Marquise Knox en zijn Europese band speelden Donderdag 07 Mei 2026 jl. in de Haarlem Blues Club – Haarlem. Tekst Nicolette Johns, foto’s José Gallois. Klik HIER om ‘t gehele album te kunnen bekijken.
Tijdens een door Trunk Bookings – het boekingsbureau van Thomas Toussaint – georganiseerde tiendaagse tour langs gerenommeerde nationale en internationale bluesfestivals en bluespodia kan Marquise Knox natuurlijk de Haarlem Blues Club niet overslaan. De 35-jarige Knox werd geboren in St. Louis (Robinson en later Berkeley), Missouri – US in een muzikale familie waarvan de wortels teruggaan tot de katoenvelden in de omgeving van Grenada, Mississippi ten tijde van de slavernij in de Verenigde Staten. Toen hij drie jaar oud was kocht zijn oudoom Joe hem een plastic Mickey Mouse-gitaartje, maar hij leerde pas een paar jaar later gitaar spelen op een Supro Dual Tone die van oom Clifford was en als ruilobject binnen de familie werd gebruikt. Toen hij op school opschepte dat hij gitaar kon spelen en zijn leraar hem uitnodigde om op te treden als onderdeel van een programma over de zwarte geschiedenis, wendde Knox zich opnieuw tot zijn familie voor hulp. Zijn grootmoeder, Lilly Mae, leerde hem de basisbeginselen op een zes-snarige akoestische gitaar. Knox maakte vorderingen en leerde zijn eerste nummer, ‘You Don’t Have To Go’ van Jimmy Reed. Op elfjarige leeftijd viel Knox op door het imiteren van oudere muzikanten en binnen een paar jaar nodigden lokale bluesmuzikanten hem uit om mee te spelen tijdens hun jamsessies. Later reisde Knox naar zijn familie in Grenada, Mississippi om daar Boo Boo Davis en Big George Brock te ontmoeten waar tevens bleek dat Knox en Brock zelfs familieverwanten waren. Op z’n zestiende mocht hij twee shows openen voor BB King, in 2011 zelf zagen wij hem op de Southern Blues Night in Heerlen en een jaar later schitterde hij op het Belgische Swing Wespelaar. Het bleef aanvragen regenen voor Knox; hij werd o.a. in 2019 gevraagd om met ZZ Top en Cheap Trick op tournee te gaan en speelde maar liefst zestien shows met hen. Toch moest Europa ‘n dikke tien jaar wachten om hem weer live te zien optreden.
De opening van deze Donderdagavond in de Haarlem Blues Club was aanvankelijk niet zo gepland maar voor het publiek wel fijn meegenomen want zo zien we ook nog eens – ja, we hebben het druk met al die mooie concerten – promotor Thomas Toussaint een nummertje spelen. Samen met gitarist Jerome de Vijlder, drummer Darryl Ciggaar en bassist Nikolas Karolewisz horen we Thomas Toussaint op de mondharmonica Smiley Lewis’ ‘Where Were You’ vertolken.

Een lekkere jump-blues waarin Thomas naast de smoelenschuiver ook een fijne duit in het vocale zakje doet. Jerome weet tijdens deze opener met zijn virtuoze spel ook meteen z’n visitekaartje af toegeven.

Er volgt nóg een lekker uptempo werk waarin Thomas nogmaals op de blues-harp de vouwen uit je pantalon blaast en waarbij hij ook vocaal de bezoekers in de uitverkochte Haarlem Blues Club weet te verrassen.

Ondanks dat de hoofdact wars van sterallures is wil Marquise Knox wél een introductie van formaat; nou daar kan Thomas Toussaint – inmiddels de pet van MC dragend – voor zorgen! Knox stapt met een grote glimlach het podium op; hij heeft er zin in zo te zien en dat komt mooi uit want wij ook!

Vanaf opener ‘Howlin’ For My Baby’ hangt er een gruizige maar oh zo glorieuze groove in de zaal. Deze Howlin’ Wolf cover krijgt van Knox een extra rafelrandje mee doordat er subtiel een stukje van Albert King’s ‘Matchbox Blues’ doorheen sijpelt. Meteen is duidelijk dat dit geen brave bluesavond wordt, maar een wild en wervelend werkstuk vol Mississippi-magie.

In ‘Pouring Water On A Drowning Man’ – de indringende soulklassieker van James Carr ook wel bekend geworden door Malford Milligan – is Jerome de Vijlder zonder twijfel de “man of the vibe”. Zijn fluwelen en toch fel uithalende fingerpicking op de vintage Gibson kleurt iedere noot.

Ondertussen houdt de ritme-sectie met bassist Nikolas Karolewisz en drummer Darryl Ciggaar, een strakke, stuwende swing overeind terwijl Knox inmiddels al kleddernat, koortsachtig, compleet overgeleverd zijn ziel eruit zingt.

‘Too Many Women’ biedt Knox gelegenheid om de smoelenschuiver te introduceren. Ook op de blues-harp blijkt de 35-jarige Amerikaan een bezielde, bezwerende blazer.

Jerome de Vijlder knalt opnieuw met een hypnotiserende, haast hallucinerende solo de zaal in, terwijl zijn vintage Gibson klinkt als een machine die rechtstreeks uit een muffe Mississippi juke-joint is gerold.

Een van de meest krachtige momenten van de avond komt als Knox zingt over het harde bestaan van grootmoeder Lillie Mae op de katoenvelden van Mississippi. Zijn voordracht is pijnlijk, puur en protesterend, hij brengt het met een stem die tegelijk ruw en rijk geladen klinkt. Hier hoor je geen artiest die een liedje speelt, hier staat iemand die geschiedenis laat herleven.

Voor ‘Bluesman’ van het album Black and Blue wordt opnieuw de mahonie kleurige Gibson omgehangen. Het nummer weet onder aansporing van frontman Knox uit te groeien tot een smaakvolle, swaggerende publieksfavoriet. Knox verleidt de zaal moeiteloos het refrein mee te zingen: “I’m a good man, I’m a poor man, I’m a bluesman; do you understand?”

Vervolgens besluit de jonge charmeur letterlijk tussen zijn publiek te gaan staan; al spelend en zingend trekt hij via het buitenplein om de zaal heen om aan de andere zijde de club weer binnen te wandelen – een briljante zet waarmee hij de bezoekers van de zaal compleet weet in te pakken.

Tijdens de pauze worden een behoorlijk aantal aankopen van de live cd Black and Blue gedaan, er wordt gesigneerd en ook neemt Knox graag de tijd voor selfies met zijn nieuwe fans. Overigens is er tijdens zijn eerdere optreden tijdens de Haarlem Blues Night afgelopen Maart ook een nieuw album opgenomen wat nu gemixt wordt en later dit jaar uitgebracht zal gaan worden.
Na de break grijpt promotor/MC Thomas Toussaint de gelegenheid om alle vrijwilligers in het zonnetje te zetten en een ovationeel applaus te vragen voor al hun toewijding gedurende het HBC-seizoen. De afscheidnemende Lidy en Frits Hofstede, Ben Mendes van het geluid, Pieter de Bakker, José de Wit van kaartcontrole/kaartverkoop, Wilma van der Zwan en Adri van de bar, Lenie en last but not least Lex van de belichting.

Een sympathiek, hartelijk moment dat perfect past bij de gepassioneerde, gemeenschapsgerichte sfeer van de vele avonden die mede mogelijk (lees betaalbaar) blijven door de inzet van deze vrijwilligers.

Even na kwart over tien keert Knox terug op de bühne, ditmaal zittend en solo. Zonder band bewijst hij pas écht hoe indrukwekkend zijn présence is. ‘Hello Stranger’ klinkt bluesy, broos en bijna bedwelmend, terwijl ‘Nobody Wants You When You’re Down And Out’ – bekend geworden door Bessie Smith en later Eric Clapton – verandert in een sobere maar schitterende ode aan verloren geluk.

Met de vertolking van ‘Come On In My Kitchen’ weet Knox een geheel eigen curve aan het repertoire van Robert Johnson te geven. Met slechts zijn donkere stem en zijn dreigende gitaarwerk weet hij ook moeiteloos zónder band de complete ruimte te vullen. Geen opsmuk, geen overdaad louter donkere, diepdoorvoelde delta-blues.

De band schiet weer in gang voor ‘Ramblin’ Man’, een countrygekleurde uptempo-track waarin Jerome de Vijlder een werkelijk diabolische ‘twang’ uit zijn gitaar trekt.

Bij de ode in C aan B.B. King vormt het retestrakke, duivelse drummwerk van Darryl Ciggaar de ruggengraat van een nummer waarin Knox zelfs de bovenzijde van zijn gitaarnek bespeelt. Alsof dat nog niet genoeg is, slingert De Vijlder de ene na de andere opwindende, overrompelende solo de zaal in.

Van de jonge generatie bluesmannen – waaronder DK Harrell en Sean MacDonald – bezit Knox zonder twijfel het meest dragende, diepe stemgeluid. Zijn stem klinkt alsof hij al zestig jaar langs stoffige highways heeft gezworven, terwijl hij nog altijd de energie van een jonge hond bezit.

Bij de cover van Rufus Thomas’ ‘Walking The Dog’ wordt het op het podium een dansende, dolenthousiaste bedoening. Maar het meest indrukwekkend blijft Knox zelf; een rasperformer die langdurig één bezoeker aankijkt alsof het volledige optreden uitsluitend voor die persoon bedoeld is. Een meesterlijke, magnetische manier van contact maken die zelden zo overtuigend werkt. Knap, heel knap!

Tijdens het afsluitende nummer in North Hill Country stijl vloeien blues, soul en southern swagger nog eenmaal prachtig samen. Toch heeft Knox nog één laatste verrassing in petto: hij plukt een dame uit het publiek om haar op het podium toe te zingen waarna hij opnieuw spelend door de zaal én buitenom langs het terras trekt. Een afscheid dat perfect samenvat hoe deze avond was: broeierig, bruisend, buitengewoon bluesy!

In de beslotenheid van de Haarlem Blues Club waren op de gitaarstrap prijkenden Muddy, BB King én wij getuigen van een avond vol stomende, soulvolle, southern blues. Marquise Knox wist opnieuw te bewijzen waarom hij tegenwoordig tot de spannendste jonge bluesmannen van zijn generatie wordt gerekend; een performer met een donkere, doorleefde stem, een podiumpresentatie vol vuur en een band die hem heeft weten te begeiden alsof hun leven ervan afhing. Quise Knox zei ooit in ‘n interview “Ik kan van dit podium afstappen en er kan van alles met me gebeuren, maar ik wil er zeker van zijn dat ik alles heb gegeven wat ik in me heb.” En juist dàt deed hij op deze mooie Donderdagavond in de HBC. Alweer een topact uit de stal van Trunk Bookings!

Graag bedanken deze TBA?-verslaggevers Haarlem Blues Club–gastheer Toussaint voor zijn gastvrijheid en voor zijn programmering.
Misschien ben u als lezer van TBA? geënthousiasmeerd geraakt door het lezen van de verslagen gemaakt in de Haarlem Blues Club of haar associates en wilt u zelf ook eens een optreden bijwonen? Dat kan! Klik HIER voor de programmering.


