Little Hurricane raast onverdroten door

Exclusief interview met Little Hurricane ; Tekst door Giel van der Hoeven met foto’s van José Gallois © The Blues Alone? tijdens Ribs & Blues Festival 2015 in Raalte op zondag 24 mei 2015

Niets is wat het lijkt en alles is wat het is bij het duo Little Hurricane uit San Diego. De podiumattributen die ze tijdens veel optredens gebruiken, een knus dressoir met antieke schemerlamp, vormen een schril contrast met de vintage apparatuur en het smerige bluesy geluid van zanger/gitarist Anthony “Tone” Catalano. Door hen zelf met enige trots als ‘dirty blues’ aangeduid. Hij die klinkt als een doorgewinterde bluesrocker maar eruit ziet als de ideale schoonzoon. Evenals het lieflijke snoetje van dat meisje in haar babydoll jurkje op blote voetjes t.o.v. de stoere cowboylaarzen – die elk optreden steevast voor haar drumkit opgesteld staan – en haar kleurrijk getatoeëerde linker bovenarm, waarmee deze Celeste “C.C.” Spina rake en harde klappen uit kan delen. Op de snaredrums en toms welteverstaan. De chemie is ontegenzeggelijk aanwezig tussen de twee Californische muzikanten. Zowel óp het podium tijdens hun geslaagde optreden in Raalte, als erachter tijdens het interview met ons. Toch hebben ze volgens eigen zeggen geen liefdesrelatie maar zijn ze beide tot over hun oren verliefd. Op muziek maken dus! En daar hebben ze niemand anders bij nodig. Zélfs geen tourmanager. Al was dát even niet zo gepland. Maar ondanks dat, raast deze kleine orkaan onverdroten door.

Hallo Anthony en Celeste, dit was jullie een-na-laatste optreden in deze Europese tour van vijf weken. Zijn jullie moe?
Tone: Ja. Onze tourmanager is zijn paspoort kwijt geraakt in Engeland dus we moeten de tour nu zonder hem met z’n tweetjes afmaken. “But the show must go on!”
CC: De laatste paar dagen rijden we zelf de tourbus, verkopen we de merchandise, moeten we alles op- en afbouwen, het verblijf en de interviews regelen… vandaar dat we er nu wat afgedraaid bijzitten. Maar we klagen niet.

Jullie komen net terug uit Duitsland, hoe was het daar?
Tone: Geweldig. We hebben daar gespeeld op het Orange Blossom Special Festival in Beverungen en het Grolsch Blues Festival Schoppingen. Middelgrote festivals vergelijkbaar met Ribs & Blues hier in Raalte. Het mooie van de Europese festivals vindt ik dat ze lekker knus en toegankelijk blijven. In tegenstelling tot bij ons in de VS, waar ze van jaar tot jaar proberen om steeds groter te worden.

Tone, ik hoorde je op het podium zeggen dat Nederland je enigszins aan San Diego doet denken. In welk opzicht?
Tone: Ja, vooral vanwege het warme weer vandaag.
CC: En het eten én de live muziek.
Tone: Ook, in San Diego heb je net als hier een levendige muziekscene met veel verschillende stijlen. Ondanks dat we veel buiten de regio touren proberen we er toch wel één of twee keer per jaar te spelen. Ik kom zelf uit Santa Cruz (Californië) en CC komt uit Chicago, maar San Diego voelt voor ons beide als thuis. Wellicht dat ik het daarom zei, want ik voel me hier wel thuis, ja.

Hoe kwamen jullie bij de oprichting in 2010 eigenlijk aan die naam: Little Hurricane?
CC: We hebben best lang moeten brainstormen over een goede bandnaam hoor. We zochten iets dat ons correct zou omschrijven; klein in omvang maar groots in geluid. Zo kwamen we dus op Little Hurricane.
Tone: Een kleine orkaan is best intiem, zoiets als een wervelend schoolfeest. Grote orkanen boezemt mensen angst in, dat willen we niet. En een voordeel is dat je tegenwoordig kan googelen of er al een band of duo met die naam bestaat, dat was dus niet het geval.

Wat is er zo ‘dirty’ aan de blues die jullie spelen?
Tone: Ik gebruik gitaareffecten, distortion, fuzz en overdrive en we spelen harder dan traditionele bluesmuzikanten. De toevoeging ‘dirty’ is voor ons meer een gevoel, de ‘vibe’ die we hebben bij het maken van deze muziek. Daarbij streven we dus niet altijd naar perfectie.
CC: Soms houden we ons ook niet eens aan de setlist. Vandaag hadden we per vergissing allebei een andere setlist, dat dreigde even mis te gaan maar we voelen elkaar inmiddels zo goed aan, dat het zich vanzelf wel oplost.

Jullie worden nog wel eens vergeleken met de Black Keys of de White Stripes, stoort jullie dat?
Tone: Nee. Het zijn ook duo’s, dat is duidelijk. De enige vergelijking vind ik dat we ook een minimale instrumentatie gebruiken, dat wij we net als zij een grote uitdaging vinden. Maar instrumentaal én vocaal zijn we volgens mij niet vergelijkbaar.

Vooral vocaal, want je hebt een opvallend eigen stemgeluid Tone, en het zingen lijkt je bijzonder makkelijk af te gaan. Is dat ook zo?
Tone: Haha, grappig dat je dat vraagt. Toen ik op school begon met muziek maken speelde ik alleen jazz-gitaar. Een meisje uit mijn klas had me om onduidelijke redenen ingeschreven voor het schoolkoor. Ik wilde dat helemaal niet maar was te bescheiden om er niet heen te gaan. Zo heb ik wel leren zingen, of in ieder geval mijn stem leren beheersen op een natuurlijke manier.

Celeste, je slaat er stevig op los op je drumkit. Ben je een wolf in schaapkleding?
CC: Whaha… nee! En onze song ‘Sheep In Wolves Clothes’ gaat ook niet over mij. Maar drummen is inderdaad wel een goede manier om wat agressie kwijt te raken. De song ‘Homewrecker’ gaat over een ruzie die ik ooit met wat meiden heb gehad. Het lucht echt wel op hoor als je met zo’n herinnering in gedachte kan drummen. Ik ben zeker niet agressief maar wel een dynamische feministe, haha. Ik doe ook niet aan krachttraining of zo, “just playing rockshows and movin’ my drums”. Verder speel ik altijd op blote voeten want dat vind ik gewoon het fijnst. En ik gebruik nylon tips op mijn sticks in plaats van houten, omdat ik heb leren drummen in een jazzband, daar was dat gebruikelijk.

Heb je voorbeelden?
CC: Drummers bedoel je? Ach, het is verleidelijk om Karen Carpenter te noemen omdat ze gewoon een goede drummer én zangeres was. Maar mijn eerste en grootste inspiratie was Ron Bushy, drummer van de Amerikaanse psychedelische rockband Iron Butterfly. Ik ben zelf gaan drummen toen ik 10 jaar was. Mijn vader gaf me toen het album ‘In-A-Gadda-Da-Vida’ (1968) van die band en hij zei tegen me: “ga jij deze drumsolo nou maar eens leren spelen”. En ik begon eraan.

Wie van jullie twee schrijft de teksten?
Tone: Ik schrijf ze maar CC draagt vaak de concepten aan. Mijn eigen teksten zijn nogal abstract al zit er in een song als ‘Lies’ over een ex-vriendin wel behoorlijk wat emotie, woede. Maar de bijdragen van CC zijn veel persoonlijker. Bijvoorbeeld ‘Sweet Pea’, wat een koosnaampje van haar opa was voor haar oma. Die song is door haar tekstbijdrage heel erg integer geworden. ‘Give Em Hell’ is ook zo’n voorbeeld…

Dat is de song met het mandoline-intro en tegendraadse zang toch?
CC: Ja dat klopt, het begint heel lieflijk van mijn kant met driftige zang van Tone. Die volzin ‘Give Em Hell’ heb ik eens gebruikt richting mijn jongere broer die drugsverslaafde is. Ik zei: “als je ervan af wilt komen moet je ervoor vechten, Give Em Hell!” Die back-and-forth-vocals methode gebruiken we trouwens ook in de song: ‘Crocodile Tears’.

Naar mijn bescheiden mening is ‘Grand Canyon’ de perfecte Little Hurricane song. Speel je daar soms ook zelf mondharmonica op Tone?
Tone: Dank je. Nee, Shannon Koehler speelt de bluesharp op de studiotrack van het Gold Fever album, hij is daar veel beter in dan ik. Hij zit in een rock and roll band uit San Francisco, The Stone Foxes. Ik had aanvankelijk eerst die riff en vond dat ik daar een Americana-song met Evel Knievel-achtige lyrics bij moest gaan schrijven. Dat is wel aardig gelukt, dacht ik.

Doordat je live ook keyboards en effecten gebruikt ontstaat er op sommige nummers een blazersgeluid. Is het denkbaar dat jullie in de toekomst met échte blazers gaan werken?
Tone: Alles heeft met budget te maken. We hebben voor een speciale gelegenheid wel eens met blazers opgetreden hoor, voor de vibe is dat inderdaad beter. Maar voorlopig is het voor ons beide efficiënter om samen op te blijven treden. Zo’n vraag is me ook weleens gesteld over het toevoegen van een bassist. Met effecten weet ik dat live nog goed in te vullen en in de studio speel ik zelf de baspartijen in. Zolang dat werkt voelen we geen behoefte om dat te veranderen.
CC: En aangezien dit mijn eerste echte band is mis ik ook geen 3e en 4e bandlid, haha.

In 2013 namen jullie het album ‘Stay Classy’ (A Collection of Cover Songs) op. Waarom?
Tone: Tijdens optredens deden we altijd al 1 of 2 covers, en per optreden steeds verschillende keuzes. Percy Sledge, Pink Floyd, CCR, Bruce Springsteen, ZZ Top, Aerosmith, etc. Op een gegeven moment kregen we het verzoek om die songs ook op de plaat te zetten. We dachten waarom niet? We hebben in onze oefenruimte een selectie ervan opgenomen en uitgebracht, fans vonden dat leuk. Zoals je dat vandaag ook weer kon merken aan de reacties op ‘Ain’t No Sunshine’ van Bill Withers.

Celeste, je zei eens dat je jonge (meisjes) drummers wilt inspireren. Vindt je jezelf een roll-model?
CC: Niet per se voor jonge drummers. Ik vind wel dat je je hart moet volgen en jezelf niet vast moet pinnen aan een gevolgde studie. Ik ben na mijn culinaire opleiding een hele andere richting opgegaan en ben artiest geworden. Omdat IK dat wilde. Want muziek maken is mijn passie! In San Diego ging ik toen op zoek naar bandleden met dezefde passie. Na veel engerds te hebben afgewezen kwam ik Tony tegen. Ik was er na één keer repeteren al gauw van overtuigd dat hij me niet zou afmaken. Het klikte samen, dus bleven we een duo. De tijd zal leren of dat een goede keuze is geweest maar ondertussen zijn we alweer vier jaar beroepsmuzikant en – wat belangrijker is – ik voel me er goed bij. Dat is zéker wel iets wat ik wil uitdragen naar een volgende generatie, ja.
Tone: Ik heb na wat pop-punk bandjes ongeveer tien jaar als opnametechnicus en producer gewerkt in Californië voordat ik voldoende vertrouwen had om zelf een band te beginnen. CC zorgde voor een frisse wind en maakte me weer enthousiast.

Tone, je maakt je eigen glazen bottleneck slides van whiskey- en wijnflessenhalzen?
Tone: Noodgedwongen ja, omdat ze steeds kapot gingen bij mij. Toen ben ik ze maar zelf gaan maken om slide-guitar te kunnen spelen. Ik gebruik overigens een omgebouwde Fender ‘Frankenstein’ Tornado als liggende slide-guitar. En m’n andere gitaar is een Silvertone met vintage versterkers.

Is de recente single ‘Heart Skips a Beat’ een voorproefje van weer een nieuw album?
CC: We hebben alweer voldoende nummers opgenomen voor een volgende plaat. Maar die zal niet eerder dan in 2016 uitkomen omdat we heel 2015 nog aan het touren zijn. Hopelijk kunnen we daarna weer een promo-tourtje doen, “and really amp it up“.

Discografie:
Homewrecker (2011)
Stay Classy (A Collection of Cover Songs) (2013)
Gold Fever (2014)

Geef hier uw commentaar