invloeden van buitenaf meegekregen én ingebracht. Mario en bassist Harry den Hartog zijn echte gitaarfreaks en bewonderen mensen als Ritchie Blackmore, Yngwie Malmsteen, Billy Sheehan en Jeff Berlin, dat zijn traditionele rockers inderdaad maar wij staan wel degelijk ook open voor nieuwe dingen. Zelf ben ik aan de muziek verslaafd geraakt door een flinke CCR-injectie (Credence Clearwater Revival) en was en ben ik nog steeds een grote Genesis annex Peter Gabriel aanhanger. Leadsinger Norman Plomp die twee jaar geleden de band kwam versterken bracht weer bepaalde grunge- en rap-invloeden in en gezamenlijk luisteren we graag naar de Red Hot Chili Peppers, Rage Against The Machine, Skunk Anansie, Limp Bizkit en noem maar op. Dat is ons streven een cross-over tussen die oude en nieuwe muziekstijlen zonder ons eigen gezicht en geluid te verliezen.’

Hoe werkt dit in de praktijk Mario lukt dat ook richting publiek?
‘In het begin ging dat eerlijk gezegd wat stroef, het is niet zo dat je van de één op de andere dag de knop omzet. Maar tevens wek je wel bepaalde spanningen op bij het publiek, want wat moet men nu verwachten van een band die nummers als ‘Burn’ van Deep Purple en ‘Killing In The Name Of’ van Rage Against The Machine op één setlist heeft staan en ook nog eens eigen materiaal willen promoten? In de praktijk blijkt het erg goed uit te pakken, je staat er soms versteld van hoe goed de kids op de hoogte zijn van de dingen die zich op muzikaal gebied in de jaren zeventig afspeelde maar ook hoe de oudere jongeren staan te jumpen op ‘Killing…’ en bijvoorbeeld ons eigen nummer ‘We Can Go On’. Onze interpretatie van ‘MacArthur Park’ van Richard Harris een hit uit 1968 notabene is één van de vele hoogtepunten tijdens de concerten, blijkbaar is ons publiek écht muziekliefhebber.’

Het ontstaan van A.J. Mharyo is zoals we dat al eerder gehoord hebben bij bands met een bepaalde reputatie: twee jeugdvrienden beginnen wat te pielen op gitaar en bas en ontmoeten toevallig een drummer die als jong ventje tegen de zin in van zijn ouders wat trommels aanschaften en vervolgens wordt er na veel beslommeringen de juiste zanger gevonden. Zo zat het toch John?
‘Zo ongeveer ja, als puber liep ik al met lego-stokjes op alles te trommelen waar enigszins geluid uit kwam. Ik groeide op in Gouda kocht op zestienjarige leeftijd samen met een vriendje heel impulsief mijn eerste drumstelletje. Niet realiserend dat we met de trein waren en al die gigantische dozen ook nog eens meegesleept moesten worden. Toen heb ik mijn vader gebeld en die was 1 niet zo blij dat hij me op moest halen en 2 nog minder blij met mijn nieuwe aanschaf. Maar ach, nadat ik hem ervan had overtuigd dat mijn vriendje wel een boer kon in Zevenhuizen waar wij konden repeteren ging hij gelukkig overstag. Mijn eerste noemenswaardige band was ‘Orion’ en verder heb ik altijd veel geschreven, gecomponeerd en gespeeld in allerlei bandjes waarvan ik nu én in de toekomst de vruchten hoop te plukken.’

En Mario?
‘Ik heb altijd veel met Harry opgetrokken, op jonge leeftijd experimenteerden we in diverse samenstellingen met voornamelijk hardrock muziek, althans een poging daartoe. Mijn eerste echte band was ‘Black Sheep’ en ik heb net als John overigens veel opgetreden met de Anoushka Big Sessieband, wel bekend in bij ons in de regio. Ik ben zoals gezegd een gitaarfreak en heb een leuke collectie Fenders tot mijn beschikking, de laatste aanschaf is een creme-kleurige Fender Yngwie Malmsteen die ik vanavond in De Piek ten doop zal houden. Toen ik destijds voor een nieuw op te richten band een ervaren drummer zocht hing ik een hand geschreven briefje ergens aan een paal en vrijwel direct daarop reageerde er een jongen die ik toevallig iets eerder in een lokaal zaaltje had zien spelen en waar ik best wel van onder de indruk was. Dat klikte dus direct tussen ons, zowel muzikaal als in de omgang. Zijn naam? John Tol, ha, ha.’

Hoe zit dat met die Vlissingen-Westland connectie John?
‘Minder mysterieus als dat het lijkt. Natuurlijk heb ik hier bepaalde aanspreekpunten en hebben wij veel aan Het Westland en met name aan Stichting Westland Rockland te danken. A.J.Mharyo is aangesloten bij die muziekstichting waar bijna alle Westlandse bands bij aangesloten zijn. De stichting bemiddelt bij optredens, demo-opnamen en allerhande zaken voor beginnende bands, een heel goed initiatief van een groepje vrijwilligers dat steeds meer professionele vormen begint aan te nemen. Wij hebben – zeker nu met de nieuwe artiestenwetgeving – veel baat bij de stichting, ze nemen ons veel administratief werk uit handen waar we niet op zaten te wachten. Verder is het Westland toch een beetje onze thuisbasis ondanks dat we in Den Haag, Schiedam en Gouda wonen hebben we er gewoond, gewerkt en veel gespeeld. Verder heb ik zelf meer dan een jaar in Vlissingen gewerkt en gewoond en in mijn vrije tijd ging ik graag de stad in om wat te drinken en als het even kon jammen met wie dan ook. Zo heb ik hier ooit wel eens heel even samen met Paskal Jacobsen van BLØF op één podium gestaan tijdens een jamsession. Zelf weet hij er waarschijnlijk niets meer van want van samenspelen mag je niet spreken. Maar toch heb ik genoten van zijn enthousiasme en inzet die avond, hij is een meester in het Nederlandse lied.’

Diezelfde avond in De Piek voegen de heren van A.J.M. de daad bij het woord. John Tol komt bij binnenkomst direct al een oude bekende tegen, hij blijkt tot zijn verbazing ook nog de zanger te zijn van de plaatselijke band ‘Bruno’ dat in het voorprogramma speelt. De soundcheck wordt professioneel uitgevoerd en de setlist wordt nog eens doorgenomen. Ondertussen zijn er onderhandelingen gaande met de organisatoren voor een rockfestival in 2002 die op uitnodiging van het A.J.M. management ook op deze avond aanwezig zijn.

Het A.J.M. optreden in het kader van de ‘Fool For A Minute Tour 2001’ is mede dankzij de goede zaalomstandigheden zeer indrukwekkend en de band heeft met de cool guys Roelofsen en Den Hartog plus de gedreven Tol en Plomp een bijzondere podium-uitstraling. De zogenaamde Rage Against Purple (RAP!) cross-over stijl slaat aan bij het publiek en ondanks wat kleine ongemakken (gebroken snaartje, storing in een snoertje) zit de sfeer er goed in. Hebben de heren na zo’n anderhalf uur spelen inclusief toegaven nog iets aan het relaas toe te voegen of wellicht iets te wensen?
‘Onze complimenten gaan uit naar de mensen van het licht, geluid, de podium-attributen en de andere medewerkers van De Piek, deze mensen snappen hoe het hoort dat hebben we ook wel eens anders meegemaakt. De publieke belangstelling kan altijd beter natuurlijk maar het enthousiasme onder het publiek was weer volop aanwezig en dat doet ons steeds weer goed ongeacht het aantal aanwezigen. Verder hopen we nog veel op te kunnen treden de komende tijd, spoedig een tweede CD uit te brengen en gauw weer eens terug te keren in Vlissingen of elders in de Zeeuwse provincie.’

Het slotwoord is aan Mario:
‘Ik hoop samen met A.J.Mharyo dit jaar op Het Podium in Hardenberg in het voorprogramma van Yngwie Malmsteen te kunnen spelen en ik zou naast A.J.M. best nog wel eens graag een Deep Purple coverband oprichten omdat het Blackmore repertoire fantastisch blijft om te spelen en het paarse bloed kruipt waar het niet gaan kan!’ [Gillespy ©2001]

Lees ook: A.J.Mharyo Reviews

Geef hier uw commentaar