Wederom een geslaagd Blues Aan Zee festival

gezien & gehoord in: De Noviteit in Monster Westland; datum: zaterdag 6 november 2010
review door: Giel van der Hoeven met foto’s van Arjan Vermeer.

Het negende Blues Aan Zee festival mag ronduit geslaagd genoemd worden. Ger Bus, één van de organisatoren, was zaterdagnacht na afloop dan ook goed te spreken over de opkomst van de bijna 500 bezoekers en over de kwaliteit van de tien geprogrammeerde bands. Bus zet jaarlijks met Anton van Meerkerk, Frits Krieg en Joke Meinderts en een handjevol vrijwilligers het festival op poten en gezamenlijk houden ze Stichting Blues Aan Zee draaiende. Door o.a. financiële injecties van trouwe sponsors kan het geheel gefinancierd worden en is de aanvankelijk lokale bijeenkomst uitgegroeid tot een gerenommeerd indoor bluesfestival met regionaal aanzien. Door middel van projecties met een beamer in de foyer van De Noviteit werden de belangrijkste steunpilaren dan ook in het zonnetje gezet.

Een internationaal gezelschap aan bluesartiesten was dit keer uitgenodigd om de bezoekers te vermaken en te verrassen. Want dat is toch ieder keer weer een mooie maar moeilijke uitdaging voor de organisatie om een spannende en verrassende line-up te programmeren. En ook dit jaar is men daar met glans in geslaagd. In de vier zalen van het voormalige klooster kon je gedurende de optredens bij wijze van spreken over de hoofden lopen. Samen met fotograaf en brother blues Arjan Vermeer maakte ik een rondje langs de velden met tussenstops voor brother booze aan de luxe bar in de sfeervolle foyer.

In de oude kloosterkapel, voor de gelegenheid ‘The Chapel’ genaamd, trapte de surfband The Tonomats uit Den Haag af. Geen onbekenden want de band heeft vaker in Monster gespeeld en drummer Sander is de zoon van Ger Bus. De band, gekleed in blues brothers kostuums, is vernoemd naar het jaren vijftig jukeboxmerk Tonomat en speelt frisse instrumentale surf gitaarmuziek. Eigen nummers en instrumentals van o.a. The Ventures en Dick Dale, de man die de surf muziek praktisch uitgevonden heeft.

Bas Kleine & His Harmaniacs speelde gelijktijdig in de trendy ingerichte kelderzaal (The Cotton Club). Het gezelschap herbergt vier gelouterde muzikanten die ervaring opdeden in bands als Flavium (gitarist Herman Driesten) en Livin’ Blues (zanger en mondharmonicaspeler Bas Kleine). Luchtige blues met als motto “let the good times roll!” gespeeld met contrabas, een snaredrum, mondharmonica en gitaar.

http://concertphotos.thebluesalone.nl/#163

Ondertussen was in de Tuinzaal waar de Mainstage stond de talentvolle 22 jarige Engelsman Jay Tamkin met zijn band begonnen. In zijn eigen land inmiddels een veel gevraagde gast maar in Nederland nog een vrij onbekende bluesgitarist die hippe gitaar- en bas grooves speelt. Beide instrumenten speelt hij namelijk zelf afwisselend. In Groot-Brittannië wordt hij bestempeld als een ‘up and coming rock/blues guitarist of the highest order’. Het trio zette een gedegen show neer en kwam overtuigend over. Ondertussen nam Jay de kans waar om hun debuut album ‘Sorted’ te promoten.

Little Boogie Boy was één van de twee acts die deze avond in de poortzaal optrad. Naar de New Orleans traditie was dit zaaltje omgedoopt tot de Mississippi Queen (steamboat). De B.A.Z. medewerkers/aankondigers liepen per zaal ook in aangepaste kleding om de sfeer erin te houden. Little Boogie Boy is Hein Meyer uit Kudelstaart maar zijn stemgeluid en gitaarspel klinken puur en authentiek alsof hij zelf uit de Mississippi Delta komt. De mix van bluesstijlen noemt hij ‘Happy Blues’ en het plezier straalt hij live ook uit met een leuk en ontspannend optreden.

De tweede band in de Mississippi Queen was Les Chats Cadiens, een combinatie van vier ex-bandleiders, die ieder met eerdere eigen groepen ruimschoots hun sporen verdienden in de Nederlandse blues en roots. Met een mix van Zydeco (accordeonblues uit Louisiana) en Deltablues wisten ze de volgepakte ‘stoomboot’ meer dan een uur lang te boeien. De opzwepende klanken van eigen Cajun blues composities en songs van Zydeco koning Clifton Chenier zorgde ervoor dat de temperatuur in het tamelijk lage zaaltje tot grote hoogte steeg. Bandleider Henk de Kat is dan ook een bijzondere verschijning en een virtuoos op de accordeon waarmee hij ook de ‘moerasbas’ baspartijen speelt. De band had eigenlijk op de Mainstage moeten staan gezien de publieke belangstelling en de tomeloze energie waarmee ze speelde.

Ook in The Chapel kwamen twee bands op het podium. Nog aangekondigd als The Blues Crowns maar inmiddels opererend onder de naam Deep & The Dudes. De band was in juni 2008 als eerste Nederlandse bluesband te zien op ’s werelds grootste festival The Chicago Bluesfestival. De hoofdrollen zijn weggelegd voor frontman Daan Prevoo (zang, mondharmonica, saxofoon en percussie) en meestergitarist Paul Voestermans wiens gitaarstijl prominent op de voorgrond stond. Ze speelde een kolkende mix van ritmische garageblues, swing, Chicago Blues en zestiger jaren rhythm & blues in combinatie met moderne stijlen. Het repertoire van het viertal bestond uit obscure originals en eigen composities. In het voorjaar van 2011 zal de band de live begeleiding gaan verzorgen van de Amerikaanse zanger en mondharmonicaspeler Lynwood Slim.

De Belgische band Howlin’ Bill liet de kelder vollopen met een mix van blues, rock ‘n ‘roll, swing, boogie en roackabilly met een hoog hipshaking gehalte. Eigen werk afgewisseld met covers en teksten over slechte vrouwen, goeie drank, ouwe schoenen en liefdesbetuigingen. Voorman Bill staat met zijn doorrookte stemgeluid en huilende mondharmonica als een volksmenner voor zijn publiek, ondersteund door de strakke ritmesectie Magic Frank en Walkin’ Winne en de onvoorspelbare gitaar licks van gitarist Little Jimmy. Krachtige ritmische blues sterk beïnvloed door Omar & The Howlers (‘Devil and the Deep Blue Sea’). De band heeft inmiddels drie cd’s uitgebracht waarvan de laatste in 2009 live werd opgenomen in het befaamde Ancienne Belgique muziekcentrum in Brussel.

Op het moment dat het bezoekersaantal op het B.A.Z. festival z’n hoogtepunt naderde speelde de tweede band op de Mainstage. Wild-T & The Hot Butts is een Nederlandse bluesband onder leiding van zanger/gitarist T.J. van den Broek (alias TJ Kirby) bijgestaan door gitarist Lex Horst, bassist Joris Thomassen en Pieter Veldhuis op drums. Ze spelen de blues op alle mogelijke manieren met invloeden uit de funk, soul, jazz en rock, Zuid-Amerikaanse grooves en ga zo maar door. Maar wel sterk geworteld in de traditionele blues zelf. Zwaargewicht zanger TJ heeft een sexy (zegt hij zelf) bluesy stem die je meeneemt van acapella naar donkere vocalen via akoestische naar elektrische begeleiding. Stevie Wonder’s ‘Superstitious’ wordt net zo makkelijk afgewisseld met de ene na de andere rock- (Hendrix) of blues traditional. Onlangs werd de cd ‘Rough & Tough’ van Wild-T & The Hot Butts uitgebracht.

De afsluiters van de avond waren Little Kim & the Alley Apple 3 in The Cotton Club en Nico Wayne Toussaint op de Mainstage. De Belgische zangeres Kimberly zingt western swing en hotjazz repertoire in de traditie van de grote vrouwelijke artiesten van dit genre zoals Billie Holiday, Ella Fitzgerald en Bessie Smith. Ze werd begeleidt door Tom (gitaar & backing vocals), Selim (double bass) en Patrick (lapsteel & gitaar) die zich bedienden van veertiger- en vijftiger jaren instrumenten zoals bijvoorbeeld een Fender Custom Double 8 lapsteel gitaar uit 1949 en een Gibson L7 archtop uit 1947. Klassiekers als ‘Whoa Babe’, ‘Who Walks In When I Walk Out’ en ‘Lazy Sunday’ passeerde de revue. De kleine kelder werd zo in de kleine uurtjes even omgedoopt tot een heuse Dixieland muziekclub.

Nico Wayne Toussaint is geboren in 1973 te Toulon in Frankrijk en hij speelt mondharmonica sinds zijn 18e jaar. Beïnvloed door Muddy Waters’ mondharmonicaspeler James Cotton kon hij het instrument niet meer loslaten en toerde hij met bandjes langs cafés, campings en festivals in het zuidwesten van Frankrijk. Sinds 1996 speelt hij onder zijn eigen naam Chicago Blues en ademt hij de bayou van Louisiana. Sinds de jaren negentig gaat hij regelmatig naar de USA waar door zijn Amerikaanse peetvader enigszins zijn muzikale roots liggen. Zo kon het gebeuren dat hij op jonge leeftijd al ervaring opdeed met ouwe blues knarren zoals Jimmy Johnson, Billy Branch, Luther Allison en Cash Mc Call, om er een paar te noemen. Samen met zijn bandleden bracht Nico een eerbetoon aan de muziek uit het zuiden van de Verenigde Staten. Blues, cajun, country en southern rock, muziek waarmee hij is opgegroeid in zijn jeugd en die de energieke smoelschuiver Toussaint graag met de Westlandse bluesliefhebbers wilde delen. Een mooie afsluiter van een prachtig festival.

 

Geef hier uw commentaar