Kleurrijk Living Colour in snoeihard en gedreven performance: Black is Back!

2

Gezien en gehoord: Living Colour met als support Skip “Little Axe” McDonald op 10 maart 2013 in de ECI Cultuurfabriek Roermond. Tekst door Frank Hurkmans met foto’s van Hen Metsemakers.

Vanavond zijn we voor het eerst te gast bij de ECI Cultuurfabriek in Roermond. Dit gloednieuwe multi-functionele cultureel centrum is het zoveelste prestige project van het flink aan weg timmerende Roermond. Deze stad steekt hiermee haar regio buurstad Weert ruim de loef af. In het centrum kan de geïnteresseerde genieten van een breed geprogrammeerd rock, pop en dance muziekaanbod en voor de betere films is er plaats in het filmhuis. Ook wordt er met regelmaat kwaliteitstheater aangeboden en krijgen een breed palet aan kunstenaars de ruimte hun kunstwerken te etaleren aan het publiek. En voor wie voor of na een optreden lekker wil eten en drinken; dat is ook mogelijk. Het Amerikaanse Living Colour staat geprogrammeerd in de popzaal van het complex en kan max. 600 gasten herbergen.

Living Colour speelt vanavond in de (gelukkig) originele bezetting met Vernon Reid (gitaar), Corey Glover (zang), Will Cahoun (drum) en Doug Wimbish (bas). Deze muzikanten met als uitvalsbasis New York, verwerkten nagenoeg elke muziekstijl in hun repertoire. Ze zijn op toernee om de 25e verjaardag te vieren van hun in 1988 baanbrekend album ‘Vivid’. De airplay die ze met name door de publiciteit via Mick Jagger kregen maakte Living Colour in korte tijd een bekende en spectaculaire liveband die het cultcircuit snel ontgroeide. Het was in die tijd ook ongekend dat een heavy metal band louter uit authentieke zwarte muzikanten bestond en zich maatschappelijk ook nog eens zeer kritisch opstelde. Naast gevarieerde muziek kennen hun teksten ook vaak een ideologisch en soms militant karakter. Deze gelouterde mannen hebben letterlijk en figuurlijk moeten vechten voor hun plek op de landkaart in het altijd onstuimige, uitdagende en creatieve New York. Born and raised in the USA inderdaad … Hun teksten staan vaak bol van sociaal onrecht en maatschappelijke onbalans. Dit alles wordt geserveerd op een bed van rock, funk, jazz en hip hop. Hun grootste hit scoorden ze in 1991 met de powerballade ‘Love Rears Its Ugly Head’. Het hoogtepunt was hun tweede album ‘Time’s Up’ in 1990, waarop legendarische gastmuzikanten meededen als Queen Latifah, Doug E. Fresh, Maceo Parker en Little Richard. De band ging hierna uit elkaar om pas in 2002 weer bij elkaar te komen.

Zonder de rest tekort te willen doen vinden wij Living Colour toch de band van en rondom Vernon Reid. Wij waren hem een beetje uit het oog verloren en hebben hem in 2012 gezien op het North Sea Jazz festival in de band Spectrum Road. Dit is een Tony Williams tribute band met naast Reid topmuzikanten John Medeski, Cindy Blackman en Jack Bruce. Het was voor ons een hernieuwde kennismaking met deze fenomenale gitarist die tijdens het optreden het muzikale niveau van gitaristen als John McLaughlin en Allan Holdsworth benaderde zonder zijn eigen sound uit het oor te verliezen. Vernon Reid wordt door de kenners ook wel gekenschetst als een soms wat eclectische muzikant. Dat blijkt uit samenwerkingsverbanden met onder andere Bill Frisell, DJ Logic, Public Enemy, Carlos Santana, and David Torn. Met Spectrum Road heeft Reid in 2012 ook een sterke CD uitgebracht met messcherp en gevarieerd gitaarwerk. De verwachtingen voor het concert zijn dan ook hoog gespannen.

We arriveren op het moment dat Skip “Little Axe” McDonald de goed gevulde zaal aan het opwarmen is voor het hoofdoptreden van de avond. Skip is van origine een blues muzikant en vroeger maatje van Doug Wimbish. Ze hebben in 1973 samen in een bandje met de naam Wood, Brass and Steel gespeeld en zijn samen nog regelmatig samen aan het musiceren. McDonald heeft van vele muzikale stijlen een persoonlijke smaakvolle blend gemaakt. Een vermakelijke solo artiest was onze indruk.

Black is Back: Living Colour
Tegen 21 uur komen de mannen het podium op. Een erg goed gemutste Vernon Reid met hoedje en sikje, een goed gekleedde en gesoigneerde Corey Glover inclusief geruite pet en vette zwarte hoornen bril, Doug Wimbish in het zwart met prachtige lange dreadlocks en Will Cahoun, ook met dreadlocks die met o.a. een oranje vestje snel achter zijn potten en pannen kruipt.

Wat schetst onze verbazing: de band begint met een bluesnummer … De Robert Johnson klassieker ‘Preachin’ Blues (Up Jumped The Devil)’ wordt ingezet. Dit zet mij meteen op het verkeerde been eerlijk gezegd. ‘Machinegun’ Vernon speelt tokkelend de blues …., en dat op een heerlijke manier. Het lijkt wel de opening van de hoofd act op Moulin Blues. Na het intro valt de band in en ontwikkelt zich dit nummer tot een oerschreeuw van zanger en oermuziek van deze ingespeelde band. Glover geeft meteen zijn visitekaartje af door zijn enorm zangbereik te etaleren. Wat kan die man zingen. Wimbish loopt met grote stappen rond op het podium terwijl hij de baspartijen uit zijn bas ramt, pompt, tokkelt en slaat. Cahoun tikt zijn drumset voorzichtig los. Dit nummer wordt verderop gelardeerd door slide gitaar, verschillende onnavolgbare riffs en 32e noten onnavolgbaar solowerk. Wat een verrassende start en ode aan de bluesmuziek en het eren van een belangrijk deel zwart cultureel erfgoed.

Na deze verrassende opening speelt de band het gehele Vivid album op volgorde zoals het ook op de oorspronkelijke langspeelplaat staat. ‘Cult of Personality’ wordt ingezet en meteen wordt duidelijk dat we hier niet te maken met veteranen die nog even een rondje maken om wat geld in het circuit te vangen. Neen, we hebben hier te maken met een gedreven kwartet dat loyaal is aan elkaar en dankbaar is voor de mogelijkheden die ze samen met hun muziek hebben gerealiseerd. Ze hebben dolle pret onder elkaar en betrekken het publiek er meermalen bij.

Enkele hoogtepunten van de Vivid uitvoering:
Met ‘Middle Man’ wordt de zaal wat losser en etaleert Wimbish zijn zeer typische stijl van bassen. Ik vraag me af op welke muziekschool dit wordt gedoceerd of is het toch een eigen ontwikkelde en typische stijl. Wat zeker uniek is, is het aantal effect kastjes die Wimbish gebruikt; ongeveer 32 apparaatjes staan voor hem. Ook bedient en mengt Wimbish samples door de muziek heen. ‘Open Letter To A Landlord’ wordt geopend met een lang gospel-achtig intro waar Glover laat zien een enorm bereik in registers en stemvolume te beheersen. Eerlijk is eerlijk: de verrassing voor mij deze hele avond is de zangkwaliteiten van deze zanger. ‘Funny Vibe’ is in deze live versie voorzien van nieuwe samples wat het nummer frisser maakt. Voor de rest is dit een compositie waarin de band laat zien hoe de diverse muziekstijlen als hip hop, rap, funk en rock samen gesmolten worden tot een New Yorkse melting pot. Talking Heads cover ‘Memories Can’t Wait’ ontstaat uit een blues intro met daarna een zeer groovende bass drum combinatie in een maniakale uitvoering. Gestoord en scheurend gitaarwerk in zowel begeleiding als supersonische solo van Reid. En niet te vergeten een rappende, kreunende en schreeuwende Glover met bijna overslaande kopstem zonder enig moment de muzikaliteit aan te tasten. Hij demonstreert ‘The party in his mind’. Hij heeft dit moment voelen aankomen want kort ervoor heeft hij zich ontdaan van zijn vest, knoopt zijn stropdas los en zet de bril uit voorzorg vast af.

Het concert bevat ook komisch momenten: op gezette tijden gaat Reid helemaal los met fenomenaal gitaarwerk en heeft dan schijnbaar niet in de gaten dat Glover met zijn handen in zijn zakken quasi nonchalant over Reid’s schouder staat mee te kijken zonder maar een spier te vertrekken. Typisch aan het gitaarwerk is dat veel meer dan shredden is. De man heeft een snelheid, finesse en variatie waar wijlen Alvin Lee jaloers op zou zijn geweest en weet dat met gevoel te brengen. Het nummer ´Glamour Boys´ wordt met zichtbare zelfspot over de bühne gebracht ondersteund door lekkere riffs, samenzang en een lyrische solo van Reid. ´What´s Your Favorite Colour?´ knalt funkend en rockend uit de speakers en maakt dat ik mijn oordopjes nog wat dieper in mijn oren stop. Wat kan deze band funken en swingen. Vlekkeloze overgang naar ´Which Way To America?´, een cynische song over ‘leegte’ in America en snerpend gitaarwerk en beetje rap dat overgaat een boze schreeuwende Glover.

Tijd voor een adempauze: Glover zegt: ‘That was the whole record. We are going to play more shit for you tonite’ . Dit viertal heeft zichtbaar enorm veel zin en energie om het traditionele Living Colour repertoire ten gehore te brengen. Er volgen nog vier nummers van het album ‘Stain’. Dit album is helemaal een sonische geluidswal en dat bleek uit het vervolg van het concert.  Will Cahoun wordt even het middelpunt. Hij start met enkele ritmes op electrische drums die als lopende trein terugkomen. Na enkele minuten vergezelt hij de loops met een erg gevarieerde drumsolo op zijn akoestische set. De band gaat door met ‘Go Away’; een nummer met een zeer ingenieuze basbegeleiding en het nummer ontaard in grunge-achtig free jazz. In dit nummer herken ik ook de muziek van die andere toonaangevende zwarte band uit de jaren tachtig, Fishbone. Hetzelfde geldt voor ‘Ignorance Is Bliss’; fenomenaal bas en drumwerk; een vlekkeloos complex Zwitsers klokje met vlijmscherp gitaarbijdragen. Een muur van geluid die het publiek overspoelde. Dan het nummer ´Postman´. Hier wordt het portret van een gestoorde moordenaar neer gezet. Beangstigende zang gewoon met loeizware begeleiding van de band. ´Bi´ wordt de afsluiter van de avond. Wederom enige zelfspot en een intrigerende gitaarsolo op de basgitaar.

Resumerend: of alle liedjes nu over meisjes gaan zoals Glover ergens gaandeweg spottend beschouwend uitlegde of over maatschappelijk relevante onderwerpen, één ding was duidelijk vanavond: we zijn getuige geweest van een rock concert in een mix van vele muziekstijlen; een ingespeelde band met unieke muzikanten. De grote revelatie was echter de performance van zanger, acteur en entertainer Corey Glover. Met zo een zanger wil elke muzikant wel een keer het podium op.

Set-List

Preachin’Blues
Cult of Personality
I Want To Know
Middle Man
Desperate People
Open Letter (To A Landlord)
Funny Vibe
Memories Can’t Wait
Broken Hearts
Glamour Boys
What’s Your Favorite Colour?
Which Way To America?
Drum Solo
Go Away
Ignorance Is Bliss
Postman
Bi
Bass solo

Interessante links: Officiële website Living Colour,  Optreden van Vernon Reid met Spectrum Road op NSJF 2012 (beschikbaar tot 8 juli 2013),  Set list concert op Spotify

 

TheBluesAlone's 2013 Living Colour Hen Metsemakers album on Photobucket

2 Responses

  1. Frank Hurkmans

    Hoi Patrick,

    Bedankt voor je feedback. Fair punt dat je maakt. Ik heb die feiten over het hoofd gezien. Wat ik met name probeer over te brengen is hoe ik een concert ervaar. En ik bereid me daar wel terdege op voor. Wat ik probeer te voorkomen is letterlijk copy en pasten van info. die vrijelijk te verkrijgen is op het Internet. Ik ben het wel met je eens dat de feiten horen te kloppen als ze genoemde worden.

    Met vriendelijke groet,

    Frank Hurkmans

    Reply
  2. Patrick Staal

    Met een beetje wikipedia onderzoek van tevoren was het artikel toch wat accurater geweest.

    De originele bezetting van de band was zonder bassist Doug Wimbish en met Muzz Skillings.
    Na Time’s up kwam nog de EP Biscuits en het album Stained. In 1995 ging de band pas uit elkaar en daarna kwam nog de verzamelaar Pride.

    Reply

Geef hier uw commentaar