The Haight: Jim Marshall’s documentary of Love, Rock and Revolution

Jim Marshall’s laatste boek The Haight – Love, Rock and Revolution is eind 2014 uitgebracht. Samensteller is Amelia Davis, met teksten van Joel Selvin. Review door van Arjan Vermeer, copyright van de foto’s en films in dit artikel ligt bij Jim Marshall Photography llc

50 dollar aanbetaling en twaalf maandelijkse termijnen van 24 dollar, dat kostte de eerste Leica van Jim Marshal in 1959. Omdat hij fotograaf wilde worden en niets anders. Hij begon zijn carriere in zijn woonplaats San Francisco maar verhuisde in 1962 naar New York om zich daar als popfotograaf te vestigen. En dat lukte. Hij maamarshallselfkte album-covers voor beroemde jazzmuzikanten, legde het fameuze Newport Folk Festival vast, vond zijn draai in de Greenwich Village Scene in Jazzclubs, maakte heel veel studiofoto’s en fotografeerde Bob Dylan aan het begin van zijn carriere. Twee jaren later alweer -in 1964- verhuisde hij weer terug van Manhattan naar Frisco, niet wetend dat hij de geboorte van een unieke muziekcultuur zou meemaken, daar in Haights-Asbury, een oude wijk in San Francisco.

een notitieblok tussen honderdduizend foto’s

In 2010, op 74-jarige leeftijd, overlijd Marshall tijdens een reis in New York. Hij laat een enorm archief, met meer dan een miljoen foto’s, na aan zijn assistente Amelia Davis (Marshall had zelf geen familie). En tijdens haar zoektochten door dit eindeloze beeldmateriaal vind ze een notitieboekje met voorbereidingen van Marshall voor een boek over de Haights, de periode naar de Summer of Love toe. Amelia Davis besluit om het project, wat Marshall ooit in 1976 gestart was, zelf at te maken. Gedurende twee jaar worstelt ze zich door meer dan honderdduizend foto’s van The Haight. Samen met Joel Selvin, lokaal popjournalist en schrijver  (Selvin en Marshall waren goede vrienden en Selvin had tot dusverre al aan alle boeken van Marshall meegewerkt), stelt Davis dit boek samen, meer dan 300 pagina’s met voornamelijk zwart-wit, afgewisseld met kleurenfoto’s, vergezeld van het verhalende commentaar van Selvin.

“I Only Wanted To Make Her Look Good”

Jim Marshall was een fotograaf zonder concept of artistieke bijbedoelingen, hij was gewoon fotojournalist. Met een waanzinnig gevoel voor timing en framing (hij sneed nooit een foto bij). Hij verstond de kunst om muzikanten vast te leggen op een natuurlijke niet-geposeerde manier. Hij fotografeerde alleen met camera’s van Leica, waarvan er soms wel vijf tegelijk, met verschillende lenzen, om zijn nek hingen.  Hij was een emotioneel, eigenzinnige, man met een sterke voorliefde voor wapens, auto’s en single malt whiskey. Maar bovenal had hij een enorme passie voor muziek. Hij bouwde een vertrouwensband op met de muzikanten die hij fotografeerde. Hij eiste altijd volledige vrijheid van handelen, zowel front- als backstage, en hij kreeg die ook. Dit resulteerde in iconische foto’s die -later- door veel popfotografen herhaald zouden worden. Jimi Hendrix die zijn gitaar verbrand op het Monterey Pop Festival, het laatste concert van The Beatles in Candlestick Park (1966), Janis Joplin (“I only wanted to make her look good”) samen met Grace Slick, tijdloze plaatjes van Miles Davis, Ray Charles en John Coltrane, Johnny Cash die zijn middelvinger opsteekt naar de bewakers van San Quentin, een springende Peter Frampton in een stadion en de albumcover van The Allman Brothers, Live at the Fillmore East (Marshall was een persoonlijke vriend van Duane Allman), om maar een paar voorbeelden te noemen. Iedereen is het er dan ook over eens dat Marshall tot de grootste popfotografen van zijn tijd behoorde. Het boek The Haight laat echter zien dat hij ook over de vaardigheid beschikte om de omgeving, met ‘gewone’mensen, te documenteren op een indringende manier, maar met dezelfde eenvoud waarmee hij “zijn” muzikanten portretteerde.

Flower Power: van politieke beweging tot mode-verschijnsel

Het was Alan Ginsberg die een groep studenten van Berkeley University adviseerde om met een overweldigende hoeveelheid bloemen de Hell’s Angels op vreedzame wijze tegemoet te treden bij het Anti-Vietnam protest. De Angels, die de Vietnam oorlog juist steunden, hadden de Berkeley studenten bedreigd met geweld nog voor hun protestactie. Ginsberg’s aanpak was er op gericht om de potentieel ontvlambare Hell’s Angels te ‘ontwapenen’ met “masses of flowers”, een term die later zou worden vertaald naar “Flower Power”. BerkHumanBeIN-1967eley University werd daarmee het centrum van de ‘Counterculture’ in de Verenigde Staten, die zich richtte op het op vreedzame wijze opkomen voor burgerrechten, ageerden tegen racisme en de -eerder genoemde- Vietnam oorlog.

Flower Power begon dus als een politieke beweging, maar transformeerde in de jaren erna, ’65-’68 tot een heuse lifestyle van jongeren gevoed door het gebruik van psychedelische drugs in de hele Verenigde Staten. En San Francisco werd het mekka voor de jonge hippies in de zomer van 1967, “The Summer Of Love”.

Op 14 januari 1967 bezochten meer dan dertiguizend mensen de Gathering of the Tribes in het Golden Gate Park in San Francisco. Allen Ginsberg, die het festival mede georganiseerd had, las voor uit eigen werk en er traden bands op als Jefferson Airplane, Grateful Dead en Quicksilver Messenger Service. De beweging groeide en op 10 april startte de Vietnam-week waar oproepkaarten voor militaire dienst werden verbrand en op 15 april demonstreerden 400.000 mensen in New York tegen de Vietnam-oorlog.

In juni werd het Monterey Pop Festival (tussen de 55.000 en 90.000 bezoekers) gehouden. Dat festival betekende een doorbraak voor veel nieuwe bands en toonde de hippiecultuur aan een groter publiek. De hit van Scott McKenzie “If you’re going to San Francisco, be sure to wear some flowers in your hair”, zorgde er voor dat hippies onderdeel werd van de muzikale mainstream. McKenzie speelde ook op het befaamde Monterey Pop-festival met rocksterren als The Who, Janis Joplin, Jimi Hendrix en The Mammas & The Papas. En daarmee werd de hippie-lifestyle onderdeel van de muzikale mainstream in de USA.

MarshallHendrix

 

“De Dood van de Hippie”

Het tijdschrift Time besteedde een hele editie aan de hippies en Haight-Ashbury trok steeds meer mensen aan – zowel sympathisanten als nieuwsgierigen. Hoewel de sfeer tijdens de Summer of Love uitstekend was, voelde de wijk de toenemende druk van die volksmassa. Ook kwamen de nadelen van de idealen van de hippies steeds meer naar voren, met name het ongebreidelde drugsgebruik leidde uiteindelijk tot een verandering van de -gemoedelijke- sfeer veranderde, ook de criminaliteit nam toe.  Maar ook het besef bij een aantal van de hippies dat de ‘lifestyle’ vercommercialiseerd werd, meer een modetrend werd, leidde er toe dat steeds meer oorspronkelijke hippies zich terug trokken uit San Francisco. Zelfs de Grateful Dead – die Haight-Ashbury als thuisbasis hadden – waren de nieuwe ontwikkelingen zat en gingen weg. De Summer of Love ging ten onder aan haar eigen succes. Uiteindelijk, op 6 oktober, 1967, marcheerde een begrafenisstoet door het Haight-Ashbury district om te rouwen over de “Death of the Hippie.” En Jim Marshall was overal bij. Hij legde feilloos de sfeer vast bij zowel de opkomst als de ondergang van de Summer of Love.

Het resultaat is een kroniek van die periode, ’65-’68, een haarscherpe fotodocumentaire van eHaightvoorbladen tijdsgewricht in zowel de politieke als culturele wereld van het westen van de Verenigde Staten. Met foto’s van het dagelijkse leven in de Haight, de geschiedenisbepalende momenten als de Human Be-In in het Golden State Park, maar ook de drugsscene en -niet te vergeten- de muzikanten: Jimi Hendrix met een gratis concert in de panhandle van de Haight, echt schitterende plaatjes van Janis Joplin en Grace Slick, The Grateful Dead, The Who, The Beatles, Brian Jones, Bob Dylan, de grote concertorganisator Bill Graham (The Caroussel Ballroom, later the Fillmore West), en nog veel meer.Meer dan 300 foto’s in totaal. En alleen die foto’s zijn het al waard om het boek te kopen, maar de teksten van Joel Selvin geven het de juiste context en maken dat je de prijs dubbel en dwars terug verdiend.

 

Voor The Haight uitkwam eind vorig jaar heeft Jim Marshall zelf nog zeven boeken uitgegeven. Hieronder het lijstje uit zijn bibliografie:

Monterey Pop (1992) -out-of-print

Not Fade Away (1997)

Proof (2004)

Jazz (2005) -out-of-print

Jim Marshall: Jazz (2009)

Pocket Cash (2010)

The Rolling Stones 1972 (2012)

The Haight: Love, Rock, and Revolution (2014)

Tags

Geef hier uw commentaar