Ronnie Wood – I Feel Like Playing

Woody’s vuige veeg uit de pan  (door Giel)

rwiflp10

Als je een album maakt met Eddie Vedder (Pearl Jam), Slash (Guns N’ Roses, Velvet Revolver), Flea (The Red Hot Chili Peppers), Billy Gibbons (ZZ Top), Ian McLagan (Faces, The New Barbarians), Jim Keltner (sessie drummer), Bobby Womack (R&B legende), Bernard Fowler (Rolling Stones) en producer Bob Rock achter de knoppen kan het gewoon niet fout gaan zou je denken. Zeker als de hoofdpersoon in kwestie Ronnie Wood heet. Al geeft het laten opdraven van een bataljon goede muzikanten alleen, natuurlijk niet de garantie dat het eindproduct automatisch ook goed is. Een geslaagd album staat of valt bij de composities en (in mindere maten) de teksten. Gelukkig kunnen we constateren dat ook dit bij Ronnie Wood dik in orde is op ‘I Feel Like Playing’. Inmiddels alweer zijn negende solo studioalbum. Ik schrijf ‘gelukkig’ want ik heb al een zwak voor Woody sinds zijn Jeff Beck Group en Faces tijd. En verdraaid nog aan toe, de sfeer en spelvreugde die er destijds bij deze bands vanaf spatten, is ook nu weer terug horen. Dat hadden toch maar weinige verwacht van de al bijna afgeschreven l’enfant terrible van de Britse rock ‘n’ roll.

Nadat Wood in 1976 definitief tot de Rolling Stones was toegetreden nam hij in 1979 zijn vierde solo-album ‘Gimme Some Neck’ op en richtte hij samen met zijn soulmate Keith Richards (die toen weer eens met zijn soulmate Mick Jagger in de clinch lag) The New Barbarians op. Met muzikanten als bassist Stanley Clarke, keyboardplayer Ian McLagan, saxofonist Bobby Keys en drummer Joseph Zigaboo (The Meters) zou dat vandaag de dag een ‘supergroup’ genoemd worden. Blijkbaar tiert Wood welig met klasse muzikanten om zich heen want ook dat bleek toen (ondanks de slechts 20 live optredens in 1979) een vruchtbare samenwerking te zijn. Dit in tegenstelling tot de ontvangst van enkele van zijn soloplaten destijds, die niet alle acht even geslaagd gevonden werden door de criticasters. Zijn live albums, solo en met Bo Diddley en The Barbarians werden daarentegen wél weer goed ontvangen.

Smaken verschillen zullen we maar zeggen. Zo is lang niet iedereen gecharmeerd van Wood’s gruizige whisky stemgeluid en quasi stoere teksten (bijv. “I’m gonna knock your teeth out”). Terwijl diehard Wood fans hem juist om die doorleefde stem, zijn gedrag en zijn teksten adoreren. Ik behoor bij die laatste groep, als je alles in het juiste perspectief plaatst en met een dosis cynisme bekijkt (beluisterd!) en zeker al dat privé gedoe achterwege laat, kan je er gewoon niet omheen dat Wood – net als zijn maat Keith Richards – een rasmuzikant van de eerste orde is, en beide zijn inmiddels living rock ‘n roll legends!

wood10

Zes nummers op ‘I Feel Like Playing’ schreef Wood zelf en de overige zes in samenwerkingsverband met vrienden en gasten zoals Eddie Vedder en Kris Kristofferson. En ja ook nu zijn die ’stoere’ lyrics weer aanwezig zoals bijvoorbeeld in Fancy Pants (“I’m an Englishman, when I get the change, I flash my pants”). Ook muzikaal is de song een veeg uit de pan van het vuige rock ‘n’ roll segment. Ik kan alleen maar glimlachen om die kwajongens streken en blote-billen-humor van Woody. Want zouden wij grijze muizen zelf niet wat graag een poosje in zijn schoenen staan, ja toch?! Al 35 jaar mag hij deel uitmaken van het Rolling Stones circus. Eerder dit jaar speelde hij nog met Buddy Guy op Clapton’s Crossroads Guitar Festival 2010 en deed hij een aantal Faces reünie concerten met (in plaats van Rod Stewart) de Simply Red zanger Mick Hucknall. En in het Butler Institute of American Art in Youngstown, Ohio staat een expositie van zijn schilderkunst op stapel (een schilderij van hem siert ook de hoes van dit album).

‘I Feel Like Playing’ opent met “Why You Wanna Go and Do A Thing Like That For” met Slash op gitaar, Flea op bas, Ivan Neville achter de keyboards en Wood zelf op de slidegitaar. Een melodieus en melancholisch klinkend bluesrock nummer zoals er meer van op dit album staan. Wood plaatst zich in de slachtofferrol en vraagt zich verbaasd af waarom hij nou weer de pineut is net nu het allemaal zo goed gaat? (“Kicking me from heaven straight into hell”). Mooi, zijn punt is gemaakt. Dat ex-vrouw Jo en zijn Russische en Braziliaanse (ex-)aanbidsters het ook even weten. En hij laat het verder aan de luisteraar over of de prairiewolf (coyote) huilt van vreugde (cynisme) of van verdriet. Eigenlijk is Ronnie gewoon een lieve jongen, en die zoetheid is tevens zijn zwakte zoals we in de reggae song “Sweetness My Weakness” horen. Het album staat vol teksten met zelfreflecties. De up-tempo single “Lucky Man” is één van die nummers die samen met Eddie Vedder geschreven is. En “Thing About You” heeft de geur van schroeiende scheurijzers. Je hoort en ruikt de traditionele bluesrock sound die we zo goed van ZZ Top kennen. “Smell my guitar baby” roept Gibbons ons daarom nog toe. Ook op “I Gotta See” speelt baardmans Gibbons een riedeltje mee, en de vocalen van Wood en Fowler klinken ondanks de grote tegenstelling in stemgeluiden zeer harmonieus.

woodypainting10

“Catch You” geschreven samen met Bob Rock valt een beetje uit de toon omdat het de enige soul song op het album is, maar ook hier weer die akoestische slidegitaar. Willie Dixon’s blues classic “Spoonful” werd al zo vaak gecoverd, van Cream tot Barrelhouse, niets bijzonders dus. Maar wel met een lekker zompig basgeluid van Flea en zeer gedreven zang door Wood en consorten. “I Don’t Think So” gezongen met Bobby Womack had zo op een Stones album gekund, beter dan menig Bigger Bang tracks (“Joke me don’t poke me!”). En dat geldt eigenlijk ook voor “100%” een klassieker in een zeventiger jaren Faces en Stones traditie. “Tell Me Something” is het minst sterke nummer van ‘I Feel Like Playing’, maar ja het blijft na één keer draaien al in je kop hangen, dus toch weer knap gemaakt. Het album sluit af met de ballade “Forever” waarin Wood en Bernard Fowler samen de lead vocalen voor hun rekening nemen. En Slash trekt nog even alle registers open op zijn Gibson Les Paul met vette en gemene blues riffs.

Ondanks dat op dit album een bijdrage van Keith Richards jammer genoeg ontbreekt is het project bijzonder geslaagd te noemen. Het album mag zich wat mij betreft meten aan het betere solowerk van Woody’s soulmate en drinkebroer Keef. Mark It!

Track-listing:
01. Why You Wanna Go And Do A Thing Like That For (05:28)
02. Sweetness My Weakness (05:46)
03. Lucky Man (05:04)
04. I Gotta See (03:45)
05. Thing About You (04:33)
06. Catch You (04:05)
07. Spoonful (05:36)
08. I Don’t Think So (05:02)
09. 100% (04:56)
10. Fancy Pants (05:26)
11. Tell Me Something (03:21)
12. Forever (04:45)

Geef hier uw commentaar