Onnavolgbare country blues van Lonesome Dan Kase [interview]

1

Exclusief interview met Lonesome Dan Kase  door Giel van der Hoeven  voor The Blues Alone  met foto’s: Ruth Mauritz  & Arjan Vermeer in Eetcafé Westgaag op vrijdag 14 maart 2014

Hij speelt ouderwets boeiende muziek met meeslepende soms ruwe zang, en met intens finger picking gitaar werk. Met eenvoudige foot-stompin’ en knee-slappin’ ritmes uit een vervlogen tijdperk; nostalgische muziek die je mee terug neemt naar de jaren ’20 en ’30, terwijl je er nog nooit geweest bent. Het was een tijd dat country blues nog ‘race-music’  werd genoemd. African American music, een genre dat zich heeft ontwikkeld tot moderne rock, blues, country, R&B, soul en zelfs de hedendaagse rap en hiphop kwamen eruit voort. Uit de roots van die zwarte zangers wiens geluid voor het eerst te horen was tijdens de grote depressie: mannen als Mississippi John Hurt, Leadbelly, Robert Johnson (Eric Clapton’s muse), Son House (Jack White’s muse), Blind Lemon Jefferson en de Reverend Gary Davis. Het beste woord om de muziek van deze mannen te beschrijven – én de sound van Lonesome Dan Kase (39) – is: echt. Genuine music. Een man met een gitaar zittend op een kruk in een bar, of in een roadhouse of juke-joint, zoals dat destijds werd genoemd. Ouderwetse rookhollen waar je door een laag goedkope sigarettenrook heen moest om de whisky te kunnen ruiken. Ze zongen over liefde en religie, plaats en traditie, werk en misdaad, oprechtheid en racisme. Deze – vaak dakloze – mannen leefde zelf het leven waar ze over zongen, weinig glamoureus dus. Want de country blues is één van de meest authentieke muziekstijlen ooit gemaakt. Het zorgt voor nostalgie op een manier zoals je die nooit gekend hebt maar die je toch aanspreekt. Tenminste, als je er voor open staat. En als het ware bereid bent om met je knapzak en je versleten gitaar of mondharmonica op een goederentrein te springen en de wijde wereld in te trekken. Leave here walkin’ but so glad you’re livin’, lonesome as can be!

tba_ldk_140314-08

Hallo Daniël, is dit de eerste keer dat je in Nederland komt optreden?
– Het is zelfs de eerste keer dat ik in Europa ben. Amsterdam vond ik erg indrukwekkend en gisteren waren we voor een radio interview in Rotterdam. Op dat moment kwam ook jullie Koning Willem-Alexander het vernieuwde centraal treinstation openen. Gelijk al een warm ontvangst dus. Na Nederland volgen er nog optredens in België, Zwitserland en Frankrijk om eind maart weer terug te keren naar de VS.

Are you ‘lonesome’ tonight? Waarom juisDSC_4672-BorderMakert deze nickname?
– Ha ha, nee mijn vriendin Meredith is er ook bij [‘Song For Meredith’ is aan haar opgedragen – red.] Ach, het is eigenlijk gewoon een willekeurige naam. Ik woonde in Californië destijds, en had daar toen wat optredens. Ik noemde mezelf voor de gelegenheid ‘Lonesome’ Dan Kase en dat sloeg wel aan als bijnaam, dus heb ik het maar zo gelaten.

“Lonesome Dan ran away from home and hopped on a freight train when he was eighteen…” volgens de legende. Klopt dat?
– Nee, niet helemaal. Ik was wel 18 jaar toen ik het huis uit ging in Hillsdale (Michigan), maar nam pas later de trein naar Albuquerque, New Mexico. Want daar ging de reis aanvankelijk naartoe toen ik besloten had om rond te gaan trekken met mijn gitaar. Mijn thuisbasis is nu Saint Paul (Minnesota) waar ik alweer zo’n 11 jaar verblijf.

Ben je professioneel muzikant of heb je er nog een baan bij?
– Eigenlijk ben ik vanaf mijn 19e jaar al professioneel muzikant. Maar anderzijds heb ik ook altijd bijbaantjes moeten doen om te kunnen overleven. Ik heb al veel kluswerk gedaan hoor, van theatermedewerker tot dokwerker. Nu help ik af en toe eens in de kerk van Saint Paul als ik thuis ben. Ik heb ook een tijdje gitaarles gegeven maar in de VS is het vrij lastig om aan reguliere leerlingen te komen.

DSC_4704-BorderMaker

Hoe vaak en op wat voor plaatsen speel je zoal in de VS?
– Oh, op allerlei plaatsen. In clubs, cafés, coffeeshops en op festivals… overal waar ik maar terecht kan eigenlijk. Hoofdzakelijk in ‘the Midwest’ van de Verenigde Staten zoals in de staten Minnesota, Wisconsin en Iowa. Soms ga ik naar Californië en één keer per jaar trek ik naar het Oosten om daar te spelen. Maar niet meer zoveel op straat, iets wat ik wel veel gedaan heb toen ik langere tijd in Denver verbleef. Ik vind het ook belangrijk om regelmatig op vaste plaatsen terug te keren, zo speel ik maandelijks in een club in Northfield (Minnesota). Daardoor bouw je toch het makkelijkste naamsbekendheid op.

Hoe lang speel je al akoestische gitaar?
– Sinds mijn 16e jaar, ik heb nooit echt lessen gehad en ben autodidact. Ik heb met zelfstudie veel opgestoken door goed te luisteren en kijken naar Paul Geremia, een veteraan country blues singer-songwriter uit Rhode Island. Ook leer ik veel van mijn vriend en collega Johnny Long, een Deltablues gitarist die samen met zijn broer Claude eigen nummers schrijft en het geluid van de vooroorlogse country blues als geen ander kan doen herleven.

Je draagt altijd mooie hoeden, hoe belangrijk is podiumpresentatie voor jou?
– Belangrijk. Toen ik begon met spelen op de akoestische gitaar bestond mijn repertoire uit traditionele Amerikaanse country- en folkmuziek. Songs van o.a. Woody Guthrie en Jimmie Rodgers. Deze mannen droegen altijd hoedjes dus ben ik dat ook gaan doen. Pas toen ik Johnny Long ontmoette ben ik akoestische blues gaan spelen. Hij komt uit St. Louis en daar weten ze precies hoe belangrijk presentatie door kleding kan zijn. Hij heeft mij ook op dat gebied veel routine bijgebracht.

Met je voorliefde voor de authentieke country blues ben je op je 21ste begonnen met het spelen in de ‘finger picking’ stijl. Hoe heb je verder je eigen country blues stijl ontwikkeld?
– Dat was best lastig omdat er voor die tijd al zóveel gedaan is, maar het ontwikkelde zich wel onbewust. In het begin kopieer je veel dingen van anderen, Charley Patton was bij mij toen favoriet. Ik luisterde toen ook veel naar pianomuziek en jazz, folk, ragtime. Maar op den duur, na veel studeren en repeteren, ga je vanzelf een stijl ontwikkelen die echt persoonlijk bij je past.

DSC_4675-BorderMaker

Je maakt ook gebruik van de ‘Piedmont finger style’, wat is er zo karakteristiek aan die stijl?
– Het klinkt onderscheidend, “It’s got a bounce to it!” De stijl is vernoemd naar de regio Piedmont, aan de oostkust van de Verenigde Staten, van Richmond (Virginia) tot aan Atlanta (Georgia) zo’n beetje. Daarom wordt het ook wel East Coast blues genoemd. Technisch wordt het gekenmerkt door een aparte fingerpicking aanpak waarbij de duim een ritmische baslijn speelt terwijl de dunne snaren geplukt worden door de andere vingers en vooral met de wijsvinger die een gesyncopeerde melodie speelt. Het klankresultaat is vergelijkbaar met ragtime- of Harlem stride pianostijlen uit de swingperiode. Zodoende dat het gitaargeluid van Blind Blake en Blind Boy Fuller soms ook als een piano klonk. In dat opzicht is het dus anders dan de Mississippi Delta blues. Ik denk niet dat ik me heb toegelegd op één specifieke stijl, want net zoals ik naar veel verschillende artiesten heb geluisterd – zoals Blind Lemon, Lightnin’ Hopkins en vooral Funny Papa Smith was één van mijn favorieten – speel ik nu ook van alles. Dus zeg maar uit de periode van 1899 tot 1955.

Wat vind je van hedendaagse finger picking gitaristen, zoals bijvoorbeeld Tommy Emmanuel?
– Ja cool, Tommy is natuurlijk uniek maar zijn country fingerstyle is weer niet te vergelijken met wat ik doet. Ik denk dat hij meer is beïnvloed door de Nashville sound en door Amerikaanse Country and Western mannen als Merle Travis and Chet Atkins. Daar heeft hij ook mee samen gespeeld dacht ik. Hij is een alleskunner, er zijn maar weinig akoestische gitaristen die zoveel muzikale stijlen beheersen.

tba_ldk_140314-11

Heb je ooit op een elektrische gitaar gespeeld?
– Ja, helemaal in het begin wel, jaren vijftig rock and roll met Buddy Holly en Chuck Berry songs. Eigenlijk heb ik op die manier de oude blues ook leren ontdekken; via Muddy Waters weer terug naar Son House en Robert Johnson. Verder speel ik een beetje mandoline en mondharmonica maar ik concentreer me liever op de akoestische gitaar en mijn zang.

Er wordt wel gezegd: Robert Johnson is Eric Clapton’s muse en Son House is Jack White’s muse. Wie is Dan Kane’s muse?
– Hmm, da’s een lastige [denkt lang na – red.] Uhm… laat ik het zo stellen, van de muzikanten die nog in leven zijn is dat ongetwijfeld John Long. Ondanks dat hij jonger is dan ik, ha ha. En van de overleden bluesartiesten… uhh, pianist Speckled Red (geboren als Rufus Perryman). Hij had in de jaren ’20 en ’30 een goede reputatie als onderdeel van de St. Louis en Memphis blues scènes. In zijn kindertijd speelde hij al piano en kerkorgel, en tegen de tijd dat hij een tiener werd speelde die op house party’s en in de juke joints. Ja, ik heb ook veel naar zijn muziek geluisterd en ben heel erg door hem geïnspireerd geraakt.

tba_ldk_140314-red-long
Een pianist dus?
– Ja inderdaad. Maar als je de naam van een gitarist wilt horen zeg ik: Blind Blake. Opmerkelijk genoeg waren veel klassieke blues spelers echt blind, Blind Lemon Jefferson, Blind Willie McTell, Blind Boy Fuller… het zal wel met het ontbreken van medische zorg en wellicht slechte voeding tijdens de zwangerschap te maken hebben gehad dat medio de 20e eeuw veel donkere kinderen blind werden geboren. Muziek spelen werd dan later één van de weinige uitwegen in zo’n leven vol armoede en wanhoop. Sommige werden ook blind tijdens hun leven, zoals Blind Willie Johnson. Hij speelde als kind al op een zelfgemaakte cigar box gitaar. Het verhaal gaat dat Willie toen hij zeven jaar was zag hoe zijn vader zijn stiefmoeder sloeg die kennelijk vreemd was gegaan. Vervolgens zou de stiefmoeder de jonge Willie hebben verblind door loog in zijn gezicht te gooien. Bizarre verhalen zijn dat. Maar, ik ben er ook wel van overtuigd dat bij deze mannen door het ontbreken van hun visuele waarneming het gehoor juist beter is ontwikkeld dan gemiddeld en ze dáárdoor zo waanzinnig goed muziek konden spelen.

Een ander idool van jou is Richard “Hacksaw” Harney?
– Klopt. Ik heb een eigen song ‘Hacksaw’ getiteld aan hem opgedragen. Richard “Hacksaw” Harney was ook één van de grootste blues gitaristen uit het Mississippi delta-gebied. De meeste van zijn songs zijn instrumentale up-tempo dansnummers. Hij zong bijna nooit omdat hij nogal verlegen was. Maar hij heeft een grote invloed gehad op een hele generatie kunstenaars, waaronder ook Robert Johnson! En, geloof het of niet, maar óók hij was een begaafde pianist. Hij verdiende voornamelijk de kost als een rondreizende pianostemmer. Daar komt zijn bijnaam “Hacksaw” (ijzerzaag) ook vandaan, een stuk gereedschap dat hij gebruikte bij het vervangen van piano onderdelen. Pas in 1973 werd er een plaat van hem uitgebracht ‘Sweet Man’, helaas overleed hij één jaar na die release in Jackson (Mississippi).

tba_ldk_140314-hacksaw
[Richard “Hacksaw” Harney was a Sweet Man]

Kan je wat meer vertellen over de gitaren die je gebruikt Dan?
– Ik speel momenteel op een handgemaakte Kopp  gitaar van de firma Kevin Kopp Luthier uit Montana. Die heb ik nu ongeveer vier jaar en gaat altijd mee op reis. Verder heb ik een Wood Body National  gitaar voor het slide-werk. En heb ik in het verleden ook op een akoestische Guild gespeeld. Allemaal handgemaakte gitaren op de persoon afgestemd, zeg maar uit hetzelfde rijtje met Collings en Santa Cruz gitaren. Omdat ik meestal met openbaar vervoer reis neem ik er altijd maar één mee naar de optredens, en dat is dus de Kopp.

Je eerste twee solo CD’s werden slechts met een 4-track recorder opgenomen. Wat is het voordeel van die low fi sound?
– Ach, ik hou de dingen graag simpel en zuiver, daardoor klinkt mijn muziek ook ‘echter’ vind ik. Bovendien ben ik meer een live artiest dan een studioman. Laat mij maar lekker repeteren en optreden, daar voel ik me lekker bij. Al sluit ik het niet uit dat een volgende plaat wel digitaal wordt opgenomen hoor. Zolang ik die ‘genuine sound’ maar over kan blijven brengen is het goed.

DSC_4662-BorderMaker

Op het album ‘Leave Here Walkin’ (2004) zong je met een rauwere stem dan op ‘So Glad I’m Livin’ (2008). Had dat een bedoeling?
– Een beetje wel ja. Maar ook dat is gewoon een ontwikkeling die je meemaakt. Er zat toch ruim vier jaar tussen die opnamen en mijn stem klinkt weer wat LDKcdSGILzuiverder. Ik speelde destijds ook regelmatig met een band en dan ga je automatisch wat harder en rauwer zingen. Een andere reden was dat er Reverend Gary Davis materiaal op die plaat stond, en die kon zijn stem ook laten brullen als een instrument. Oh ja, én ik rookte meer in die tijd, ha ha. Maar ik probeer vooral altijd zo goed mogelijk te zingen met mijn natuurlijke stemgeluid.

‘Leave Here Walkin’ is opgenomen in de Mercy Recordings studio en bevat vier mooie Dan Kase originelen. Maar behalve die Rev. Gary Davis songs staan er nóg een aantal prachtige country blues covers op van o.a. Blind Lemon, Sleepy John Estes, Blind Boy Fuller en Charley Pattton. Hoe kies je die tribute songs?
– Het belangrijkste is dat zo’n song me persoonlijk aanspreekt. De covers die ik heb opgenomen had ik daarvoor ook al heel vaak live gespeeld en zijn min of meer eigen geworden. Ondanks dat ik met arrangeren en tekstueel soms wat dingetjes aanpas blijven het natuurlijk geweldige authentieke standards. Ik wil mezelf geen protestzanger noemen of politiek activist maar de teksten moeten uiteindelijk wel ergens over gaan.

Over welke eigen songtekst ben je het meest tevreden, of wat is een typische LDK song?
– Ehh, dan denk ik toch ‘Rat Race Blues’. Met een suggeLDKcdLHWstieve tekst over misstanden zoals dat in de Mississippi blues ook vaak voor kwam. Teksten over het stadsleven, armoede en rijkdom spreken me altijd wel aan.

Is er al een Europees label in je songs geïnteresseerd?
– Helaas nog niet nee, ik ben hier ook pas voor de eerste keer dus we moeten dingen niet gaan overhaasten. Maar ze mogen me natuurlijk altijd bellen! Ik heb wel wat nieuw materiaal op de plank liggen maar nog geen concrete plannen voor een nieuwe plaat.

Op 19 april a.s. ben je alweer terug in de USA en dan speel je ook op Record Store Day (hier eveneens bekend). Maar geloof je nog wel in het medium ‘record’? Denk je niet dat LP’s en CD’s zo langzamerhand worden verdrongen door (online) digitale audio en video zoals MP3, iTunes, Spotify, YouTube etc.?
– “Ohw yeah! I’m a big believer in old records“. Ik verzamel ook vinyl, 78, 33, 45-toeren platen, alles. Niet alleen omdat het daarmee allemaal begonnen is, en het wellicht voller en warmer klinkt, maar ook vanwege de hoesinformatie en de liner notes. En misschien ook wel om het sentiment; alleen al het vasthouden van een vinyl plaat en de geur ervan! Anderzijds leef ik nu en besef ik best wel dat ik ook gebruik moet maken van de moderne digitale kanalen. Ook van mij staan er nu live clips op YouTube  en mijn muziek is eveneens via Amazon en CD Baby verkrijgbaar.  Ook al verkoop ik misschien niet veel, het wordt toch algemeen gezien en gehoord en later hopelijk wel op plaat of CD gekocht.

Op You Tube zag ik live clips van jou op St. Paul’s Farmers Market, samen met bluesharpspeler ‘Hurricane’ Harold Tremblay. Dit zijn gewoon korte verhaaltjes op zich, met het winkelende publiek op de achtergrond en die Aziatische marktman en het bloemenmeisje. Eigenlijk is er geen beter podium voor een bluesman als de straat vind je ook niet?
– Dat was inderdaad leuk om te doen, maar het is niet gebruikelijk voor mij hoor. Zeker op locaties waar mensen het naar hun zin hebben zal straatmuziek aanslaan. Je kunt ook meer improviseren op straat dan op een concertpodium omdat het niet tijdgebonden is. Harold Tremblay is DJ en heeft een wekelijkse radioshow, ‘House Party’ op Radio KFAI  in Minneapolis. Hij draait daarin een mix van oude en nieuwe blues, roots en Americana. Maar zoals je hebt kunnen zien is hij ook een zeer verdienstelijke harmonicaspeler.

LDKStPaulFarmersMarket2013

Je hebt ook in het Crush Collision Trio gespeeld en een album met hen opgenomen in 2003. Wat zou momenteel je ideale blues trio of begeleidingsband zijn?
– Een stand-up bass, snaredrums en misschien een washboard en mondharmonica erbij, zoiets. Of een klarinet op sommige nummers dat kan ook mooi zijn. Een ultieme ritmesectie zou bestaan uit: “Pops” Foster op de stand-up bass, een professionele jazzmuzikant die o.a. bij Louis Armstrong speelde en bekend stond om zijn krachtige slapbass techniek. En op de drums Warren “Baby” Dodds, ook uit New Orleans, bekend om zijn gevarieerde drumpatronen en buzz-rolls op de snaredrum. “So, that would have been fun to play with”.

Wat verwacht je van de komende optredens met de Nederlandse bluesmannen Alex Riverside Jr. (gitaar) en Big Will (bluesharp)?
– Dat het erg leuk en spannend gaat worden. Ik kon ze tot voor kort alleen nog maar van YouTube, net zoals ze mij op die manier hebben ontdekt. Ik ben Alex erg dankbaar dat hij me heeft overgehaald om naar Europa te komen want tot op heden bevalt het prima. Het is bijzonder om te ondervinden hoe ze de Dutch Delta blues een eigen invulling geven. Ze bewijzen eens temeer dat bluesmuziek universeel is, “you don’t have to be blind, a rambler, poor boy or from the Mississippi delta’s to play the blues!” Sterker nog, veel Amerikaanse muziek heeft altijd al invloeden vanuit Europa gekend. Bluegrass was bijvoorbeeld muziek van Ierse en Schotse immigranten in Oost-Amerika. En ook Folk is oorspronkelijk Engelstalige traditionele muziek met Britse en Ierse invloeden.
tba_ldk_140314-10

Oké Dan, dank voor je tijd en bijdragen en veel succes met deze korte Europese tour. We hopen je snel weer eens terug te zien.
– Jullie ook bedankt voor deze gelegenheid om mezelf aan Nederland voor te stellen én voor de geboden gastvrijheid!

Tijdens de twee optredens in het Westland (Monster en Honselersdijk) maakte Daniël diepe indruk op het publiek met zijn originele en soms onnavolgbare speelstijl en zijn gepassioneerde zang in de Amerikaanse traditionals uit de jaren ’20 en ’30. Ook de samenwerking met Big Will en Alex Riverside Jr. (v/h Big Will & The Bluesmen) sloeg aan bij toehoorders en de artiesten zelf. De bescheiden Amerikaanse bluesmuzikant verdient zeker een groter publiek in Europa dan hij nu heeft. Maar wij zijn ervan overtuigd dat hem dit binnen onafzienbare tijd gaat lukken.

tba_ldk_140314-09

Lees ook: Het Grote Big Will & The Bluesmen Interview [aug. 2011]

Tags

One Response

Geef hier uw commentaar