Op 23, 24 en 25 Mei 2026 vond het Ribs & Blues plaats in Raalte. Onderstaand het sfeerverslag van de eerste Pinksterdag, Zondag 24 Mei 2026, waarvan de tekst is geschreven door Nicolette Johns met foto’s van José Gallois. Klik HIER om het gehele album te kunnen bekijken.
Na een warme openingsavond met onder meer Robert Cray, Ilse DeLange en Tower of Power ligt de lat voor de Pinksterzondag van Ribs & Blues 2026 bepaald niet laag. Toch vertrouw ik erop dat het festival opnieuw zal bewijzen waarom het al bijna drie decennia een vaste waarde is op de Nederlandse festivalkalender. De tweede dag, ook warm maar er waait een briesje, biedt een fraaie staalkaart van alles waar Ribs & Blues voor staat: blues, roots, soul, Americana en een gezonde dosis muzikaal vakmanschap. Bij het Delta Stage a.k.a. de kleine tent is het bovendien een dag waarop Nederlandse artiesten nadrukkelijk hun visitekaartje af kunnen gaan geven. Omdat we deze 28e editie maar met 1 team aanwezig mogen zijn moet er gekozen worden en onze keuze voor deze eerste Pinksterdag is gevallen op het Delta Stage omdat de bands die op het Main Stage zullen aantreden al vaker onder de loep van TBA? hebben gelegen c.q. meerdere keren hun aantreden op Ribs & Blues maakten.
Traditiegetrouw is de openingsspot op het Delta Stage gereserveerd voor de winnaar van de Dutch Blues Challenge. Dit jaar valt die eer te beurt aan The Hoochies, die in 2025 deze nationale titel veroverden en daarmee Nederland mochten vertegenwoordigen tijdens zowel de European Blues Challenge in Polen als de International Blues Challenge in Memphis.

Vanaf de eerste noten is het duidelijk waarom deze band momenteel zoveel waardering oogst. Richard Koster, met zijn rauwe zang en doorleefde mondharmonicaspel en gitarist Roelof Meijeringh vormen al jaren een geoliede tandem.

Met bassist Jules van Brakel en drummer Chiel ten Vaarwerk beschikt de groep bovendien over een ritme-sectie die als een locomotief voortdendert.

Dat beeld van een trein die maar blijft doorrollen werd ooit treffend gebruikt in een recensie van hun livealbum Live! Moulin Blues en blijkt ook op hun optreden in Raalte volledig van toepassing. Rustpunten zijn er net als tijdens het recent bijgewoonde optreden op de Southern Blues Night van Heerlen ook in deze set nauwelijks.

Chicago blues vormt de basis, maar daar doorheen klinken gruizige gitaarriffs gelardeerd door een flinke scheut rauwe energie. ‘Step On My Heart’ is de opener waarmee The Hoochies hun album Back On My Own aan de man brengen. Roelof katapulteert de ene na de andere solo de tent in; Richard blaast de kam bijna uit de blues-harp en de ritme-sectie zorgt voor de in beton gegoten fundering. Ja mensen dit komt ‘gewoon’ uit Nederland!

Natuurlijk horen we ook weer werk van Lester Butler zoals ‘Any Time You Want’ dat ook op de Live! Moulin Blues te vinden is.

Het nog immer aanwassende publiek is nog aan de koffie of nuttigt het eerste biertje van de dag terwijl The Hoochies het terrein al volledig wakker weten te schudden. Als frontman Koster het podium aan Meijeringh laat horen we nog ‘n heel fijn instrumentaal werk in surfstyle à la Dick Dale. Het blijft altijd moeilijk als band om een festival op gang te trappen maar een betere opener kan Ribs & Blues en haar publiek op deze Pinksterzondag zich nauwelijks wensen.

Zoals gezegd is er vandaag gekozen voor het Delta Stage waar de stoeltjes staan opgesteld. De fotograaf is wat mobieler en dus worden er toch tussentijds een paar foto’s van bands op het Main Stage geschoten. Zoals bij The Zac Schulze Gang.

Zeven jaar geleden stond Nona nog als veelbelovend talent op het hoofdpodium van Ribs & Blues. Inmiddels is ze uitgegroeid tot een van de meest gevraagde Nederlandse zangeressen van haar generatie. Met radiohits als ‘Forever Yours’ en een indrukwekkend livepalmares heeft ze de stap van talent naar gevestigde naam moeiteloos gemaakt.

Dat wordt meteen duidelijk zodra haar karakteristieke stem door de bomvolle Delta tent klinkt. Haar stemgeluid blijft bijzonder; rauw, soulvol en doorleefd met moderne echo’s van Amy Winehouse en invloeden van Otis Redding, Aretha Franklin en Muddy Waters. Soms fluisterend kwetsbaar, dan weer krachtig en meeslepend.

De songs komen uitstekend tot hun recht op dit Delta Stage; vooral de momenten waarop haar stem alle ruimte krijgt, maakt indruk. Natuurlijk snap ik de vergelijking met Winehouse maar toch is Nona niet de vrouw die ons in 2004 overrompelde in de Paulus Potterzaal in de kelder van het Haagse Congresgebouw. En gelukkig maar want laten we Nona de vrijheid gunnen zich te ontwikkelen zonder van haar een kopie te maken of in ‘n hokje te stoppen.

Muzikaal staat het als een huis en de band begeleidt haar met veel gevoel voor dynamiek. Toch is er één terugkerend minpunt. Net als tijdens haar eerdere optreden op het festival waren de gesproken introducties tussen de nummers lastig te verstaan. Op een openluchtpodium zoals deze gaan er veel woorden verloren door het omgevingsgeluid en geroezemoes van het publiek. Gelukkig is zodra de muziek weer begint dat bezwaar onmiddellijk weer vergeten want dan spreekt Nona de taal die ze het beste beheerst: die van soul en emotie!

Omdat we toch heel nieuwsgierig zijn naar het optreden van Bywater Call vraag ik een paar bezoekers even op onze stoeltjes plaats te nemen zodat er niet alles ingepakt en meegesleept hoeft te worden naar de grote tent.

Ik ga niet het gras voor Dick van der Wilt z’n voeten wegmaaien. Hij zal n.l. een verslag maken van het optreden van Bywater Call in de Qbus van Leiden maar Meghan Parnell is in Raalte “on fire”! Fe-no-me-naal hoe deze Bywater Call groeit en groeit!

Soms bestaat een band uit muzikanten die afzonderlijk al een indrukwekkend c.v. hebben opgebouwd. Minko is daar misschien wel het beste voorbeeld van.

Drummer Darryl en oudere broer gitarist Dusty Ciggaar zijn al jarenlang geliefde namen binnen de Nederlandse roots- en bluesscene dankzij onder meer The Rhythm Chiefs en het Dry Riverbed Trio.

Bassist Tammo Deuling kennen we natuurlijk van Dawn Brothers en gitarist Nick Croes werkte met artiesten als Jett Rebel, Typhoon, Sabrina Starke en Ntjam Rosie.

Voeg daar hun gezamenlijke ervaring zoals het begeleiden van Ian Siegal, de ervaring met projecten als Big Dave & The Dutchmen en B.L.U.E.S. rond Ian Siegal aan toe en je hebt een gezelschap dat op papier bijna een Nederlandse roots-supergroep genoemd mag worden!

Op het podium is daar echter niets van te merken. Geen ego’s, geen machtsvertoon, slechts vier muzikanten die zichtbaar plezier beleven aan het samenspelen. Hun zelfbedachte omschrijving, “Mighty Fine Blues, Juice Roots en onvervalste Country Blues”, blijkt tijdens mijn eerste (!!) kennismaking met Minko verrassend accuraat.

De setlist – een doorsnee van het titelloze debuutalbum van de band – laveert vandaag soepel tussen countryblues, rhythm & blues, rock-‘n-roll en rootsmuziek. Solozang van o.a. Darryl en Nick slaan me uit het lood want het is meer dan goed. Maar ook de meerstemmige zangpartijen zorgen voor de extra kleur en de instrumentale klasse staat vanzelfsprekend buiten kijf.

Tammo Deuling verrast maar ook Dusty die weer fijn buiten de lijntjes weet te kleuren met ‘n stukje surfsound bevestigen wat veel TBA?-ers allang weten….Dit is een band die Europa met gemak kan veroveren mocht de ambitie daarvoor zijn.

Wat mij vooral opvalt is de vanzelfsprekendheid waarmee alles klinkt. Alsof dit Minko altijd al bestaan heeft; toegegeven ze spelen al bijna hun hele leven samen maar toch. Minko geeft geen optreden dat draait om spektakel, maar om vakmanschap, groove en authenticiteit. Waarschijnlijk juist daardoor blijft het bijwonen van deze show van Minko zo lang hangen. Een van de prettigste verrassingen van de dag!

Een van de meer opvallende namen op het programma van dit 28e Ribs & Blues is zonder twijfel de naam van zangeres Grey DeLisle. De Amerikaanse singer/songwriter geniet in Americana-kringen een uitstekende reputatie en heeft daarnaast een indrukwekkende carrière opgebouwd als stemactrice voor onder meer The Simpsons en Scooby-Doo. Haar muziek bevindt zich ergens tussen folk, Americana en klassieke country en wordt vaak vergeleken met die van Emmylou Harris en Dolly Parton.

De set begint echter niet direct met Grey zelf. Eerst krijgt haar begeleidingsband The Blue Ribbon Boys de gelegenheid om zich te presenteren, met zanger Eddie Clendening nadrukkelijk in de hoofdrol. Zijn stem laveert moeiteloos tussen Roy Orbison-achtige hoogte, doet wat aan Bobby Hatfield van The Righteous Brothers denken maar kan ook de donkere klank van Dale Watson en Johnny Cash aan.

Op de elektrische gitaar zien we Jacob Woodside en op de upright bass Jonny Bowler. Geen drumms zult u zich afvragen, nee zelfs geen snare drumm wat vaak van rockabilly bandjes deel uitmaakt is niet te bespeuren.

Ondanks dat er muzikaal weinig op af te dingen valt, voelt deze opzet op een festival enigszins vreemd aan. Op een clubavond of theaterconcert werkt een dergelijke introductie uitstekend, maar op een festival waar speeltijd kostbaar is, voelt een kwartier zonder de aangekondigde hoofdact toch wat merkwaardig.

Als Grey uiteindelijk na een dikke tien minuten toch het podium betreedt, krijgt het optreden de intieme sfeer waarvoor ze bekendstaat. Haar liedjes worden verzorgd gebracht en haar begeleiders spelen uitstekend. Er wordt veel uitgelegd over het hoe en waarom een liedje tot stand is gekomen zoals ‘Sister’ over haar grote zus en de in surfstyle gehesen ‘Besame Mucho’.

Toch blijkt dit een van die optredens waarbij persoonlijke smaak een grote rol speelt. Haar stemgeluid weet mij niet echt te raken. Dat zegt niets over haar kwaliteiten als zangeres of songwriter, want die zijn onmiskenbaar aanwezig, maar soms ontstaat die klik eenvoudigweg niet. En zo ook hier in tent van het Delta Stage; terwijl een groot deel van het publiek zichtbaar geniet van haar melancholische Americana, dwalen mijn gedachten af naar wat er elders op het terrein gaande is. Soms is muziek nu eenmaal een kwestie van persoonlijke voorkeur.

Over het optreden van The Fatal Flowers, de Amsterdamse band rond singer-songwriter/gitarist Richard Janssen hoor ik op de terreinen van Ribs & Blues niets dan lof.

De man wordt traditiegetrouw omringd door gitarist Robin Berlijn, drummer Henk Jonkers, ik denk dat ik op de foto’s Geert de Groot herken en achter de toetsen herken ik JB Meijers. Had ik maar……Fingers crossed dat ik de band wellicht in het najaar nog ergens treffen kan.

Op aanraden van een van de TBA?-vrijwilligers pikken we Jesper Jesper nog even mee voordat we de honger gaan stillen. Achter die dubbele naam schuilt Jesper Albers, die eerder vooral bekendheid wist te verwerven als drummer van onder meer Paceshifters, Mozes and the Firstborn en zelfs het Australische Wolfmother. In zijn nieuwe project staat hij echter zelf vooraan als zanger/gitarist/blues-harpist en songwriter.

Dat blijkt een verrassend natuurlijke rol. Samen met bassiste Aimee Magsino, drummer Hette Maaijen en een uitstekend spelende gitarist waarvan ik de naam niet mee krijg brengt hij een aantrekkelijke mix van alt-country, Americana en negentiger jaren indie-rock. Invloeden van Neil Young, The Jayhawks en hedendaagse Americana-artiesten zijn duidelijk hoorbaar, zonder dat het als een kopie voelt.

De songs klinken melodieus en oprecht maar kunnen mij niet echt van de sokken blazen. Toch bewijst hun optreden dat het Delta Stage niet alleen een plek is voor gevestigde namen, maar ook voor artiesten die nog volop in ontwikkeling zijn.

Waar de Zaterdag vooral draaide om grote namen en publieksfavorieten, liet de eerste Pinksterdag zien hoe breed het muzikale spectrum van Ribs & Blues inmiddels is geworden. Tegen de tijd dat de honger zich rond kwart voor negen nadrukkelijk begint te melden en de geur van spareribs over het terrein trekt besluit dit setje verslaggevers de muziek voor ‘t resto te verruilen. Ook de tweede dag van Ribs & Blues 2026 was er een voor in de boeken. Morgen opnieuw rond één uur afspraak op het Domineeskamp!
Lees het verslag en bekijk de foto’s van Dag 1 van Ribs & Blues 2026 HIER en van Dag 3 van Ribs & Blues 2026 HIER .


