Raalte, Ribs & Bluesfoto-overzicht

 

King Mo

 

The Brew

 

Jesse Dee

 

 

Wolff

 

Matt Schofield

 

Brainbox

 

Walter Trout

 

Ruben Hoeke

 

Jan Akkerman

 

Los Lobos

 

Publiek

 

 

Raalte, Ribs & Blues

 

 

 

14/15 mei, 2010, Kwadendamme,

Tekst Ton Kok

Foto's Arjan Vermeer

 

De 14e editie van Ribs & Blues zit er al weer op, twee zonnige dagen met in ieder geval overdag zomerse temperaturen. Over de nacht in een tentje wil het even niet hebben (koud man), maar verder waren het twee fantastische dagen. Ook de leden van het bluesforum waren in ruime mate aanwezig en veel daarvan ben ik zowel voor al achter het podium tegengekomen. Op beide dagen liep het terrein helemaal vol en vooral de eerste dag bleef het tot de laatste noten van Walter Trout ook vol.

Dag 1:
Speciale aandacht ging voor de bluesforum mensen uit naar de opener van de zondag, King Mo, die door de bezoekers van www.bluesforum.nl en www.thebluesman.nl verkozen waren tot openingsact. Er was bij ons een lichte spanning voelbaar, zou er al voldoende publiek zijn? Nou, dat was dik in orde. Terwijl de tent om één uur nog zo goed als leeg was, bij de aftrap om kwart over één stond het vol. King Mo kwam, zag en overwon. Met een mix van materiaal van de beide CD’s lieten ze horen dat ze rijp genoeg zijn om op een volgende editie op een wat later tijdstip hier te staan. Phil, Sjors, Colly, Jules en Henk, well done. De ideale opener!

Hierna kwam The Brew, een Brits power trio, bestaande uit vader en zoon Tim (bas/zang) en Kurtis Smith (drums) met zanger/gitarist Jason Barwick. Met blues heeft het mijns inziens weinig te maken, meer een psychedelische power rock, maar het zijn goede muzikanten met sterke nummers en een zeer energieke performance, die ervoor zorgen dat ook de jongere generatie liefhebbers hier aan hun trekken kwam.

Over Jesse Dee, een jonge zanger/gitarist uit Boston, USA, waren de meningen nogal verdeeld. Voor het gemiddelde blues en blues/rock publiek was het wellicht was te soft, maar met een lekkere verzameling soul en rhythm & blues tunes vond ik het persoonlijk een lekker rustpunt tussen het geweld van The Brew en DeWolff. Jesse had een uitgebreide band met blazerssectie en het stond als een huis.

Ook het Nederlandse DeWolff schaar ik gemakshalve maar onder de noemer psychedelische power rock. De fanschare van deze jongens breidt zich de laatste tijd behoorlijk uit. Deze Limburgse band bestaat inmiddels een kleine drie jaar en heeft over aandacht zeker niet te klagen. Ze zijn dit jaar ondermeer ook te zien op Pinkpop. Hier in Raalte ging het wat stroef van start en waren er ook de nodige geluidproblemen, maar net als bij The Brew een zeer energiek optreden, het muzikaal goed in elkaar en het publiek was tevreden en daar gaat het om.

Dan voor mij het hoogtepunt van de dag, Matt Schofield. Hij werd begeleid door de Hammond-tovernaar Jonny Henderson, Alain Baudry op drums en Javier Garcia Vicente op bas. Nu heb ik Schofield nog nooit slecht bezig gehoord en ook hier was hij weer fantastisch, prachtig helder gitaargeluid, en waar het bij veel gitaristen of jazz of blues is wat ze spelen, Schofield laat het vloeiend in elkaar stromen, zonder het bluesgevoel te verliezen. Grote klasse en genieten voor iedereen, die van technisch perfect gitaarspel houdt.

Tja, vervolgens Brainbox, een grote naam uit de Nederlandse muziekgeschiedenis en om maar gelijk met de duur in huis te vallen: de gloriedagen hebben ze duidelijk achter zich gelaten. En toch was dit optreden niet zo slechts als menigeen ons wil doen geloven. Vooral in de tweede helft van de show zaten er een paar pijnlijke vocale missers in, maar zeker in het begin viel er nog voldoende te genieten. Na ‘Baby, What You Want Me To Do’ als warmdraaier, kregen we nog goede versies te horen van ondermeer ‘Cruel Train’, ‘To You’ en ‘The Smile’. Het instrumentale ‘Mobilae’ staat nog steeds als een huis en hier was toch nog een kippenvelmomentje. En de band heeft met John Schuursma en Rudy de Queljoe twee heel goede gitaristen in de gelederen. ‘The Last Train’ uit 2004 was misschien toch een mooiere afsluiter geweest voor deze band.

Afsluiter van dag 1 was Walter Trout. Daar waar het bij een Matt Schofield gaat om de kwaliteit van de noten, ligt bij Trout de nadruk op de kwantiteit. Ik ben niet echt een grote fan, maar moet zeggen dat ik van zijn optreden wel onder de indruk was. De band had er zin in en wist het publiek zo’n anderhalf uur geweldig te vermaken. Het bleef ook helemaal vol op het terrein. Vocaal en op akoestische gitaar kreeg de band nog in een paar nummers versterking van tourmanager en zanger van het Nederlandse Sleeze Beez, Andrew Elt. Met de toegiften ‘Red House’ en ‘Going Down’ kwam er op gepaste wijze een einde aan een schitterende dag Ribs & Blues.

 

Dag 2:

Zoals al te lezen in het verslag van dag 1 viel de nacht niet echt mee, maar een heerlijk ontbijt in het ochtendzonnetje en een warme douche zorgden ervoor dat ik al weer snel de oude was.
Het strompelen met tintelende tenen en een stijve nek richting wasruimte was al snel vergeten.
Voor de bluesliefhebbers leek het een zware dag te worden, de hoeveelheid blues was op deze tweede dag minimaal, maar ook buiten de blues wordt ook wel goede muziek gemaakt. Dus maar met open mind terug naar het festival terrein en genieten van muziek, het aangename gezelschap, het prima verzorgde eetgebeuren en natuurlijk de drank (in verband met nog een flinke rit naar huis bijna geheel alcoholvrij).

De Ruben Hoeke Band mocht deze tweede dag openen en deed dat voortreffelijk. Zanger/harmonicaspeler Frank Pardo had duidelijk last van stemproblemen, gezien het veelvuldig schrapen van de keel tussen de nummers door, maar sloeg zich er verder prima doorheen. Ruben Hoeke zelf heeft zich ontwikkeld tot een sterke veelzijdige gitarist en met ondersteuning van bassist Ralph de Lange en drummer Arjen Knaap werkte het kwartet zich door een gevarieerde set heen met nummers van hun CD’s ‘Sugar’ en ‘CoExcist’, aangevuld met wat covers zoals ‘Hipshake’ en ‘Im A King Bee’, beiden van Slim Harpo, maar wel met volstrekt eigen arrangement. Een strakke set met een goed uitgebalanceerd geluid, stevig, maar niet die hoge volume muur, die ik ook wel eens meegemaakt heb bij deze band.

Jan Akkerman is natuurlijk een fenomeen, dat geen nadere introductie behoeft. De man was in een joviale bui, had er duidelijk zin in. Hij speelde een goede doorsnee van zijn door de jaren opgebouwde repertoire en nummers als ‘Hocus Pocus’ en ‘Sylvia’ zorgden voor een feest der herkenning. Begeleid door een strakke band van topmuzikanten bewees Akkerman, dat zijn uiterste houdbaarheidsdatum, in tegenstelling tot die van Brainbox, waarvan hij een van de oprichters was, voorlopig nog niet in zicht is.

En dan Los Lobos. Een naam waar veel bezoekers op af waren gekomen, zoals ik voor aan het podium merkte. Meerdere malen werd me een mobieltje of cameraatje in de hand geduwd om een foto te maken van David Hidalgo of Cesar Rosas. Vanaf de opener ‘Anselma’ (in Nederlandse vertaling bekend als ‘Bestel Mar’ van Rowwen Hèze) tot de toegift ‘La Bamba’ werd het een groot feest in de tent, ondanks langdurige technische problemen bij gitarist Louie Perez. Niet alleen de traditionele Tex Mex dingen, maar ook op stevig gitaarwerkt gebaseerde rockers passeerden de revue. En zelfs de bekende bluesman uit Meppel gooide even de heupen los.
Een ook op het bluesforum opererende bluesmuzikant vertelde na afloop: ‘Ik heb helemaal niks met Los Lobos, maar ‘La Bamba’ krijg ik op dit moment maar niet uit mijn hoofd.’

De afsluiter van het festival was Philip Sayce. Begeleid door Joel Gottschalk op bas en Chris Jago op drums, zorgde deze in Wales geboren, in Canada opgegroeide en in Los Angeles wonende muzikant voor een prima sluitstuk. Iemand vroeg mij wat ik er van vond en mijn eerste reactie was ‘niet mijn ding’. Maar er even over nadenkend kon ik ook niet opnoemen wat er mis mee was, Sayce is een prima zanger en een meer dan prima gitarist, de band speelde strak en op het repertoire stonden sterke nummers. De show was ook dik in orde en het enige ‘negatieve’ dat ik kon verzinnen was dat er wel een beetje glad commercieel randje om zat, typisch Amerikaans showmanship, zullen we maar zeggen. Dit is geen man die we in de toekomst in het geijkte bluescircuit gaan tegenkomen, maar eerder het pad van bijvoorbeeld John Mayer gaat volgen richting grote zalen. Voor gitaristen viel er ook tijdens dit optreden veel te genieten.

Geen Afro-Amerikaan, geen zangeres en (bijna) geen bluesharp gehoord op het podium, hier zijn nog wel wat stappen vooruit te maken, maar toch twee dagen genoten van een mooi gevarieerd programma. IJs en weder dienende zijn we volgend jaar weer van de partij. Wil ik bij deze The Bluesman en echtgenote nog even bedanken voor het bed & breakfast en verder allen die bijgedragen hebben aan de mooie momenten van deze dagen.