Liedjes met mooie snit, 12 espresso’s en een Keith Special

Liedjes met mooie snit, 12 espresso’s en een Keith Special

 

Exclusief interview met Ian Siegal voor: The Blues Alone? door: Giel van der Hoeven, met foto’s van: Arjan Vermeer © (& stock) tijdens het Highlands Festival op 27 mei 2011.

 

- Hi Ian, zullen we er een bakkie koffie bij nemen?
“Too much coffee man!” Wat wil je me hier aandoen?! Hi, hoe gaat het ermee?

- Goed, maar hoe gaat het met jou? Lekker live optreden trouwens zojuist hier op het Highlands festival.
Dank je. Het gaat goed man!

- Wat is dat met die koffie: je staat met 2 kopjes koffie op het podium te pronken en ik hoor je vanavond zeggen dat je alleen nog maar espresso drinkt?! Het is hier dan wel een gesponsord festival maar wordt jij soms persoonlijk gesponsord door Starbucks?
Nee, door Nescafé. Op je gezondheid man! (en Ian steekt er een peuk bij op).

- Ha ha, ongetwijfeld. Wij hebben elkaar eerder ontmoet en…
Ja dat klopt, mooie foto’s man! (Ian richt zich tot TBA? fotograaf Arjan) en ik heb de CD review van jullie ook gelezen, iemand heeft het voor me vertaald  (:-p) “Great”.

- In de afgelopen drie jaar hebben we je ook zien spelen in De Boerderij Zoetermeer. Persoonlijk vond ik die gig daar in december 2008 je beste tot nu toe.
Bedoel je daarmee dat al die andere erna waardeloos waren?

- Nee hoor, ha ha…
Maar inderdaad, ik herinner me dat optreden ook nog, het was de laatste van de tour toen en we speelden geloof ik wel drieëneenhalf uur die avond, zeer speciaal! Het is altíjd bijzonder daar met gastmuzikanten als Wesley (Big Blind) en Dusty van de Rythm Chiefs die toen ook meededen. Ik heb daarom toch wel een speciale band met Nederland en de fans hier ja.

- Hoe doet je nieuwe album opgenomen in Amerika samen met The Youngest Sons ‘The Skinny’ het?
Verbazingwekkend! De recensies zijn ongelooflijk goed, beter dan ik had verwacht. Ik wist dat het een goed album was, daar was ik van overtuigd, maar dat het zo’n vaart zou nemen… Wat ik niet verwacht had in de UK is dat de CD in Uncut Magazine, Mojo-, en Q Magazine niet in de blues sectie maar in de ‘main music’ sectie werd geplaatst – out of the blues – waardoor die véél meer aandacht kreeg dan mijn vorige CD’s.

- En dat wilde je?
Nee, niet echt, het maakt me eigenlijk geen zak uit! Maar het blijft verbazingwekkend!

- Vanavond viel me weer eens op dat je een meester bent in het live mixen van blues in funk en soulmuziek. Bijvoorbeeld je eigen track ‘Hard Pressed’ liep vlekkeloos over in het funky ‘Sign Of The Times/Get Off’ van Prince.
Maar tóch is het allemaal blues. Alles heeft zijn oorsprong in de blues en ik improviseer vaak spontaan op het podium. We hebben de afgelopen vier jaar niet meer gerepeteerd dus het is altijd spontaan wat we doen. De band weet vaak niet eens wat ik ga doen, zo blijft het spannend en swingend.

- Je leek ook opgelucht dat je vaste drummer Nikolaj Bjerre – die tijdelijk werd vervangen door Matt Schofield’s drummer Evan Jenkins – nu weer terug was, klopt dat? Is hij een Zweed?
Nee Deens, hij is even ziek geweest. Maar ze zijn allebei oké hoor, ik speel veel samen met Nik daardoor lijkt het gewoon vanzelfsprekend en relaxed.

- Niet op de festivals maar wel in de clubs speel je soms de nieuwe ballade ‘The Fear’…
Oh ja, is dat zo?

- Uh.. ja, ík heb het in elk geval op 30 maart in de Boerderij gehoord! (Ian gniffelt, eigengereide opmerkingen blijken een onderdeel van zijn zwarte humor te zijn).

Je zei daar op het podium dat dit het beste nummer is dat je in 17 jaar tijd geschreven hebt. Waarom staat het dan niet op je nieuwe album ‘The Skinny’?
Het wordt binnenkort op single uitgebracht, samen met nog een song die ik toen in een aparte akoestische sessie heb opgenomen. Het paste gewoon niet op dit album, té country-achtig.

- Een Johnny Cash-achtig liedje vond ik.
Dat mag je vinden hoor, “it’s the same area”. Johnny Cash ‘The Man in Black’ staat hier ook op mijn arm getatoeëerd, één van mijn vele idolen. (Ian rolt zijn rechter mouw omhoog en toont trots de enorme tronie van de country legende).

- Over die tatoeages: wat vind jij van ‘tattooed ladies’?
Ik ben niet zo dol op getatoeëerde dames eerlijk gezegd, ik ben daar nogal ouderwets in. Maar ik denk dat tatoeages mij wel goed staan ha, ha!

- En de gelijknamige live track van Rory Gallagher, Tattoo’d Lady van Irish Tour ‘74?
Ik begrijp waar je heen wilt en moet je eerlijk zeggen: dat album heb ik nog nooit beluisterd! Ik weet dat ik veel met hem wordt vergeleken en hij was goed. Ook een blanke jongen die de blues speelde met gevoel, en aanvankelijk óók in een powertrio (Taste), daar komt het vandaan denk ik. Maar hij heeft mij niet direct beïnvloed, mijn voorkeur ging uit naar de generatie daarvoor; Muddy Waters, Howlin’ Wolf, Bo Diddley, Chuck Berry en ga zo maar door. Maar het is een eervolle vergelijking hoor, in fact hij heeft vast dezelfde invloeden gehad als ik waarschijnlijk.

- Is dat de ‘Keith Special’ waar je het vaak over hebt? Wat is het recept ervan eigenlijk? (Ian nipt inmiddels van een geelkleurig drankje)
Grin… “is this on record?” (neemt nu een grote slok) “ehh… this is orange juice!”

- Alleen orange juice?
“Orange juice!!” (nog een slok).

- Noem het dan nooit geen ‘Keith Special’ meer! Keith zal dat niet leuk vinden.
Wha ha! (buldert het uit), maar Keith drink niet meer, net als ik. Ik drink ook niet meer.

- De Stones gaan waarschijnlijk toch weer toeren volgend jaar, ook een band waardoor je bent beïnvloed?
Heel erg, voornamelijk door Keith, zijn slaggitaarspel is fantastisch. Maar allemaal hadden ze een gigantische invloed op me, juist het ‘ensemble playing’ maakt hun zo goed. Dus niet speciaal de songs, de teksten of hun stijl maar juist die éénheid als band. Er zitten niet echt leiders of solisten in de Rolling Stones wat mij betreft, maar met zijn vieren zijn ze ijzersterk. Voornamelijk met live optredens, “one sound all together!” Ik hoop dat wij er met de Ian Siegal Band een beetje bij in de buurt komen. Zelf ben ik ook niet echt een lead guitar player zoals Eric Clapton, Rory Gallagher of dat soort gasten, maar juist als trio moeten we sterk staan vind ik.

- Als je geen gitarist zou zijn geworden, wat had je op dit moment dan gedaan denk je?
Geen idee. Ik kan niets anders, dit is het gewoon. En ik ben pas begonnen met gitaar spelen toen ik 18 jaar was hé! Ik zong al wel in bandjes vanaf mijn 16e jaar, dat wel. Achteraf had ik wel eerder gitaar willen leren spelen hoor, maar goed ik heb me nu voorgenomen tot mijn dood ermee door te gaan, “I love my job!”

- Ik ga nu even op mijn vragenlijstje spieken want ik weet niet alle vragen uit mijn hoofd…
Ga je gang, want ik weet ook alle antwoorden niet (droog).

- Is er een songtekst of een dichtregel die heel speciaal voor je is?
Wow! Er zijn er zoveel! Als je het me morgen zou vragen krijg je een ander antwoord als dat je het me gisteren had gevraagd. Vandaag hoorde ik Bob Dylan’s ‘Hurricane’ weer eens, ik luister de laatste tijd weer veel naar Dylan en al zijn teksten zijn ongelooflijk goed. Ehh… eigenlijk is dit een onmogelijke vraag om te beantwoorden, er zijn er teveel.

- Bob Dylan is afgelopen dinsdag 70 jaar geworden, je kent je klassiekers want jullie speelde als eerbetoon aan hem: ‘Like A Rolling Stone’…
Jha… dat was voor ons óók onverwachts hoor! Ik zou een andere song als toegift spelen maar iemand in het publiek riep: “Yeh, do that Dylan song!” We keken elkaar aan en speelde toen ‘Rolling Stone’ (hij grijnst) en niet ‘Billy’ van Pat Garrett & Billy the Kid wat men van ons gewend is en hij waarschijnlijk verwachtte.

- Hoe zit dat met Elizabeth Taylor…
Wha ha ha!

- … want de laatste optredens zagen we de Ian Siegal Band als een trio, en nu deed toetsenist Jo Glossop (Ian noemde hem gekscherend “Liz Taylor”) als gast mee. In het verleden traden jullie ook als een kwartet op en dat stond mij eigenlijk wel aan.
Het zit zo: Jo is een goede vriend van me, hij speelde in de programmering voor ons met zijn band Saint Jude vanavond, die ook erg goed zijn trouwens. En ik kreeg hem dus zover om een paar nummers mee te doen op de keyboards. Dáárom was het ook logisch voor ons om dié Dylan song te spelen want we hadden nu de herkenbare Hammond sound erbij.

- Ian, you don ‘t fall of the wagon anymore? (titel van een Siegal Band bootleg en een Engelse uitdrukking voor heel erg dronken worden!)
Nee! Geen commentaar, dat zijn mijn zaken (hij neemt meesmuilend weer een fikse slok van zijn ‘Keith Special’).

- In september ga je in de UK toeren met Wilko Johnson, de voorman van de Britse rhythm and blues band Dr. Feelgood, bekend in de jaren zeventig. Hebben jullie iets speciaals in petto en ben jij dan de ‘Milk’ en is hij de ‘Alcohol’?
Ha-ha, ik ben de alcohol in zijn melk whaha! Maar ‘Milk and Alcohol’ is inderdaad een geweldige song van Dr. Feelgood! Maar, wederom geen band welke een speciale invloed op mij heeft gehad. Maar het is wel een eer dat hij mij tijdens hun tour als zijn support heeft gevraagd hoor.

- Support? Jullie zijn nu toch geen voorprogramma meer zeker?
Blijkbaar in Engeland nog wel. Maar de werkelijke reden is dat de mensen die voor Wilko komen niet echt blues publiek zijn maar Dr. Feelgood publiek. Wilko is altijd een steunpilaar voor de pubrock beweging gebleven. Voor ons is het goed dat we door zoveel mogelijk muziekliefhebbers op diverse locaties gezien en gehoord worden. En we zullen ongetwijfeld ook samen nog het podium delen hoor! Want Dr. Feelgood’s stijl is ook gewoon op de blues gebaseerde muziek, “blues-ish” zo je wilt. Ik kijk er erg naar uit in ieder geval!

- Welke vraag kan ik je beter niet stellen, maar ga ik toch doen na je volgende antwoord?
Een belachelijke vraag! Dat heb je bij dezen gedaan dus. En de ‘Keith Special’ vraag had je ook beter achterwege kunnen laten (quasi boos).

- Op het komende Ribs & Blues Festival doen wij een interview met de Engelse bluesband Hokie Joint, jullie kennen elkaar, wat vind je van ze?
Ik heb ook twee keer op Ribs & Blues gespeeld, “great festival!” De Hokie Joint mannen zijn allemaal goede vrienden van me. Met Giles heb ik samengespeeld, hij is de beste bluesharp-speler van Europa, of in ieder geval van Engeland. En om op je vorige ‘belachelijke vraag’ terug te komen: vraag hún maar over de ‘Keith Special’, ha ha! Of nee… vraag maar wat hun invloeden zijn? Of wat de blues is? Of nee… wat is jullie favoriete kleur? Ha ha, een interview kan soms doodsaai zijn maar niet met JoJo & co vermoed ik, evenals hun optredens. Doe ze maar de groeten!

- Een dame van de catering komt ons cynisch genoeg vragen of we nog koffie willen? En ondertussen zet een collega van Blues Moose als ludieke actie een flesje Jägermeister tussen ons in op tafel -
Ian roept: “geen koffie meer voor mij, juffrouw! Ik heb al 12 dubbele espresso’s op en mijn hartslag is momenteel 180 bpm.” De kruidenlikeur wordt ogenschijnlijk door hem genegeerd.

Blijkbaar ben je gek op kekke schoenen want op twee van je albumcovers (Swagger and The Skinny) staat schoeisel afgebeeld. Waar gaat je voorkeur naar uit: Blue Suede Shoes? (Carl Perkins) of: Who’s Gonna Fill Those Shoes? (Buddy Guy)

Ha ha, songtitels met een vraagteken. En jullie website heet toch ‘The Blues Alone?’ met een vraagteken? Nee, ik speel niet ‘the blues alone’, uitroepteken! Alles komt voort uit de blues maar het is nooit alleen maar blues, ik bedoel het is funk, soul, rock, rhythm & blues, country, al die dingen. De blues heeft zich als muziekstijl altijd ontwikkeld, als je naar vroeger kijkt hoe het is veranderd van de jaren twintig tot de jaren vijftig, “a hell of a lot!” En de enige reden dat ze het vanaf eind jaren vijftig dus soul of rhythm & blues of rock and roll zijn gaan noemen is omdat het ook verkocht moest worden, aan de kinderen van de eerste bluesliefhebbers. Alleen om het modieus te maken dus! Soulmuziek was gewoon blues en je kent vast de uitdrukking: “The Blues Got A Baby And They Called It Rock & Roll”, een mooi liedje van Muddy Waters trouwens, én gelijk een antwoord op je schoenenvraag. Blues liedjes in een mooie snit, functioneel en we kunnen niet meer zonder.

Ik vind het trouwens wel interessant als je voor brave bluesfans country muziek speelt, vinden ze er vaak niks aan. Maar als je voor diezelfde mensen rockmuziek maakt vinden ze het té gek. Maar rock ligt net zover van de blues verwijdert als de country, alleen in verschillende richtingen. Sterker, country muziek ligt dichter bij de blues dan rock-rock, zoals dat bekend is geworden door Bon Jovi en Van Halen en zo. Opvallend genoeg staan bluesfestivals dát soort bands wel toe en geen country muzikanten, dat vind ik wel frappant. Daarom probeer ik die stijlen óók vaak te mixen in onze live shows.

- En ook voor de typische singer-songwriters heb je duidelijk een voorkeur, in je clubshows speel je vaak songs van Dylan en de laatste keer bijvoorbeeld zelfs vier nummers van Warren Zevon!
Ja, je hebt gelijk, vergeet die uitleg over genres zoals blues, country en rock maar. Het gaat gewoon over liedjes! Liedjes met gevoel. Maar ook met scherpzinnige teksten, satire en humor. Warren Zevon was daar een kanjer in. Frank Zappa zei ooit: “Is there a room for humor in music?” of zoiets dergelijks (’Does Humor Belong in Music?’ is een live album van Frank Zappa). Er hoort natuurlijk passie maar soms ook humor in muziek te zitten, dus vraag jezelf voortaan niet meer af is het blues? soul? rock? Maar vraag je af: spreekt het mij aan? En: is het goed? Dat is mijn slotconclusie.

- En jullie houden de humor op het podium?
Altijd! Wij zijn er om jullie te vermaken. Het gaat er niet om dat je staat te navelstaren op het podium en een gitaarsolo van een half uur speelt. Het gaat erom dat je met je publiek in contact treedt en er muzikaal, verbaal en non-verbaal mee communiceert. Humor is daarbij een goed middel, ik ben iemand die de zelfspot niet schuwt, sarcasme dat is wel erg Engels volgens mij. Jullie Nederlanders begrijpen dat wel maar het is zeker geen internationale manier van communiceren. Want in bepaalde landen waar ik ben geweest moet ik zeker niet al te sarcastisch doen. Maar die landen ga ik je niet noemen anders vragen ze me nooit meer terug voor een optreden, ha! ha!

In de afgelopen weken heb je hier in Nederland op diverse blues festivals gespeeld (Bluezy, Moulin Blues, Kwadendamme, Highlands). Is de Hollandse klei (Dutch clay) vergelijkbaar met andere grazige weiden en moddervelden (muddy waters) op het continent… Met andere woorden: vind je het leuk om op (outdoor) festivals te spelen?
Het maakt mij niet uit waar ik speel man, als we maar kunnen spelen. Al die festivals waren gewoon cool. We hebben nu nog optredens staan in Engeland, Hongarije, Servië, Oostenrijk, België (Peer) en weer terug naar Nederland (Giethoorn) en dan die Engelse tour met Wilko. Kom ook eens in Londen kijken als je tijd hebt, dat ga je leuk vinden in die pubs daar, weet ik zeker (grijns).

- Nou ja, wie weet. Ian bedankt voor dit prettige vraaggesprek, wat ga je nu nog doen?
“Ik ga nu eerst even lekker relaxen na al deze inspanningen!”
En het flesje Jägermeister glijdt alsnog geraffineerd in zijn borstzakje: “I’m nót gonna drink this, I’m gonna give it to somebody else!” En met de zoveelste gemene grijns van de dag loopt hij richting zijn kleedkamer.

- Ik ga nu even op mijn vragenlijstje spieken want ik weet niet alle vragen uit mijn hoofd…
Ga je gang, want ik weet ook alle antwoorden niet (droog).

- Is er een songtekst of een dichtregel die heel speciaal voor je is?
Wow! Er zijn er zoveel! Als je het me morgen zou vragen krijg je een ander antwoord als dat je het me gisteren had gevraagd. Vandaag hoorde ik Bob Dylan’s ‘Hurricane’ weer eens, ik luister de laatste tijd weer veel naar Dylan en al zijn teksten zijn ongelooflijk goed. Ehh… eigenlijk is dit een onmogelijke vraag om te beantwoorden, er zijn er teveel.

- Bob Dylan is afgelopen dinsdag 70 jaar geworden, je kent je klassiekers want jullie speelde als eerbetoon aan hem: ‘Like A Rolling Stone’…
Jha… dat was voor ons óók onverwachts hoor! Ik zou een andere song als toegift spelen maar iemand in het publiek riep: “Yeh, do that Dylan song!” We keken elkaar aan en speelde toen ‘Rolling Stone’ (hij grijnst) en niet ‘Billy’ van Pat Garrett & Billy the Kid wat men van ons gewend is en hij waarschijnlijk verwachtte.

- Hoe zit dat met Elizabeth Taylor…
Wha ha ha!

- … want de laatste optredens zagen we de Ian Siegal Band als een trio, en nu deed toetsenist Jo Glossop (Ian noemde hem gekscherend “Liz Taylor”) als gast mee. In het verleden traden jullie ook als een kwartet op en dat stond mij eigenlijk wel aan.
Het zit zo: Jo is een goede vriend van me, hij speelde in de programmering voor ons met zijn band Saint Jude vanavond, die ook erg goed zijn trouwens. En ik kreeg hem dus zover om een paar nummers mee te doen op de keyboards. Dáárom was het ook logisch voor ons om dié Dylan song te spelen want we hadden nu de herkenbare Hammond sound erbij.

- Ian, you don ‘t fall of the wagon anymore? (titel van een Siegal Band bootleg en een Engelse uitdrukking voor heel erg dronken worden!)
Nee! Geen commentaar, dat zijn mijn zaken (hij neemt meesmuilend weer een fikse slok van zijn ‘Keith Special’).

- In september ga je in de UK toeren met Wilko Johnson, de voorman van de Britse rhythm and blues band Dr. Feelgood, bekend in de jaren zeventig. Hebben jullie iets speciaals in petto en ben jij dan de ‘Milk’ en is hij de ‘Alcohol’?
Ha-ha, ik ben de alcohol in zijn melk whaha! Maar ‘Milk and Alcohol’ is inderdaad een geweldige song van Dr. Feelgood! Maar, wederom geen band welke een speciale invloed op mij heeft gehad. Maar het is wel een eer dat hij mij tijdens hun tour als zijn support heeft gevraagd hoor.

- Support? Jullie zijn nu toch geen voorprogramma meer zeker?
Blijkbaar in Engeland nog wel. Maar de werkelijke reden is dat de mensen die voor Wilko komen niet echt blues publiek zijn maar Dr. Feelgood publiek. Wilko is altijd een steunpilaar voor de pubrock beweging gebleven. Voor ons is het goed dat we door zoveel mogelijk muziekliefhebbers op diverse locaties gezien en gehoord worden. En we zullen ongetwijfeld ook samen nog het podium delen hoor! Want Dr. Feelgood’s stijl is ook gewoon op de blues gebaseerde muziek, “blues-ish” zo je wilt. Ik kijk er erg naar uit in ieder geval!

- Welke vraag kan ik je beter niet stellen, maar ga ik toch doen na je volgende antwoord?
Een belachelijke vraag! Dat heb je bij dezen gedaan dus. En de ‘Keith Special’ vraag had je ook beter achterwege kunnen laten (quasi boos).

tbasiegal2705114
[Ian met vaste kracht bassist Andy Graham in 2008 © TBA?]

- Op het komende Ribs & Blues Festival doen wij een interview met de Engelse bluesband Hokie Joint, jullie kennen elkaar, wat vind je van ze?
Ik heb ook twee keer op Ribs & Blues gespeeld, “great festival!” De Hokie Joint mannen zijn allemaal goede vrienden van me. Met Giles heb ik samengespeeld, hij is de beste bluesharp-speler van Europa, of in ieder geval van Engeland. En om op je vorige ‘belachelijke vraag’ terug te komen: vraag hún maar over de ‘Keith Special’, ha ha! Of nee… vraag maar wat hun invloeden zijn? Of wat de blues is? Of nee… wat is jullie favoriete kleur? Ha ha, een interview kan soms doodsaai zijn maar niet met JoJo & co vermoed ik, evenals hun optredens. Doe ze maar de groeten!

- Een dame van de catering komt ons cynisch genoeg vragen of we nog koffie willen? En ondertussen zet een collega van Blues Moose als ludieke actie een flesje Jägermeister tussen ons in op tafel -
Ian roept: “geen koffie meer voor mij, juffrouw! Ik heb al 12 dubbele espresso’s op en mijn hartslag is momenteel 180 bpm.” De kruidenlikeur wordt ogenschijnlijk door hem genegeerd.

Blijkbaar ben je gek op kekke schoenen want op twee van je albumcovers (Swagger and The Skinny) staat schoeisel afgebeeld. Waar gaat je voorkeur naar uit: Blue Suede Shoes? (Carl Perkins) of: Who’s Gonna Fill Those Shoes? (Buddy Guy)

Ha ha, songtitels met een vraagteken. En jullie website heet toch ‘The Blues Alone?’ met een vraagteken? Nee, ik speel niet ‘the blues alone’, uitroepteken! Alles komt voort uit de blues maar het is nooit alleen maar blues, ik bedoel het is funk, soul, rock, rhythm & blues, country, al die dingen. De blues heeft zich als muziekstijl altijd ontwikkeld, als je naar vroeger kijkt hoe het is veranderd van de jaren twintig tot de jaren vijftig, “a hell of a lot!” En de enige reden dat ze het vanaf eind jaren vijftig dus soul of rhythm & blues of rock and roll zijn gaan noemen is omdat het ook verkocht moest worden, aan de kinderen van de eerste bluesliefhebbers. Alleen om het modieus te maken dus! Soulmuziek was gewoon blues en je kent vast de uitdrukking: “The Blues Got A Baby And They Called It Rock & Roll”, een mooi liedje van Muddy Waters trouwens, én gelijk een antwoord op je schoenenvraag. Blues liedjes in een mooie snit, functioneel en we kunnen niet meer zonder.

Ik vind het trouwens wel interessant als je voor brave bluesfans country muziek speelt, vinden ze er vaak niks aan. Maar als je voor diezelfde mensen rockmuziek maakt vinden ze het té gek. Maar rock ligt net zover van de blues verwijdert als de country, alleen in verschillende richtingen. Sterker, country muziek ligt dichter bij de blues dan rock-rock, zoals dat bekend is geworden door Bon Jovi en Van Halen en zo. Opvallend genoeg staan bluesfestivals dát soort bands wel toe en geen country muzikanten, dat vind ik wel frappant. Daarom probeer ik die stijlen óók vaak te mixen in onze live shows.

- En ook voor de typische singer-songwriters heb je duidelijk een voorkeur, in je clubshows speel je vaak songs van Dylan en de laatste keer bijvoorbeeld zelfs vier nummers van Warren Zevon!
Ja, je hebt gelijk, vergeet die uitleg over genres zoals blues, country en rock maar. Het gaat gewoon over liedjes! Liedjes met gevoel. Maar ook met scherpzinnige teksten, satire en humor. Warren Zevon was daar een kanjer in. Frank Zappa zei ooit: “Is there a room for humor in music?” of zoiets dergelijks (’Does Humor Belong in Music?’ is een live album van Frank Zappa). Er hoort natuurlijk passie maar soms ook humor in muziek te zitten, dus vraag jezelf voortaan niet meer af is het blues? soul? rock? Maar vraag je af: spreekt het mij aan? En: is het goed? Dat is mijn slotconclusie.

- En jullie houden de humor op het podium?
Altijd! Wij zijn er om jullie te vermaken. Het gaat er niet om dat je staat te navelstaren op het podium en een gitaarsolo van een half uur speelt. Het gaat erom dat je met je publiek in contact treedt en er muzikaal, verbaal en non-verbaal mee communiceert. Humor is daarbij een goed middel, ik ben iemand die de zelfspot niet schuwt, sarcasme dat is wel erg Engels volgens mij. Jullie Nederlanders begrijpen dat wel maar het is zeker geen internationale manier van communiceren. Want in bepaalde landen waar ik ben geweest moet ik zeker niet al te sarcastisch doen. Maar die landen ga ik je niet noemen anders vragen ze me nooit meer terug voor een optreden, ha! ha!

In de afgelopen weken heb je hier in Nederland op diverse blues festivals gespeeld (Bluezy, Moulin Blues, Kwadendamme, Highlands). Is de Hollandse klei (Dutch clay) vergelijkbaar met andere grazige weiden en moddervelden (muddy waters) op het continent… Met andere woorden: vind je het leuk om op (outdoor) festivals te spelen?
Het maakt mij niet uit waar ik speel man, als we maar kunnen spelen. Al die festivals waren gewoon cool. We hebben nu nog optredens staan in Engeland, Hongarije, Servië, Oostenrijk, België (Peer) en weer terug naar Nederland (Giethoorn) en dan die Engelse tour met Wilko. Kom ook eens in Londen kijken als je tijd hebt, dat ga je leuk vinden in die pubs daar, weet ik zeker (grijns).

- Nou ja, wie weet. Ian bedankt voor dit prettige vraaggesprek, wat ga je nu nog doen?
“Ik ga nu eerst even lekker relaxen na al deze inspanningen!”
En het flesje Jägermeister glijdt alsnog geraffineerd in zijn borstzakje: “I’m nót gonna drink this, I’m gonna give it to somebody else!” En met de zoveelste gemene grijns van de dag loopt hij richting zijn kleedkamer.

siegelband270511
[Ian Siegal Band @ Highlands 2011 © TBA?]

Links:
Ian Siegal The official website
Ian Siegal Fansite Nederland

Dany Lademacher: de hemelse harmonieën van een bon vivant [interview]

Geplaatst op 1 June 2011 om 23:35 uur door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

Exclusief interview: met Dany Lademacher
voor: The Blues Alone?
door: Giel van der Hoeven
foto’s: Arjan Vermeer © (& stock)
locatie: Schothorst park, Hoogland Amersfoort
datum: 28 mei 2011

tbaladem2805111
[Dany & de TBA? interviewer © TBA?]

- Hallo Dany, je bent een geboren talent want je speelde al op zeer jonge leeftijd gitaar. Vertel eens iets over die beginjaren als je wilt.
Ja, ik ben Franstalig opgegroeid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Etterbeek en heb daar een strenge beschermde petit-bourgeois opvoeding gehad. Mijn vader werkte als chef van de Exit van Zaventem, tussen de vliegtuigen. Van de kant van mijn moeder – die uit Utrecht kwam – waren het allemaal juweliers en architecten, niets muzikaals dus. Toen ik acht jaar was begon ik te pingelen op een gitaar. Aanvankelijk mocht ik alleen spelen op de instrumenten van schoolvriendjes of van hun grotere broers. Maar bij ons thuis was de gitaar absoluut niet gewenst! Vanaf mijn vijfde jaar leerde ik wel een beetje accordeon en piano spelen, dat mocht weer wel. Ik ben serieus gitaar gaan spelen vanaf mijn elfde jaar, want toen kreeg ik een eigen Famo jazzgitaar.

- Als 17-jarig manneke speelde je met je toenmalige band The Shakes in Engeland in het voorprogramma van The Who! Hoe is dat zo gekomen en hoe was dat?
Dat was eigenlijk heel gemakkelijk, The Shakes was m’n eerste professionele band na mijn eerste groep The Speedfingers. We speelden toen covers van The Kinks, Rolling Stones en The Who in clubs en cafés. The Who was toen de beste band die er was vond ik, maar gek genoeg was ik helemaal niet van hen onder de indruk op dat moment. Ik zag ze daar in Londen eigenlijk meer als collega’s en in mijn naïviteit merkte ik ook geen level-verschil tussen Pete Townsend en mijzelf of zo, ha ha! Ik was ook toen al meer extravert dan introvert denk ik.

- Welke muziek of muzikanten hebben jou als puber met je Famo gitaar nog meer beïnvloed?
Nou kijk, in België had je toen op de radio één uur rock and roll muziek per week, voor de rest was dat jazz of klassieke muziek. Ik ben daardoor eerst eigenlijk beïnvloed door Kenny Burrell en Wes Montgomery. En allez pas later, begin jaren zestig werden de eerste rockplaten van bijvoorbeeld een zanger als Cliff Richards gedraaid op de radio, én zag ik voor het eerst in Ready Steady Go! op tv. Mijn allereerste single was: Runaway van de Amerikaanse rock and roll zanger Del Shannon. En dát zijn dus vrinden die mij in de juiste richting hebben geduwd. Anders was ik waarschijnlijk een anoniem gitaristje gebleven. Want ik mocht toen niet zoveel van mijn ouders en heb alles op muzikaal gebied dus zelf moeten doen. Ik heb in het begin ook wel in jazzclubs gespeeld met o.a. bassist Bruno Castellucci (een levende legende in de Belgische jazz). Die combinatie van dingen was voor mij interessant en dat is altijd zo gebleven eigenlijk. Door een mengelmoes van stijlen die ik hoorde creëerde ik een eigen geluid, en dat is denk ik mijn geluk geweest.

tbaladem2805113
[The Shakes in de 60’s en Inersleeve in de 80’s]

- Waar luister je tegenwoordig als bezitter van de Eddy Christiani Award zelf naar en ga je überhaupt nog wel eens naar concerten van anderen toe?
Tja, het probleem is: als er echt iets leuks is dat ik wil zien, dan sta ik zelf ergens anders op een podium, dus dat schiet in die zin niet op. Maar mijn laatste concert was Bob Dylan en ik vond dat zó vreselijk slecht dat ik na drie nummers alweer de deur uitgelopen ben, echt waar! Ik wist dat hij niet best meer bij stem was maar ik hoopte toch nog een aardige band te zien. No, monseigneur! Ze waren kennelijk de hele nacht aan de coke geweest want er kwam helemáál geen fatsoenlijk geluid meer uit Bob’s microfoon, dramatisch slecht gewoon! En verder, niet dat ik blasé ben of zo… maar naar concerten gaan.. nee. Op festivals zoals deze (Highlands 2011) pikken we soms wat klanken mee, maar dat is het dan wel. De meeste goede artiesten zijn ook al gaan ‘hemelen’ helaas.

- Juist op dát moment komt Wild Romance drummer Ramon Rambaux binnen die Dany met een innige omhelzing begroet. Op zijn vraag hoe het met hem gaat antwoord Dany enigszins geëmotioneerd dat zijn slechtziende moeder van 88 jaar enkele dagen eerder is komen te overlijden -
Beide condoleren we hem met dit ingrijpende verlies.

Dany vervolgt het gesprek: “het is beter voor haar want het ging de afgelopen drie jaar steeds slechter, maar het blijft triest natuurlijk, het is wél mijn moeder en ik ben enig kind. We gaan haar woensdag een waardig afscheid bezorgen. En het leven on the road gaat daarna ook weer verder…”

- Jij bent nu zelf ook bijna 61 jaar, denk jij er wel eens over na om dit jachtige rock ‘n roll leven te laten voor wat het is?
(Resoluut:) Nee! Ik houd van dit leven, van reizen, van heerlijk eten en van optreden! Ik vind het fijn zo en blijf zo lang mogelijk doorwerken, en dat heeft niets met geld te maken.

- Maar toch: waarom schrijf je niet gewoon een nummer 1-hit om je pensioen zeker te stellen? Met Kleptomania, The Radios, Vitesse, Wild Romance en Paris Dandies heb je bewezen erg catchy melodieën te kunnen maken.
Ik héb meerdere hits geschreven en een rustpensioen is niks voor mij! Mijn manier van leven is niet goedkoop maar ik gooi ook geen geld over de balk of zo. Mijn enige dochter die bijna 30 jaar is, zal best nog wat erven als ik er niet meer ben hoor, en anders bezit ik nog een aantal huizen die ze kan overnemen, ha ha!

- Meen je dat?
Absoluut. Ik ben zelf niet haar biologische vader maar het is de dochter van een hele goeie vriend van mij en ik heb destijds ‘het hele formulier’ overgenomen, dus ze had eigenlijk twee vaders destijds. Zoiets als Herman met zijn aangenomen dochters Brenda en Holly heeft gedaan.

- Herman Brood had ook een biologische dochter Lola, en zijn enige zoon Marcel zingt straks zelfs met jullie mee in The Wild Romance. Bijzonder, want 11 juli a.s. is het tien jaar geleden dat Herman Brood de fatale sprong van het Hilton hotel dak in Amsterdam maakte. Moeten we jullie optredens in deze periode als een soort van tribute tour beschouwen?
Ja, zo kan je het noemen, ook voor ons zelf hoor. Voor mij persoonlijk was het een bepaalde periode uit mijn leven, en niet de minste tijd! Maar vóórdat ik bij Herman kwam had ik ook al een ’serieuze bagage’ en erna is mijn muzikale leven weer gewoon verder gegaan. Maar het is goed om er 10 jaar later nog eens bij stil te staan. En het is zó leuk om de reacties van het publiek te zien als we die bekende nummers spelen. Wij vinden het allemaal tof om te doen!

tbaladem2805114
[met Vitesse in 1984]

- Sinds vorig jaar heb je een eigen zelfbouw ‘Lademacher Signature Series’ gitaar van het merk DooDad. Dat lijkt me de droom van iedere gitarist om dat te realiseren?
Zo heb ik er eigenlijk nooit over nagedacht. Pas nadien dacht ik: “hé, da’s te gek ik heb een éigen gitaar jongen!” Maar het hele proces was best spannend en je vraagt jezelf dan toch af: “wat krijg ik straks in mijn handen gedrukt?” Maar de gelimiteerde oplage van 100 stuks was binnen 1 maand helemaal uitverkocht!

- Komt er ook nog een tweede uitgave van en waarom zou een beginnend of gevorderd gitarist deze turquoise Lademacher special dan aan moeten schaffen?
Dat weet ik eigenlijk niet, maar ik vind het wel mooi zo. De lak is lichtblauw geworden, meer dan turquoise eigenlijk. We wilde de gitaar een opvallende aantrekkelijke kleur meegeven, en ik moest daarbij aan mijn vrouw van 20 jaar geleden denken… althans, aan haar oorbellen ha ha. Maar wat ik met de ‘Lademacher Signature’ heb willen bewijzen was dat we zelf een instrument konden bouwen dat qua geluid enorm kon concurreren met de grote merken zoals Fender en Gibson. Dezelfde kwaliteit maar dan slechts voor een tiende van de verkoopprijs. En dat is gelukt want het is een superding geworden en het kostte maar 649 euro mét koffer! Zelf speel ik ook alleen nog maar op de DooDad… en echt niet alleen voor de promotie hoor.

- Je speelt hier vanavond met de ‘nieuwe’ Wild Romance. Toch nog even terug naar de originele Herman Brood & His Wild Romance: toen jullie single ‘Never Be Clever’ in 1979 uitkwam besloten er ook daadwerkelijk fans met hun schoolopleiding te stoppen. Vandaag de dag doen kids soms nóg veel gekkere dingen als gevolg van tekstuele of muzikale ingevingen. Realiseerde jij je destijds dat jullie gedrag en muziek veel impact op de fans had, en hield je daar toen ook rekening mee?
Absoluut! We zijn in der tijd met de Brood band heel slecht met de neus op de feiten gedrukt. Niet zozeer over ‘Never Be Clever’ maar meer door Herman zijn dope-image. We dachten dat songs maken een soort van privé aangelegenheid was maar het werd en publique beoordeeld en veroordeeld. We kregen veel waardering maar óók iets van 30.000 boze brieven van verontrustte ouders toegestuurd. We hebben toen besloten om het roer drastisch om te gooien en die negatieve publiciteit om te zetten in een positieve benadering. Voor Herman helemaal niet zo moeilijk hoor, ha ha. Ik schreef o.a. samen met hem de antidrugs song ‘Dope Sucks’. Daar heb ik zelfs een speciale oorkonde voor gekregen van de antidrug brigade bij de Belgische Rijkswacht. Er heeft in Brussel jarenlang een heel grote foto gehangen van de hoofdcommissaris die samen met mij poseert. Ik geloof dat die er nog steeds hangt, ha! ha!

- In de Wild Romance was je dus co-writer van de hits ‘Never Be Clever’, ‘Dope Sucks’ en ‘Saturday Night’. Maar ik las dat je de ballade ‘I Don’t Need You’ van het geflopte album ‘Go Nutz’ (1980) één van je beste tracks ooit vond. Waarom vind je dat?
Uh… dat nummer ligt muzikaal gewoon het meest bij mezelf denk ik. Het was een fase in mijn leven dat ik meer in harmonieën ging denken in plaats van alleen in rock-and-roll beats. Het was gewoon de eerste echte mooie persoonlijke ballade die ik schreef. Maar ik kan er natuurlijk niet omheen dat ik ook zielsblij was met ‘Saturday Night’. Vanwege de impact die deze song had hebben we toch een stuk geschiedenis geschreven hè!

- Weet je nog waar en hoe die gitaarlick van ‘Saturday Night’ (17e in de USA Billboard 100!) destijds is ontstaan?
Oh ja zeker wel! Ik had toen een 60’s remake Gibson Les Paul Goldtop, die was ooit blauw gespoten door een roadie van Clapton. Ik had deze eens voor mijn verjaardag van mijn moeder gekregen. Maar met die Gibson werkte de stemmechaniek niet altijd even fantastisch. En het was klam en vochtig in dat Groningse kraakpand waar we repeteerde zodat dat blauwe ding gewoon ontstemd was. Ik stemde de gitaar in een open D- akkoord en zó is de compositie ‘Saturday Night’ ontstaan: eerst even “kling kling” om het geluid te checken en Herman riep opeens “hé!!” en ik speelde verder “klang klang… klang klang” en zo was daar een hit geboren in minder dan vier minuten. Heel de elpee ‘Shpritsz’ stond zo op tape, dat klikte goed hè samen met Kees (Meerman, drummer) en Fred (Cavalli, bas).

tbaladem2805115
[The Wild Romance - 1978]

- Het verhaal gaat dat je in 1981 door Mark Knopfler bent benaderd om bij de Dire Straits te komen spelen. Dat aanbod sloeg je af omdat jou rol dan beperkt zou blijven tot die van slaggitarist. Maar vond je hen toen ook niet gewoon een suffe band met een zanger/gitarist met té opvallende haarband?
Ik vond het helemaal niks. Met alle respect hè, maar ik heb er nooit een seconde spijt van gehad het niet te doen. Mijn vader was woest! Hij zag eindelijk een beschaafde band voor mij want hij vond het op zijn beurt maar niks dat ik al die jaren tegen de richting in had gevaren. Maar Dire Straits… die waren voor hem zó groot! Maar ‘t interesseerde mij helemaal niet want ik had er totaal niks mee! Toch ben ik met Mark gaan eten, maar we waren er vóór het dessert al uit dat het niets zou gaan worden tussen ons, twee kapiteins op een schip, dat werkt niet. Ik moest zijn broer David gaan vervangen, zou weinig inbreng hebben en alleen maar touren, touren, touren… én mijn bankrekening zien groeien natuurlijk van hier tot Tokio. Dat laatste zou wel weer mooi meegenomen zijn maar ik was daar als gitarist en mens op zeker dood ongelukkig geworden.

- Kort daarop verscheen je eerste eigen project ‘Lademacher’s Innersleeve’ waar je samen met zanger Emile den Tex een Edison mee won. Maar commercieel werd dat ook geen succes, hoe kijk jij daar nu op terug?
Ja dát was wel heel erg leuk om te doen hoor! Ik heb altijd van harmonieën gehouden maar ik had eerder nooit echt de gelegenheid gehad om het te uiten. Ik zat in vrij heavy bands weet je, en dat werd niet altijd geapprecieerd. Met Emile kon dat wel, het waren geen meezingers maar het klonk wel melodisch. Vandaar die Edison. Het is dat ik er nu geen tijd voor heb maar ik zou graag nóg eens zoiets willen doen. Kijk, ik ben Jeff Beck niet, maar ik zou wel iets in zijn stijl willen maken en als het aan mij ligt hogelijk binnenkort. Met veel muzikanten en show, een Lademacher Show Project, jha.. dát is iets waarvan ik voel dat ik het nog moét doen! Voor mezelf, en voor die mensen die daarover al 20 jaar aan mijn kop zeuren, ha ha. Maar serieus, ik vind dat mijn publiek zich met m’n muziek moet kunnen identificeren en wij mogen ook blij met hen (de fans) zijn hoor. Want dankzij die mensen leef ik.

- Je hebt ook een passie voor filmmuziek, welke soundtrack moet er volgens jou bij iedere rechtgeaarde muziekliefhebber in de kast staan?
Ohw… dat is lastig want er zijn er zóveel en ik heb niet eens een favoriet, ook dat nog! Ik hou van sciencefictionfilms, enorme producties met pompeuze muziek daarbij: “phà phaa.. tà dháá!!” (Dany zingt met weidse gebaren). Maar ook veel rocksoundtracks, de smaak is zo breed het is heel lastig om daar de vinger op te leggen. Oh ja, schiet me er nog wel ééntje te binnen die roadfilm met muziek van Eddie Vedder… Into the Wild! Dat is te gèk! Een verzameling rootsy muziek met alleen akoestische gitaar en een triangel, bij wijze van spreken dan, prachtig! De film zelf is aardig maar ik was vooral onder indruk van de soundtrack.

- En de soundtrack van de Nederlandse speelfilm uit 2006 ‘Wild Romance’ is natuurlijk ook van jou hand!
Ach ja, maar dat is mijn job hè (bescheiden). Zelfs met de Shakes deden we in de jaren zestig al filmmuziek ( Le grand Guignol ) en ook in de rock-’n-roll-film ‘Cha Cha’ uit 1979 speelde ik in de soundtrack ha! ha! Maar ik maak nu zelf nog best veel van die dingen hoor maar niemand weet dat. Studiowerk voor grote internationale firma’s, ik componeer en speel de gitaarmuziek in voor allerlei films en zo.

tbaladem2805116
[bassist Rudy Engelbert en Dany op het Higlands 2011 festival © TBA?]

- Je schijnt ook een goede kok te zijn, voor wie zou je het galgenmaal willen bereiden?
Ik heb o.a. anderhalf jaar als souschef in de keuken van het veilinghuis Sotheby’s gewerkt. Het galgenmaal? Pff.. als ik één naam noem krijg ik gelijk 200 boze gezichten, maar als ik dan toch één naam moet noemen… dan noem ik er twee: Dirk Jan Vermeij, de zanger van Paris Dandies, met plezier! En Jan Willem van Holland, de huidige gitarist van de Wild Romance. Dit lijkt een cynisch antwoord maar er zit een kern van waarheid in want beide houden van lekker eten! Ik zou dan voor én samen met hen de allerlaatste maaltijd willen eten. En dat is in mijn zin heel goed bedoeld.

- Dirk Vermeij en jij worden genoemd: een gouden combinatie, ontstaan uit een toevallige ontmoeting. Samen richtten jullie in 2002 de rockband Paris Dandies op. Hoe ging die toevallige ontmoeting en wat is de chemie tussen jullie?
Het is niet voor niets dat ik hem mijn broertje noem, mijn gekozen broertje dan. We praten samen eigenlijk nooit over muziek maar we voelen elkaar blindelings aan, vooral als we samen akoestisch werk doen. Niets is dan afgesproken en wat dan ontstaat is ondenkbaar. Hoe dat komt: “I don’t know” maar het is heel bijzonder! Dirk is ook een fantastische songschrijver, ik snap eigenlijk niet dat die man niet gigantisch groot geworden is. Maar ja, niet iedereen kan zich verkopen, hi hi.

tbaladem2805117
[Dany’s signature DooDad ]

- Door de jaren heen heb je in diverse bands gezeten, op uiteenlopende gitaren over allerhande versterkers gespeeld, heel veel activiteiten ontplooid, op verschillende plaatsen gewoond en – als ik je boek ‘Wild Romance, Een fijne hel’ mag geloven – veel vrouwen gehad. Ben je een besluiteloos type of juist vastberaden en eigenzinnig?
Het is er tussenin, ik houd van het leven! En ehh… van mooie vrouwen, lekker eten, goede wijn, fijne muziek, ik ben een levensgenieter, un bon vivant! Net als mijn grootvader hij was chevalier, wijnproever: “Château Pont-du-Classé Grand Cru 1935, klaar”.

- Laatste vraag: The Blues Alone?
Als je met die vraag suggereert dat alles voortkomt uit de blues, dan ben het daar niet mee eens. Mijn mening is dat álle muziekstijlen ‘klassiek’ zijn. Sterker; alles is ontstaan uit de klassieke muziek! Als je goed naar Bach luistert dan hoor je ook gewoon blues.

- Dany bedankt voor je tijd en veel plezier straks met het Wild Romance tribute optreden hier op Highlands. En natuurlijk veel kracht en sterkte toegewenst met het regelen van privé-zaken de komende week. Toevallig spreken wij elkaar weer gauw bij een optreden op de Muziekzolder.
Santé en bedankt vriend, tot op den Zolder!

tbaladem2805112

Links:

Dany Lademacher Official
Dany Lademacher (discography 1967 – heden)
Dany Lademacher (bio 1950 – heden)
Lademachers Inner Sleeve [luister]

Highlands is veel meer dan blues alleen

Geplaatst op 29 May 2011 om 18:55 uur door Giel

gezien & gehoord in: stadspark Schothorst Hoogland Amersfoort
evenement: Highlands Festival 2011
datum: vrijdag 27 en zaterdag 28 mei 2011
review door: Giel van der Hoeven
foto’s door: Arjan Vermeer The Blues Alone?
[alle TBA? Highlands foto’s]

tbahighlands2011

Hommages aan overleden én nog actieve blues-, rock-, soul-, jazz- en singer-songwriter legendes vormde zo’n beetje de hoofdmoot van het derde Highlands Festival in Hoogland Amersfoort afgelopen weekend. Saint Jude en Ralph de Jongh & Crazy Hearts speelde in de traditie van Engelse bands als de Stones en The Faces. Van de Amersfoortse Bigband On The Move met onder meer zangeres Julia Loko hoorden we een mix van soul-, funk- en jazzgeluiden. The Wild Romance lieten Herman Brood meehuilen vanuit de hemel waar hij nu bijna tien jaar verblijft, Waylon eerde Otis Redding en Lil’ Ed Williams de complete ’soul-kitchen’. Ian Siegal deed hetzelfde richting Muddy, Cash maar ook Prince en Bob Dylan. Heel veel composities van de virtuoze Jimi Hendrix en Texaan Stevie Ray Vaughan kwamen voorbij, maar dat blijft natuurlijk onvermijdelijk. En zo stonden respectievelijk ook nog eens de zonen en de dochter van de rock- en blueslegendes Ginger Baker, Herman Brood, Luther Allison en Johnny Copeland over de twee dagen die het evenement duurde in levende lijven op het podium! En ondanks dat er muzikaal niet echt aan hem werd gerefereerd waarde de geest van Gary Moore toch een beetje rond over het festivalterrein. Zijn naam werd namelijk door vele bezoekers in de mond genomen, logisch gezien het feit dat de invloedrijke Engelsman die al langere tijd geboekt stond voor dit festival in februari van dit jaar plotseling overleed. En dit is zomaar een greep uit de veelzijdige programmering van het festival dat door fanatieke bluesfestival bezoeker op afstand soms met argusogen wordt bekeken, maar waarvan de liefhebbers die er echt bijwaren toch steeds weer in volle tevredenheid huiswaarts keren. Zelfs de grillige weergoden konden – afgezien van een frisse bries en een enkel buitje – de aanwezigen tijdens deze Highlands 2011 editie in stadspark Schothorst niet teisteren. Highlands still got the blues with a bite, maar is veel meer dan dat!

Want ook lokaal jong talent kreeg een kans op het ruime en kleurrijke podium van Highlands. De 16-jarige gitarist Leif de Leeuw, Rory de Kievit (20) en de Hooglander Eelke Mastebroek mochten een gastoptreden geven bij The Dirty White Boys van Sonny Hunt uit Memphis Tennessee. De 54-jarige Amerikaan is een graag geziene gast in Muziekcafé De Noot te Amersfoort van muziekliefhebber Henk Hak, tevens de initiatiefnemer van het Higlands Festival. Op het vroege tijdstip van 17.00 uur kregen de eerste bezoekers voornamelijk covers voorgeschoteld die ze kende van de live CD ‘Hitting The Noot’ (2011) of van de originele artiesten zelf. Een openingsfeestje der herkenning dus.

tbahighlandshfband2011

De Henrik Freischlader Band is verre van Amerikaans maar de eigenzinnige Duitser klinkt wel zo. Althans, muzikaal dan. Hij speelt op zijn Fender gitaar blues geïnspireerd door o.a. Stevie Ray Vaughan, Rory Gallagher, Peter Green en Gary Moore(!), en stond eerder ook als support van laatste twee genoemde. Hij zingt met een ‘volltönenden, rauen Stimme’ maar zijn lichte accent verraadt wel degelijk zijn afkomst. Helemaal niet erg maar wellicht dat deze sympathieke Zuiderbuur het toch eens met een Engelstalige zanger zou moeten proberen? Ook succes overzee lijkt dan vrijwel verzekerd voor de HF Band.

“Come closer and take a look at me” riep zangeres Lynne Jackaman van de Engelse bluesrockband Saint Jude het duizendkoppige publiek toe. En ze had recht van spreken want ze was opvallend genoeg de enige vrouw op het podium in de gehele vrijdagse line-up. En opvallend was ze met haar sexy sixties look zeker! Lynne verkondigt haar evangelie met onvervalste soul en rock ‘n roll ook wel ‘Freak ‘n Soul’ genoemd. Hun invloeden van enkele grote Britse rockgroepen schemeren door met een vreugdevolle knipoog naar het verleden. Aangemoedigd door niemand minder dan Ronnie Wood en Jimmy Page die eerder hun waardering voor het gezelschap uit Londen niet onder stoelen of banken staken. Met de Jude-discipelen Adam Greene op gitaar en toetsenist Jo Glossop (die later ook nog bij Ian Siegal mocht opdraven) in opvallende rollen werd met veel branie een solide en frisse show neergezet. Het deed een briesje veroorzaken welke het publiek zelfs aan het dansen kreeg en het paarse jurkje van Lynne ontdeugend deed opwaaien.

tbahighlandssaintjude2011

De openingsavond bleef dus droog maar dat kon je van Ian Siegal niet zeggen. Na 12 espresso’s gaf hij een spetterend optreden waarmee hij het hoogtepunt van de avond was. Bijgestaan door zijn trouwe kompanen Andy Graham (bas) en Nik Bjerre (drums) liet de Engelsman zien en horen dat er meer is dan de authentieke blues alleen. Siegal is een echte entertainer die de kunst beheerst om alle traditionele muziekstijlen samen te smelten tot een eigen stijl. Immers “alle muziek die bestaat is nu eenmaal gebaseerd op de blues” aldus Siegal. Zijn humor is zo zwart als zijn getatoeëerde armen waarop hij ruimte tekort komt om al zijn idolen (Muddy Waters, Howlin’ Wolf, Johnny Cash enz.) op af te beelden. Zijn vriend “pretty” Jo Glossop (Saint Jude) die twee songs mocht bijspringen op het Hammond orgel noemde hij flauw “Liz Taylor”. Maar ook andere bandleden, het publiek, de maatschappij en niet te vergeten zichzelf geeft hij ervan langs op zijn eigen cynische wijze. Zijn rauwe muziek en levensstijl brengen je terug naar de wortels van je bestaan en doet je beseffen dat tradities in leven gehouden moeten worden. Met als afsluiter ‘Like a Rolling Stone’ deed de Ian Siegal Band dat voor Bob Dylan die afgelopen week 70 jaar is geworden.
[een interview met Ian Siegal wordt binnenkort ook hier gepubliceerd].

tbahighlandssiegal

En over tradities gesproken, Bernard Allison (1965) is de jongste zoon van Chicago blues muzikant Luther Allison. Vooraf kondigde hij al aan dat de Hooglanders een knallend optreden van zijn band konden verwachten. Welnu, hij heeft ons niet teleurgesteld: tegen het einde van de show blies de Bernard Allison Group letterlijk de zekeringen eruit! Maar “het was het net niet”, dat vond althans de energieleverancier toen de netspanning weg viel tijdens het optreden. De gelouterde Allison Group vatte het sportief op en speelde na een korte onderbreking onverstoorbaar verder. En ook Allison junior deed in zijn mainstream bluesstijl waarin gitaren, keyboards en een geweldige saxofonist (Jose James) toonaangevend waren, aan heldenverering met songs als ‘Missing Stevie’ en ‘Voodoo Chile Medley’ op de setlist.

tbahighlandsallison2011

Dag 2:
tbahighlandstmb2011

De tweede dag van het Highlands Festival werd geopend door de plaatselijke On The Move Bigband met de Nederlandse zangeres van Moluks-Indonesische afkomst Julya Lo’ko (1957). U weet wel ooit leadzangeres bij Loosdrechtse funkband Cheyenne en vocaliste in de Rainbow Train van Hans Vermeulen. Nou die geweldige stem heeft ze nog steeds hoor! Samen met toonaangevend gitarist Eef Albers (óók van Hoogland) speelde het bonte gezelschap klassiekers met invloeden uit zowel blues, rock, funk, soul en jazz als klassieke muziek. Middels swingende uitvoeringen van ‘Going To The City’ en ‘Saturday Night’ werd hier weer een eerbetoon gebracht aan Neerlands bekendste rocker Herman Brood. Een uniek experiment op het openlucht evenement dat zeker navolging verdient.

De ruwe blonde bolster met een zwarte ziel Ralph de Jongh zagen we vier jaar geleden voor het eerst gezeten op een houten kist met boeren klompen aan in een blueskelder voor een handje vol liefhebbers optreden. Met zijn gestoorde motoriek kronkelde hij over de planken zijn akoestische of elektrische gitaar tegelijkertijd strelend en tartend. Met zijn band Crazy Hearts is hij de kleinschalige Nederblues nu ontgroeid en maakte hij al furore in Memphis, USA. Een heerlijke debuutplaat ‘More Than Words’ en een fantastisch liveoptreden op Highlands zijn het bewijs van de groei die rasperformer Ralph heeft doorgemaakt. Crazy Hearts bestaat verder uit bassist Jasper Mortier, drummer Marcel Wolthof en percussionist Arend Bouwmeester. Stuk voor stuk uitstekende muzikanten die op een rauwe en eigenzinnige manier muziek maken in de traditie (daar gaan we weer) van de Rolling Stones en hun muzikale ‘voorvaderen’. Helemaal niets mis mee!

tbahighlandsralph2011

“Wie is nou weer koffiebeker?” hoorde ik de jongen naast me met een bierglas in zijn hand zich afvragen. Toegegeven, Ginger Baker kent niet iedereen, laat staan zijn zoon Kofi Baker (zo heet ‘ie dus echt). Maar Peter Edward ‘Ginger’ Baker (1939) is een invloedrijke drummer, die zijn grootste successen had in de jaren zestig samen met Jack Bruce en Eric Clapton in de groep Cream, en die in 2005 nog eens voor een reünie bij elkaar kwamen. Dit moment was voor zoonlief, die zelf ook aardig kan trommelen, het sein om zijn vader te gaan vereren met Kofi Baker’s Tribute to Cream. Samen met basgitarist Daniele Labbate en Tony Spinner (o.a. Toto). En tijdens dit Highlands Festival aangevuld met niemand minder dan good-old Jan Akkerman (64), door de lezers van het Britse muziekblad Melody Maker ooit uitgeroepen tot de beste gitarist van de wereld. Aanvankelijk waren de twee gitaarlegendes nog wat zoekende met het geluid. Maar toen de vaart er eenmaal inzat speelde het kwartet de pannen van de omringende luxueuze daken in de wijk Hoogland, waarbij alle Cream en Blind Faith krakers de revue passeerden.

tbahighlandskofibaker2011

King Mo noemde wij al eens eerder ‘Neerlands nieuwe blues hoop’. Deze kreet dekt de lading echter niet helemaal meer. Want óók King Mo is meer dan blues alleen. Waar ‘em die extra ‘bite’ bij Phil Bee en zijn mannen inzit moet je maar gaan beluisteren op hun nieuwe CD ‘The King Of The Town’ die voorafgaande aan hun Highlands optreden ten doop werd gehouden. De meeste tracks werden uiteraard live gespeeld en het moet gezegd up-tempo songs als ‘Everday You’re Running’, het catchy ‘I Was Wrong’ maar ook de prachtige road-ballad ’200 Miles’ zijn zowel op zilveren schijf als live ijzersterk. Zeer gevarieerde composities rond bekende thema’s met doordachte teksten. Gitarist Sjors Nederlof hebben we – niets ten nadelen van de andere bandleden – al vaker in het zonnetje gezet. En ondanks het losbarstende regenbuitje tijden Mo’s optreden blijven we dat doen: wat kan dat ventje gitaar spelen! Maar ja, dat geldt ook voor de Hammond klanken van Colly Franssen, de vocals van Phil Bastiaans en ga zo maar door. Het koninkrijk van Mo bestaat niet louter uit individuen, maar vooral uit de kracht van het collectief.

tbahighlandskingmo2011

“I lost my mind in a wild romance” zong de Amerikaanse jazz- en blueszanger Mose Allison in de zestiger jaren. Herman Brood eerde hem door zijn begeleidingsband einde zeventiger jaren His Wild Romance te noemen. In 2011 werd de legendarische Herman Brood (1946-2001) and His Wild Romance zelf geëerd en alvast een beetje herdacht door The Wild Romance op Highlands. Wild Romance heeft door de jaren heen talloze bezettingen gekend. Van de meest befaamde line-up was alleen gitarist Dany Lademacher van de partij. Ondersteund door de huidige bandleden Jan Willem van Holland (gitaar), bassist Ruud Engelbert, drummer Ramon Rambeaux, gast-saxofonist Boris van der Lek, gast-toetsenist Åke Danielson (o.a. Time Bandits en Boudewijn de Groot), gast-vocalist Marcel Brood (de enige echte zoon van) en zanger ‘Stick’ speelde de nieuwe Wild Romance veel bekende hits in een moordend tempo. Aanvankelijk wat moeizaam omdat het publiek zich twijfelend afvroeg hoe nu te reageren op deze Herman Brood tribute? Maar toen eenmaal was doorgedrongen dat look-a-like ‘Stick’ (Yada Yada) geen ‘nieuwe’ Herman Brood is maar zeker wel iemand die zijn held gepassioneerd op het podium vereerde brak het ijs, en de hemel open: Herman huilde als het ware mee van boven. Doodzonde dat deze (levens)kunstenaar ons is ontvallen 10 jaar geleden. Hij had nog gemakkelijk meegekund tussen alle senioren tijdens deze twee dagen op het Highlands podium.
[een interview met Dany Lademacher wordt binnenkort ook hier gepubliceerd].

tbahighlandswildromance2011

Shemekia Copeland is één van de vele koninginnen van de Blues en Soul die Amerika rijk is. Maar ze is wel de enige echte zingende dochter van gitaarlegende Johnny Copeland (1937-1997) en kwam voor één exclusief optreden naar Highlands 2011. ‘Dirty Water’ was het openingsnummer en het water daalde toen nog steeds van boven op ons neer. Maar dat duurde niet lang meer en of dat door haar bezwerende stem kwam is onduidelijk, feit is dat tijdens haar optreden figuurlijk de zon doorbrak en letterlijk de duisternis inviel. Haar openbare belijdenis van het geloof is ‘the soul truth’ maar ze was ook menig maal te vinden in het blues festival circuit in Amerika en Europa. Haar band bestaat uit door de wol geverfde Amerikaanse sessiemuzikanten waarvan gitarist Arthur Neilson met zijn routineuze handelingen en de swingende donkere bassist Kevin Jenkins het meest opvielen. De band speelde een mix van vurige blues, opwindende rockers en soul ballades met ballen. Shemekia zelf heeft een soul-shaking stemgeluid zoals Etta James dat in haar jonge jaren ook voort kon brengen. Een diva die ook zeker niet zou misstaan op bijvoorbeeld het North Sea Jazz Festival.

tbahighlandscopeland2011

Voor Waylon moet het een vreemde gewaarwording zijn geweest om nu eens niet voor een publiek van gillende bakvisjes en zwijmelende huisvrouwen te staan. Want dankzij dat de zanger/gitarist van internationale klasse is, is zijn ster snel gerezen en hij mag zich inmiddels tot de voorhoede van de moderne swingende soul en country rekenen. Het soort dat kwalitatief hoogstaand is maar door de toegankelijkheid en zijn voorkomen – hij schijnt aantrekkelijk te zijn voor sommige dames ;-) – ook commercieel aanslaat. Gelukkig kent ook Waylon zijn klassiekers – hij was zelfs persoonlijk bevriend met Waylon Jennnings (1937-2002) en noemt desgevraagd o.a. de Beatles, Elvis, Ray Charles, Stevie Wonder, Marvin Gaye en Otis Redding als zijn belangrijkste invloeden. Hij eerde op zijn beurt weer de Amerikaanse soulzanger Otis Redding in de toegift met ‘I’ve Got Dreams To Remember’. Gedurende de show speelde Waylon behalve het bekende materiaal ook nummers van zijn nieuwe CD, waar nog meer van zichzelf inzit, en die binnenkort uitkomt. De plaat werd opgenomen in New York waarbij de bekende multi-instrumentalist Steve Jordan – die met Keith Richards en Eric Clapton werkte – ook de hand in had. De song ‘Clean’ omschreef Waylon op het podium als een soort van therapie voor de dingen die hij heeft meegemaakt. Achteraf verklaarde hij ons persoonlijk: “het was niet per sé een moeilijke tijd waar ik het over had, eigenlijk zelfs een makkelijke tijd! Maar ik vindt het altijd zo cliché als muzikanten zeggen: ik heb zoveel meegemaakt en daarom schrijf ik van die gevoelige liedjes. Ik bedoel: Paul McCartney schreef wereldhits toen hij 22 jaar jong was! Ik wil hiermee zeggen dat het leven dat ik als muzikant heb niet interessanter hoeft te zijn als dat van mijn buurman die bouwvakker is. We moeten niet te mythisch doen over het artiestenleven, want eigenlijk zijn we gewoon een stelletje saaie klootzakken die thuis zitten niks te doen, wachten op inspiratie.” Met de tradities, de realiteitszin én de humor van Waylon zit het dus ook wel goed.

tbahighlandswaylon2011

Net als Shemekia Copeland kwam ook de Amerikaanse band Lil’ Ed & The Blues Imperials exclusief voor Highlands naar Amersfoort gereisd. Niet echt als headline maar wel als acceptabele afsluiter van het jaarlijkse openlucht festival. De Washington Post beschreef Lil’ Ed & The Blues Imperials al eens als “besmettelijke wildheid.” En The Philadelphia Inquirer noemde ze na het zien van een live optreden “rauw en zeer onderhoudend.” Het goede nieuws is dat beide typeringen ook in Amersfoort naar voren kwamen. Ik zou er nog aan toe willen voegen dat een optreden van de kleine joviale Ed Williams met zijn kleurige fez op de kop ronduit vermakelijk is. Ed’s vocalen zijn niet bepaald zijdezacht zoals je bij een man van zijn postuur zou verwachten, ook niet technisch perfect maar zelfs een beetje ruw op z’n tijd. Zijn strakke ritmesectie speelt moeiteloos shuffles, ze rocken, ze spelen 12-bar blues maar het neigt ook naar de bluesjazz, mocht dat genre al bestaan. Maar het geheel is wel de perfecte set-up voor Lil’ Ed om zijn slideguitar riffs ten gehore te brengen. Hij bracht met zijn show een eerbetoon aan de complete ’soul-kitchen’ in het bijzonder aan Elmore James en Hound Dog-Taylor. Hun geest leeft voort in de Imperials die een diepgaand begrip tonen aan alles wat als soul en blues bestempeld mag worden. May their boogie live forever!

tbahighlandsliled2011

Willy DeVille – Come A Little Bit Closer [cd review]

Geplaatst op 25 May 2011 om 07:00 uur door Giel

wdvcalbc

WILLY DEVILLE The Best Of: Live – Come A Little Bit Closer (2011 EAGCD442 CD | Release: 23/05/2011)

Willy DeVille was een van de betere Amerikaanse songschrijvers van zijn generatie. Met invloeden uit de blues, rock, cajun, latin, country en nog veel meer creëerde hij een rijke mix van muziek die haar wortels hield, maar unieke DeVille songs werden. Hij was ook een volleerd live performer met stijl, uitstraling en een aanwezigheid die maar weinigen konden evenaren. In deze nieuwe compilatie ‘Come A Little Bit Closer – Willy DeVille Live’ zijn deze twee elementen samen gebracht. De tracks zijn afkomstig van optredens, variërend van Amsterdam in 1977 via Nijmegen en Montreux in de jaren ‘80 en ‘90 tot aan de 21e eeuw met concerten uit Berlijn en terug naar Amsterdam in 2005. Het zorgvuldig samengestelde album geeft een beeld van hoe goed Willy DeVille was als zowel songwriter en performer. Voor de rechtgeaarde fans niets nieuws onder de zon want alle tracks verschenen al eerder op diverse bootlegs. Inclusief ‘Spanish Stroll’, ‘Cadillac Walk’, ‘Mixed Up, Shook Up Girl’ en de met een Oscar genomineerde ‘Storybook Love’.
[uitgebreide review]

Eagle Records
Luister album
Willy DeVille International Fans

Bob Dylan 70 jaar

Geplaatst op 24 May 2011 om 20:07 uur door Giel

vdhbob70
[louisaboileau]

Bob Dylan in vandaag zeventig geworden & ik moest ‘gewoon’ werken. Ik heb vanochtend ‘mevrouw Tom’ lief aangekeken & op mijn verzoek heeft ze een stapel kranten gekocht. Ik ben nog niet verder gekomen dan vluchtig doorbladeren, maar zie al dat Trouw en AD niks te melden hebben. De Stentor pakt groots uit, net als NRC Next, & de Volkskrant heeft een klein stukje over het heroïnegebruik van Dylan (zie hieronder). Genoeg te lezen dus vanavond. Dat kan nog mooi voor Martijn Muijs belt, rond een uur of half 10. De uitzending op kxradio, vanavond, is een uurtje langer geworden dan aanvankelijk gepland en zal nu om 9 uur starten & tot 11 uu doorgaan. De mailbox stroomt vandaag over, zo tipte Bennie mij dat er ook een stuk staat in Tubantia. Patrick verwees me naar deze website en meldde dat hij vanochtend op de Vlaamse radio 2 rond 7:15 uur te horen was. Dat wordt zoeken via uitzending gemist! Tommy stuurde me naar deze en deze website. En natuurlijk moet je ook even langs de blog van Alja, hier en hier. [ik ben gisteravond stiekum al begonnen in het boek van Bert vd Kamp, terwijl ik het boek van Robert Shelton nog niet uit heb. Over beide boeken schrijf ik nog, wanneer ik ze uit heb. Tijd & het gebrek daaraan…] En dan is er natuurlijk ook nog de blog van Frits.
Gijsbert Kamer schrijft over zijn favoriete Bob Dylan platen. Een verjaardag kun je natuurlijk ook vieren met een fotospecial, zie ook hier.

Maar de meeste sites bieden vooral tekst: hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier & nog 319 sites. Enfin, het beeld moge duidelijk zijn. Gauw naar de weblogs: hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier [!], hier [;-)], hier, hier, hier, hier, hier, hier, hier en… enfin, de resultaten na een zoekopdracht via google gaan maar door & door & door… Afgelopen nacht naar de uitzending Hoe word ik Dylan-kenner in één nacht geluisterd? Ik niet, werd me te laat. Daarom pluk ik de uitzending maar van het net, hier.
Knallen we er ook nog even een recensie van een boek tegenaan.

deel twee:
Ik heb de afgelopen dagen wat aantekeningen gemaakt, om hier te plaatsen, vandaag, op Dylans zeventigste verjaardag. Op de dag dat de Dylanwereld op zijn kop staat & iedereen zijn / haar verhaal vertelt over zijn / haar Dylan.
Nu ik vandaag naar die aantekeningen kijk, weet ik niet meer wat ik ervan moet denken, & toch plaats ik ze maar. Daar gaattie:

Bob Dylan is vandaag zeventig geworden. Nou en? Leeftijd zegt niks over de schoonheid, of juist het gebrek aan schoonheid, van het werk. Arthur Rimbaud verhing zijn muze in de hoogste boom nog voor hij goed en wel droog achter zijn oren was. Het poëtisch oeuvre van Rimbaud is rijk genoeg om een levenlang in te verdwalen. Leeftijd zegt niks over de schoonheid van het werk, wel over de hoeveelheid tijd die de maker heeft gehad om zijn werk te creëren. Bob Dylan heeft veel tijd gehad, hij is tenslotte vandaag zeventig geworden.
Zeventig is een respectabele leeftijd, maar dat is negenenzestig ook. En toch verschijnen er deze maand véél meer boeken over Dylan dan in mei 2010. Bovendien zijn er deze maand vele Dylanesque samenscholingen om de mans zeventigste verjaardag luister bij te zetten. Denk aan de bijeenkomsten in Kampen, Tilburg, Groningen en Heereveen, & dan heb ik het alleen nog maar over Nederland. Vorig jaar mei waren er geen samenscholingen in de aantallen zoals ze dit jaar plaatsvinden.
Bob Dylan is vandaag zeventig geworden, inderdaad: nou en?
Hoezo nou en? Ook ik zet vandaag kaarsjes op de taart, natuurlijk doe ik dat! Niet omdat de man zeventig is geworden, dat is geen prestatie, maar omdat de mans zeventigste verjaardag een mooie gelegenheid is om nog eens vol bewondering om te zien naar het werk.
Tsja, dat werk. De schoonheid ervan. En nee, het is echt niet alleen maar koek & ei tussen Dylans werk en mij, maar er is in Dylans oeuvre voldoende schoonheid te vinden om een levenlang de oren mee te vullen.

Dylan is zeventig geworden & ik ben bang, bang dat Dylan doodgaat – wat zeker zal gebeuren – & alleen nog herinnert zal worden als de protestzanger met de kraaienstem. Ik ben bang dat de onzin, het geneuzel over Dylan dat ik veel te vaak lees in dag- en weekbladen & zie op de buis nog het enige zal zijn in het collectieve geheugen.
Ik ben bang & die angst is alleen maar toegenomen na het zien van De Wereld Draait Door op 18 mei jl. In deze uitzending niks dan onzin over Dylan.
Er gaapt een kloof groter dan de Grand Canyon tussen het collectieve geheugen aan de ene kant & de waarheid aan de andere kant. Die kloof lijkt alleen maar groter – wijder – te worden naarmate de tijd verstrijkt. Een leven van zeventig jaren is niet meer in hapklare brokken te vangen, maar het formaat hapklare brok lijkt nog het enige te zijn dat het collectieve geheugen weet vast te houden.
Ik ben bang tot een roepende in de woestijn te verschrompelen.

Misschien moet ik mezelf vanavond maar opsluiten in een kamer zonder televisie & radio. Misschien moet ik mezelf afsluiten van al het feestgedruis & mijn eigen feestje bouwen. “Planet waves” op de draaitafel, veel meer heb ik niet nodig.
En dan terwijl ik in gedachten de taart aansnij, Dylan “Dirge” horen zingen:

I hate myself for lovin’ you and the weakness that it showed

Als er één regel is in Dylans oeuvre die bewijst dat Dylan wel degelijk kan zingen, dan is het wel deze eerste regel van het zowel bittere als schone “Dirge”.

In 1971, toen Dylan dertig werd, verscheen er een cartoon van Peanuts. Deze cartoon is opgenomen in het recent verschenen boekje “Bob Dylan von A bis Z” & ik moet nog steeds glimlachen wanneer ik deze cartoon zie.

deel drie:
En toen werd het 24 mei, vandaag. Ik moet nog geen twee uur wakker zijn geweest toen het eerste sms’je met felicitaties binnenkwam. Het is vreemd om gefeliciteerd te worden met de verjaardag van Dylan, onwerkelijk. Om eerlijk de waarheid te zeggen, snap ik het ook niet helemaal. Ik luister naar de mans muziek, meer niet. Ik ken hem niet & wil hem misschien wel niet eens kennen.
Ik snap het niet & toch vind ik het grappig om felicitaties in ontvangst te mogen nemen. Alsof een oom die ik jaren niet meer heb gesproken jarig is, zo voelt het.

woodybobkeef85
[Ronnie Wood, Bob Dylan and Keith Richards, Philadelphia, 1985]

Enfin, ik begon al met dat ik vandaag ‘gewoon’ moest werken & mede daardoor ben ik ook weinig met Dylans verjaardag bezig geweest. Waarom zou ik ook? Zijn muziek klinkt op zin verjaardag niet anders dan op de 364 andere dagen van het jaar.
Dat zegt het verstand, het gevoel zegt dat het toch wel een bijzondere dag is. Een groot kunstenaar wordt niet iedere dag zeventig, laten we wel wezen! En natuurlijk is er al die aandacht voor Dylan op radio, tv, in kranten en tijdschriften & op het internet. Ik hoop vooral dat al die aandacht mensen ervan weet te overtuigen dat ze er toch verstandig aan doen om eens naar It’s alright, ma (I’m only bleeding), Dirge of Blind Willie McTell te luisteren.
Er is zoveel schoonheid te vinden in de lange carrière van Dylan, genoeg om een levenlang door gegrepen te worden.
Ik weet het, ik ben een beetje maf & luister naar niks anders dan Dylan. Maar ik ben niet staatsgevaarlijk & zeer gelukkig, laat mij maar maf zijn.
Het leven is te mooi om binnen de lijntjes te kleuren.

deel vier:
Bob Dylan is zeventig geworden, dat is geen prestatie an sich. Maar in die zeventig jaren heeft hij voldoende mooie muziek geschreven, gespeeld & opgenomen om dagelijks de onrust in mijn donder te beroeren. En alleen daarom al vier ik vandaag Dylans verjaardag. Dat er nog vele jaren mogen volgen.
[bron: Bob Dylan in (het) Nederland(s)]

dylankeef
Bob Dylan & Keith Richard – Guitar Legends

Bedrink je aan Whiskey River!

Geplaatst op 20 May 2011 om 20:05 uur door Giel

Follow Gillespy on Twitter BBfacebook

gezien & gehoord in: De Cultuurschuur te Monster
band: Whiskey River
datum: donderdag 19 mei 2011
review door: Giel van der Hoeven – TBA?
foto’s door: © 2011 – H.Verlind en R. Mauritz

whiskeyriver190511

“Whiskey river, don’t run dry” zong de Texaanse country singer Johnny Bush ooit met zijn karakteristieke stem. Willie Nelson deed dat later nog eens dunnetjes over. In 2003 maakten de Welshmen Aidan & Martin een pelgrimstocht naar de muzikale swamps van Louisiana. Aan de rand van het Atchafalaya Swamp kwamen ze in een danszaaltje terecht: ‘Whiskey River Landing’ genaamd. Kort daarop – terug in Wales – werd de band ‘Whiskey River’ opgericht bestaande uit muzikanten met een uitgebreid instrumentarium zoals: een typische Louisiana cajun-accordeon, viool, mondharmonica, gitaar, basgitaar, wasbord, fluit, triangel en drums. Met een achteloze Keltische meerstemmigheid wordt vrolijk stemmende cajun accordeonmuziek gemaakt. Maar ook een aanstekelijke mix van zydeco, folk, roots en blues. Een jaar geleden stond Whiskey River voor het eerst in de Cultuurschuur, en dat werd een onvergetelijk feest met meezingende en dansende gasten. Op 19 mei maakte het illustere gezelschap na hun oversteek uit Groot-Brittannië wederom een tussenstop in het Westland. Op initiatief van vriend en collega “Monseigneur Hank the Cat”, zoals the Whiskey River Boys hem noemen, mochten ze voor de tweede keer de glazen gevels van het kastheater laten trillen. Bluesaccordeonist Henk de Kat, van de Delftse zydecoband Les Chats Cadiens, speelde zelf ook mee als gastmuzikant. Zo ook na de pauze de Haagse senior Wil ‘Steel’ die op zijn lap steelguitar ooit furore maakte met de Kilema Hawaiians. Met ‘C’est La Vie’ van Chuck Berry opende het zestal een optreden dat afgewisseld zou worden met veelzijdig repertoire waaronder verrassende coversongs. ‘That’s All Right’ (Arthur Crudup/Elvis Presley), Born on the Bayou (C.C.R.), ‘There’s a Riot Goin’ On’ (Sly & the Family Stone) en ‘Love Potion No. 9′ (Leiber & Stoller) zijn nou niet bepaald liederen die je in een cajun- of zydeco uitvoering zou verwachten. Dit in tegenstelling tot de swingende Mardi Gras song ‘Iko Iko’ (bekend van o.a. the Dixie Cups) of een Bluegrass song zoals ‘Diggy Liggy Lo’ (J.D. Miller). Welkom in de veelzijdige wereld van Whiskey River! Net zoals de gedistilleerde drank is ook deze smaakvolle muziekgroep doordrenkt van romantiek en omgeven met mystiek en altijd een prettige afdronk. Weg zwijmelen met ‘Black Girl (In The Pines)’ of jezelf dronken dansen op ‘Dance All Night’, het kan allemaal. De traditionele cowboysong ‘Ghost Riders In The Sky’ nodigde uit tot meezingen en kreeg “Yeehaaw!” yells als response. En de Jimi Hendrix compositie ‘Voodoo Chile’ of de Dire Straits kraker ‘Walk Of Life’ zijn het levende bewijs dat door Whiskey River zelfs ogenschijnlijk onaantastbare rockklassiekers gewoon in een zydeco- of cajun-jasje kunnen worden gestoken, en nog als gegoten zitten ook! “Bedrink je..”, zou dichter Johnny van Doorn zeggen “..bedrink je voortdurend! Aan wijn, aan poëzie of aan deugdzaamheid, dat moet je zelf weten!” Ik zou eraan toe willen voegen: bedrink je aan een muzikale Rivier van Whiskey! Alleen vandaag en morgen nog te zien in Café De Klok te Delft en op het Cajun & Zydeco Festival in Raamsdonksveer. En hopelijk gauw nog maar weer een keer in “the wonderful Culture Shack” in de nabije toekomst.

whiskeyriver190511wil
Haagse senior Wil ‘Steel’ op zijn lap steelguitar

Hook Herrera & Coup de Grace

Geplaatst op 15 May 2011 om 23:15 uur door Giel

Op het 19e Kwadendamme Bluesfestival 13 mei 2011.

hookherera130511

Meer foto’s van The Blues Alone? door Arjan Vermeer © 2011
Zie ook het fotoverslag Bluesforum en het item op de DeVillefans website. Programma poster Kwadendamme.

Big Will & the Bluesmen snappen het wel

Geplaatst op 15 May 2011 om 20:35 uur door Giel

gezien & gehoord in: De Cultuurschuur te Monster
band: Big Will & the Bluesmen
datum: zaterdag 14 mei 2011
review door: Giel van der Hoeven
foto’s door: © 2011 – R. Mauritz

bigwill140511

Het kwartet Big Will & the Bluesmen bestaat sinds 2007 en heeft één cd opgenomen: ‘Trouble No More’ (2009). Een schijfje met acht Delta/Chicago bluessongs, vier covers en vier eigen nummers. In het geval van Grote Wil en zijn Bluesmannen is hun muziek ontsproten in de Westlandse agrarische ‘Delta’ die grenst aan Delfland, de Noordzee en het Stadsgewest Haaglanden met als metropool Den Haag. Met een vette knipoog naar het verleden en geïnspireerd door o.a. Muddy Waters, Robert Johnson, John Lee Hooker en Junior Wells maakt het viertal gebruik van akoestische en elektrisch versterkte gitaren, drums, (staande) basgitaar en mondharmonica en spelen ze songs gebaseerd op de Delta Blues. Die traditionele muziekstijl welke via de Chicago Blues ook zoveel Engelse rock and roll bandjes inspireerde. En in het Westlandse Monster onder de rook van Den Haag traden de mannen afgelopen zaterdag op met een intiem concert in de Cultuurschuur. Een thuiswedstrijd dus. Dat was vrij uniek want de knusse glazen kas achter de oude boerderij bevat slechts een klein toneelpodium in een ruimte waar maximaal een paar dozijn bezoekers in passen. Juist na de release van hun debuut cd hadden we de band zien optreden op openlucht festivals en in feesttenten met groter groeiende publieke belangstelling. Dus des te sfeervoller en gezelliger werd het deze avond in de Cultuurschuur. Een avond die rustig op gang kwam met een akoestische set en eindigde met dansende liefhebbers en dik tevreden bluesliefhebbers. Traditionals zoals ‘Dust My Broom’, ‘Trouble No More’, ‘Bring It On Home’ en ‘Got My Mojo Working’ werden afgewisseld met eigen nummers van de eerste cd en nieuwe songs van de cd ‘Hard Times’ die in juni van dit jaar zal gaan verschijnen. Gitarist en songschrijver Alex Konijnenburg is ook nog eens een verdienstelijke zanger. Dat wil zeggen zijn stemgeluid is geknipt voor dit soort langzame én rockende rhythm and blues songmateriaal. Wil van der Ende zijn bluesharpspel is in de stijl van zijn helden Sonny Boy Williamson en Little Walter. En vooral als je zijn mondharmonica in combinatie hoort met de slide-gitaar van Alex, de contrabas van Henk Wessels en de eenvoudige blues drumbeats door Jos Waal, dan waan je jezelf al gauw in een zestigerjaren Chicago blues club. Big Will & the Bluesmen snappen het wel. Een schoolvoorbeeld van hoe traditionele blues moet klinken, of dat nou in een bruine kroeg naast het biljart is of op een zonnig festivalpodium, als het maar altijd aanstekelijk en enthousiast wordt gebracht.

Het nieuwe album van Big Will & the Bluesmen ‘Hard Times’ opgenomen met friends Peter, Henk en Gerbrand in de Westeinderstudio verschijnt in juni 2011. De release zal gepaard gaan met een exclusief interview met Big Will voor The Blues Alone? en het Bluesforum.

Deze impressie op The Blues Alone? en op het Bluesforum

Hokie Joint – The Music Starts To Play [cd review]

Geplaatst op 14 May 2011 om 19:28 uur door Giel

hokiejointtmstp

In 2008 maakte we kennis met Hokie Joint middels hun debuutalbum ‘The Way It Goes… Sometimes’. We zijn ruim drie jaar verder, een periode waarin de Engelse vijfmansformatie uit Colchester veel live optredens verzorgde, lovende reacties kreeg, een kleine maar fanatieke schare bluesfans opbouwde en de tijd nam om nieuwe nummers te schrijven voor ‘The Music Starts To Play’ (2011/ Cool Buzz). Het vrolijke titelnummer met polka ritme ‘The Music Starts To Play’ geven de ambities van de Hokie’s direct weer; plezier maken en bluesmuziek onder de aandacht van een groot publiek brengen. ‘Force Of Habit’ is het meest melodieuze nummer van TMSTP. De macht der gewoonte is een sluipmoordenaar, maar daarom nog geen reden voor Jojo Burgess om het met een rauwe rokerige stem te bezingen: “I can’t help it!” ‘This Body Of Mine’ is een slow blues met weer die gemene schorre zang van Burges (George Thorogood heeft een stiefbroer!) begeleid op de akoestische gitaar door Joel Fisk en het striemende mondharmonicageluid door Giles King, ook bekent van ‘Lightnin’ Willie and the Poorboys en vele andere partnerships (o.a. Ian Siegal). Met ‘Aeroplane’ stijgen we aangedreven door de straalmotoren van bassist Fergie Fulton en drummer Stephen Cutmore weer naar up-tempo hoogte. En we blijven nog even boven de nok fladderen met ‘Birds In The Rafters’, de chant met een eenvoudige melodie die al sinds 2009 live wordt gespeeld door de band. In ‘Apologise’ zijn de roffelende drums van Stones-adept Cutmore (die lijkt op Keith en klinkt als Charlie) en wederom Giles’ bluesharp klanken toonaangevend, inclusief een Magic Dick teaser. Vrij naar de befaamde J. Geils Band smoelschuiver Richard “Magic Dick” Salwitz aan wiens stijl die van Giles King met regelmaat doet denken. De sinistere song over een fictief personage ‘Jackie Boy’ – een track van zeveneneenhalf minuut – kan zo als soundtrack gebruikt worden voor een Quentin Tarantino nouvelle violence speelfilm. Het duistere nummer met een ongebruikelijke opbouw en een dreigend mondharmonica riedeltje zal ook live ongetwijfeld aanslaan. Dat laatste geldt ook voor de meezinger ‘Watch What We Eat’, meerstemmige cabareteske vocalen nodigen uit tot mee blèren. De New Yorkse schilder en beeldhouwer Frederic Remington (1861-1909) had zich gespecialiseerd in het uitbeelden van het Amerikaanse Westen. Hij diende als inspiratiebron voor vele cineasten bij het maken van westerns. ‘Remington’ was blijkbaar ook een inspiratiebron voor songwriter Jojo Burgess, want de gelijknamige track gaat over de kunstenaar en klinkt als een Amerikaanse Western. In ‘Bang Bang’ – nog een track van ruim zeven minuten – mag gitarist Joel Fisk helemaal los gaan en zijn gitaar als dodelijk wapen gebruiken. Een zompige bluesrock song met heerlijke elektrische mondharp- en gitaarsolo’s. Het album ‘The Music Starts To Play’ is een groovy bluesy dish geworden en kan worden opgediend als vers potje bluesrock met alle benodigde ingrediënten zoals pittige gitaarriffs, een scherpe bluesharp, hartige drums, aromatische basklanken en pikante vocalen. Overgoten door een energiek sausje van enthousiasme en durf. En ook live lijkt Hokie Joint de pubs in Colchester en omgeving te zijn ontgroeid want de band is nu écht festivalwaardig en klaar voor een internationale doorbraak. Zoals we dat in Nederland konden zien op het Moulin Blues Festival in Ospel en gaan zien tijdens Ribs & Blues in Raalte (13 juni).

Track Listing:
01. The Music Starts To Play
02. Force Of Habit
03. This Body Of Mine
04. Aeroplane
05. Birds In The Rafters
06. Apologise
07. Jackie Boy
08. Watch What We Eat
09. Remington
10. Bang Bang

Website: Hokie Joint
Deze review op: Blues Forum / The Blues Alone?

Booker T Jones – The Road From Memphis [cd review]

Geplaatst op 12 May 2011 om 21:05 uur door Giel

bookertjones2011

Wie kent de Amerikaanse muzikant, liedjesschrijver, platenproducer en arrangeur Booker T. Jones (Memphis, 1944) nou niet? Hij was waarschijnlijk het bekendste bandlid van de instrumentale soulband Booker T. & the M.G.’s en hun wereldhit ‘Green Onions’ is een all-time evergreen. Booker T. Jones zelf is een ware legende in de muziek, dat heeft hem internationale onderscheidingen opgeleverd, zo is hij drievoudig Grammy winnaar en mag hij zich Rock & Roll Hall of Famer noemen. Een icoon die als één van de architecten van de Amerikaanse soulmuziek al sinds begin jaren zestig aan de weg timmert en nog steeds van zich doet spreken. Twee jaar geleden was hij daar plotseling weer met een verrassend album ‘Potato Hole’ vol smeuïge instrumentals, opgenomen met The Drive-By Truckers en Neil Young. De bewerking van de Outkast song ‘Hey Ya’ klinkt al twee jaar door mijn kop en komt er niet meer uit. Behalve de knappe song keuze (ook een bewerking van ‘Get Behind The Mule’ van Tom Waits staat op dat album) viel de schitterende instrumentatie en loepzuivere productie van dat met een “Best Pop Instrumental Album Grammy” bekroonde album op. Ook op ‘The Road From Memphis’ (Anti-Records/2011) staan weer een aantal instrumentale covertracks, ‘Crazy’ van Gnarls Barkley en Lauren Hill’s ‘Everything Is Everything’. Goed, maar minder aanstekelijk dan ‘Hey Ya’ naar mijn bescheiden mening. Daarentegen is ‘The Road From Memphis’ wel een lekker gevarieerd album geworden met nu zelfs vocale bijdragen. En niet van de minste soul-, funk- en rock vocalisten! Yim Yames van My Morning Jacket (’Progress’), Matt Berninger van The National en de nieuwe Soulkoningin Sharon Jones (duet in ‘Representing Memphis’) dragen hun vocale steentje bij. En verrassend genoeg ook Lou Reed, de legendarische zanger van de Velvet Underground, grondlegger van iets wat later punk zou worden. Bovendien is er een zeldzame vocale bijdrage van Booker T. Jones zelf in ‘Down In Memphis’. Behalve de typische orgelklanken van Booker T. die als een rode draad door het album lopen horen we ook de Detroit guitar gritsound van de legendarische motor-city gitarist Dennis Coffey (sessiemuzikant bij The Temptations en vele andere). Een andere aanpak dus dan de ruige gitaarklanken van Neil Young dat ‘Potato Hole’ destijds zo kenmerkte. Het gastoptreden van Lou Reed blijft helaas maar bij één song ‘The Bronx’. Maar de stem van de inmiddels 69-jarige New Yorker heeft nog zoveel zeggingskracht dat het slotnummer als één van de betere tracks van dit album beschouwd mag worden. The Road From Memphis is al met al weer een klassiek Memphis soulalbum in de traditie van ‘Green Onions’. Een bloemlezing over hoe Booker T. Jones samen met wat erfgenamen zíjn traditionele sound in stand weet te houden.

Track Listing:
01. Walking Papers 3:14
02. Crazy 3:05
03. Progress 3:19
04. The Hive 3:48
05. Down In Memphis 3:51
06. Everything Is Everything 4:35
07. Rent Party 3:58
08. Representing Memphis 3:29
09. The Vamp 3:22
10. Harlem House 3:48
11. The Bronx 4:40

Website: Booker T. Jones
Deze review op: The Blues Alone?

Menu:

Tags: , , ,

2 Responses to “Liedjes met mooie snit, 12 espresso’s en een Keith Special”

  1. Mooi interview mannen… Toppie!!

    June 5, 2011 at 10:57 am Reply
  2. DAVE VAN BLADEL #

    Prachtig interview en wederom bijzonder fraai fotowerk!

    June 5, 2011 at 9:40 am Reply

Leave a Reply